| Week 31 -2006 's Morgens om zeven uur kom ik in mijn hotel in Kuala Lumpur aan. In het vliegtuig heb ik alle kranten van voor tot achter doorgelezen en ben weer op de hoogte gebracht van de enorme bedreigingen die de islam voor ons zou inhouden. De strijd die niet op een slagveld kan worden uitgevochten spitst zich toe op de eis dat moslims zich aanpassen aan het ordinaire, schreeuwerige en bekrompen deel van onze bevolking. Ze moeten consumeren zoals alle Nederlanders en ze dienen zich te kleden op onze wijze. Zeker geen boerka's dragen. Ik neem een douche om mijn vermoeidheid en de Nederlandse vooringenomenheden weg te spoelen. Daarna ga ik op weg. Om half negen begint de vergadering, die twee dagen zal duren. Aan het einde van de tweede dag een paar uur voor het vliegtuig me weer naar Amsterdam brengt, heb ik even tijd om te ontspannen. Ik loop naar de Jalan Bukit Bintang om op het terrasje van één van de vele Starbucks' vestigingen in de Maleisische hoofdstad een decaf cappuccino met sojamelk te drinken. Je kunt een hoop vervelende dingen beweren over de globalisering van onze wereld en over de kwalijke kanten van de manier waarop internationale bedrijven de markten overnemen, maar niet dat ze niet goed weten wat hun klanten willen. Probeer maar een cappuccino met sojamelk in Amsterdam te krijgen. Maar bij Starbucks is twintig procent van de koffie die ze verkopen aangevuld met opgeklopte melk van soja. Ik hoef geen melk meer sinds ik weet wat de relatie is tussen het consumeren van dierlijke producten en prostaatkanker. En dan is er bij Starbucks ook nog eens altijd gratis toegang tot het internet voor mensen met een wireless verbinding. In de KLM business lounge op Schiphol laten ze je daar nog voor betalen. Een dergelijke kruideniersmentaliteit is Starbucks vreemd. Dat vervelende vrije markt kapitalisme heeft dus in ieder geval wel voor grote service-bereidheid gezorgd. Moe en zonder al te veel gedachten kijk ik naar de mensen die langs lopen. Wat zijn hier tegenwoordig toch veel vrouwen in zwarte boerka's. Ze kijken door een brievenbus van textiel naar de wereld, zien alles terwijl ik hen niet kan zien. Ik besef dat ik er nog nooit zoveel gezien heb in Kuala Lumpur. Tegelijkertijd dringt het tot me door dat ik er nooit in de maand juli ben. Het is nu vakantietijd en Maleisië is natuurlijk een populaire vakantiebestemming voor mensen uit het Midden Oosten. Die willen ook naar tropische paradijselijke kusten en onbeperkt genieten van wat je kunt eten en drinken. De vrouwen in boerka's zijn vergezeld van een man en meestal ook van wat kinderen. Die mannen dragen ontspannen hun korte broek en T-shirt, en hebben een grote zonnebril op hun neus. Soms lopen man en vrouw hand in hand en praten ze ontspannen. Ik neem tenminste aan dat de vrouw vanachter haar sluier dingen terug zegt. Je ziet in elk geval de man vaak aandachtig luisteren naar de zwarte gestalte die hij begeleidt. Dat ontbreekt nog al eens aan de relatie tussen mannen en vrouwen waar ook ter wereld. De mannen duwen, net als mannen in Nederland tijdens vakanties als ze daar ineens de tijd voor hebben, geduldig de wandelwagentjes met de jongste kinderen voort. Ik ben geen liefhebber van boerka's. Dat heftige zwart dat ons eraan herinnert dat het leven geen pretje is kan het niet goed vinden met mijn behoefte vol op van het leven te genieten. Net als de weduwen in mediterrane landen en de vrouwen in dorpen op de Veluwe die zondags met gebogen hoofd naar de kerk lopen, roept het teveel op tot na denken over dood en verbod. Daar komt bij dat de nieuwsbeelden die over ons heen gestort worden ervoor zorgen dat vrouwen in boerka's synoniem worden met het grote leed dat de mens kan overkomen. De weeklagende vrouw in het zwart die naar haar in het door raketten getroffen huis omgekomen kinderen zoekt. De vrouw in het zwart die op de kist in het open graf van haar in etnische zuiveringen omgekomen man wil springen. De verontwaardigde vrouw in het zwart die geïnterviewd wordt over de oorlog in haar land, of het nu Irak, Afghanistan, Palestina of Libanon is. Maar hier op de Jalan BB - men kort graag af en Bukit Bintang is een hele mond vol - lopen de vrouwen in het kleed van het leed rond, terwijl ze alleen maar vakantie willen hebben. Een enkele vrouw heeft over de smalle spleet aan de voorzijde van haar tenue zelfs een zonnebril geplaatst. Ze gaan bij Planet Hollywood zitten om een cheeseburger en een mudpie chocolate cake te eten. Ze kopen luxe ondergoed en schoenen met hoge hakken. En ze gaan ook met hun man even bij Starbucks iets gebruiken. Nu is Starbucks een Amerikaanse keten en dat houdt in dat men de Amerikaanse normen over consumeren hanteert. Alleen als het veel is, is het goed. Als je een koffie bestelt, informeert men 'medium or large', want 'small' is uit het woordenboek van de land of plenty geschrapt. Ik denk dat de man van deze vrouw een medium caffe latte met extra cream besteld heeft. Er staat een rietje parmantig in overeind. Aandachtig bestudeer ik hoe ze de grote beker in de richting van haar mond brengt. Het voorhang van haar boerka wordt opgelicht als de luifel van een bungalowtent. Daaronder verdwijnt de hele westerse verwennerij, maar het ziet er nu uit als een olifant in een tweepersoonstentje. Ze genieten, zij en haar man. Hij zal een jaar of dertig zijn. Haar leeftijd kan ik niet eens raden, maar ze heeft nog een strak figuur. Als ik haar één advies mag geven zou het zijn niet te vaak naar Starbucks te gaan, want enkele van die koffieverrassingen bevatten ongeveer de helft van het aantal kilocalorieën dat een normaal mens op een hele dag gebruikt. Neem je daar nog een gebakje bij in de afmetingen waarin het koffiebedrijf ze aanbiedt dan heb je alles voor één dag al gehad bij je koffie-uurtje. Hij legt vol tederheid zijn hand op haar hand en ik zie hoe ze hem over de zwarte bult die over de groene Starbucks beker hangt heen, vol liefde aankijkt. Terug |