| Week 24 -2006 Lichte afgunst, dat bespeur ik soms bij mensen aan wie ik vertel dat ik twee dagen voor de kerst van 2002 ontdekte dat ik een sterk verhoogd PSA in mijn bloed had - een aanwijzing voor prostaatkanker - en een dag later al een uroloog zag, zodat ik met kerst wist waar ik aan toe was. Zelf hoesten ze al een half jaar bloed op zonder dat iemand in het ziekenhuis ze kan vertellen wat er precies aan de hand is of hebben ze tien maanden lang bloed bij de ontlasting zonder dat iemand van de behandelende artsen begrijpt waar die vandaan komt. "Ik voel me als een product op de lopende band," zei iemand onlangs tegen me. "Daar ben ik op de eerste dag dat ik naar het ziekenhuis kwam opgezet en telkens als ik terug kom haalt iemand me ervan af, kijkt naar me, kan niets vinden en zet me weer terug." Het zorgt voor boosheid. Veel mensen vinden de gezondheidszorg waardeloos. Alles wat hen in de zorg overkomt bevestigt dat beeld en de woede groeit. De basis voor hun jaloezie is de complotgedachte. Ivan is dokter, dus die wordt wel meteen geholpen. Nee, dat is het niet. Ik heb gewoon iets gemakkelijks. Het hele bedrijf is op wat ik heb ingesteld en kan daarentegen weinig met onbegrepen klachten. Mijn probleem maakt me een fijne en dankbare patiënt. Onderzoeken leveren iets op en daardoor pas ik in het plaatje in het leerboek van dokter Pillemans. Ik ben als de klant die bij de bakker komt en om een half waldkorn brood vraagt, niet iemand die iets vraagt met minder zout en meer zonnebloempitten, maar niet te lang doorgebakken, of nog erger niet weet wat hij wil. Dat zijn de lastige klanten. Soms is het handig dat ik arts ben, omdat ik begrijp hoe het medische bedrijf functioneert, maar als ik bloed moet laten prikken, dan moet ik net als ieder ander gewoon in de wachtkamer wachten tot ik aan de beurt ben, hoe druk het ook is en hoeveel afspraken ik ook heb. Ook deze week was ik dat van plan, alleen was ik het formulier voor het laboratorium vergeten. "Geef maar even een nieuwe," zei ik. "Ik vul het zelf wel even in. Ik ben arts." Het meisje achter het loket keek onzeker en verdween om het hoofd van de afdeling te vragen of dat wel mocht. Zou ze vandaag voor het eerst zijn? Na terugkomst overhandigde ze me het formulier, dat ik invulde en snel terug gaf. "Heeft u uw ponskaart?" vroeg ze. Ik schudde mijn hoofd. Weer ging ze naar achteren. Er was onrust, ergernis, misschien wel een beetje boosheid in de rij die zich achter me gevormd had. Het meisje kwam terug met een Surinaamse vrouw, die me zei binnen te komen, zodat de mensen die achter me stonden geholpen konden worden. "Geef me maar even uw geboortedatum," zei ze. Na wat zoeken concludeerde ze dat ik elke drie maanden kwam om mijn bloed te prikken. "Ach, ga maar zitten, ik zal u meteen wel even prikken," zei ze. Was dat even een gelukje! Geheel onverwacht stond ik snel weer buiten. Een vrouw van een jaar of veertig in de rij die door mijn schuld ontstaan was en die het gesprek gevolgd had keek kwaad naar me. Logisch. Het was die dag ook wel erg druk op de bloedprikafdeling terwijl buiten de zon scheen en mensen in zomerjurken en korte broeken liepen. "U heeft het mooi voor elkaar gekregen," snierde ze. Ik glimlachte maar een beetje en verdween snel. Wie weet is de bloeduitslag over twee weken wel heel beroerd en is er weinig reden tot jaloezie. Maar er is hoop voor al die boze mensen, want deze week las ik de uitkomsten van een wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt dat vier procent van de mensen last heeft van een woede aandoening. Zij kunnen er dus niets aan doen. Het is een ziekte! Intermittant Explosive Disorder, noemen de ijverige Amerikaanse Sikboks de nieuwe kwaal. Deze ziekte begint ongeveer rond het veertiende jaar en de boosheid staat niet in verhouding tot de oorzaak ervan. Het komt ietsje meer voor bij mannen dan bij vrouwen en boven het zestigste jaar verdwijnt de klacht weer. Vooral mensen met lage opleiding, weinig inkomen en getrouwde mensen hebben er last van. Het is dus zo'n beetje het profiel van het deel van de bevolking met de grootste frustraties. Aanvallen kenmerken zich door het kapotmaken van voorwerpen die meer dan een paar euro kosten, pogingen iemand te slaan of hem of haar pijn te doen, of dreigementen iemand te slaan of pijn te doen. Het moet behandeld worden beweren de onderzoekers van de Harvard School of Medicine, want het kan allemaal erger worden en er bestaan toch goede antidepressiva die dwangmatig gedrag onder controle kunnen brengen. Liefst vier grote farmaceutische bedrijven hebben voor het onderzoek betaald. Het mooie van zo'n onderzoek is dat er weer een ziekte is, die wanneer je je ermee bij de dokter meldt deze blij maakt. Heeft hij juist iets over gelezen. Weer een geval van Intermittant Explosive Disorder en daar heeft hij wel een oplossing voor. Je komt met bloed bij de ontlasting binnen en verlaat het ziekenhuis met de boosheidsziekte. Met een pleister op mijn arm liep ik de zon in en besloot dat het beter is om niemand te vertellen dat ik zo snel op de bloedafdeling geholpen werd. Het geeft zo'n hoop frustratie en voor je het weet vliegt er een voorwerp van meer dan een paar Euro naar je hoofd. Terug |