Week 35 -2006
Deze zomer geldt er alarmfase extra voor wie wil vliegen en iets van de wereld wil zien. Je moet wel een echte liefhebber zijn als je er nu nog op uittrekt. Zeker als het Amerika betreft. Zonder schoenen, riem, jas en met lege zakken mag je slechts het land in, maar breng wel je creditkaart mee. "No fluids, gels, shampoos or comparable items in your hand luggage", roept een dame op het vliegveld voortdurend om. Marion moet haar stift met zonnebrandcrème inleveren, want ze zou er een bom van kunnen maken. Ze wil erover debatteren met de agent van de veiligheidspolitie, maar die kijkt onbewogen de andere kant uit. Een week vakantie in Florida met de kinderen en kleinkinderen wordt zo een inspannende onderneming. Temeer omdat veel Amerikanen iets prikkelbaars hebben gekregen door de uitzichtloze oorlog tegen het terrorisme. De gebruikelijke vriendelijkheid van de Amerikanen lijkt een beetje opgeraakt, zeker ten opzichte van Europeanen. Als we bij de balie van American Airlines proberen uit te leggen dat Marion en ik samen met één grote koffer reizen en dat het gewicht dus voor ons samen telt, legt een mevrouw in een uniform uit dat elke passagier recht heeft op een vaste hoeveelheid bagage. Eén persoon, één koffer en niet twee personen met één koffer. Regels zijn regels. Ik moet overgewicht betalen. Als ik nog een laatste poging onderneem om uit te leggen dat het niet echt redelijk is, verscheurt de vrouw demonstratief de instapkaarten die ze net voor ons heeft klaargemaakt en richt zich tot de persoon achter ons. We hebben het snel begrepen, met een supermacht ga je niet in discussie. Als je naar de Verenigde Staten wilt dan hou je je aan de regels en je respecteert mensen in uniform, ook al zijn het postbodes.
Een paar dagen later, bij het binnengaan van Disneyland worden onze tassen gecontroleerd. David en Feline hebben twee dagen om eerst Disneyland en het attractiepark van Universal Studios grondig te leren kennen. Helena zit in haar kinderwagentje en laat zich met veel plezier rondrijden.
In het treintje van de gigantische parkeerplaats in Orlando naar het pretpark worden we al in de juiste stemming gebracht. Via de luidspreker praat de hogepriester van de Disneysecte tot ons. Ik heb nooit begrepen wat mensen leuk vinden aan Mickey Mouse. In de Donald Duck sloeg ik de avonturen van die eigenwijze supermuis consequent over en gaf de voorkeur aan de verhalen over een eend die door zijn zwakheden altijd in problemen raakt.
"Disneyland," klinkt met een dunne cartoonstem in de trein, " is voor mensen die de moed hebben om in sprookjes te geloven." Ook worden we gewezen op het feit dat Disneyland één van de populairste locaties is voor huwelijken. Beauty and the Beast. Pocahontas en John Smith. Assepoester en haar prins. Ze gaven allemaal het goede voorbeeld en Disney heeft voordelige aanbiedingen voor dromers. Als je erin gelooft dan kan het.
Een enorme massa dikke mannen, vrouwen en kinderen dringt zich naar buiten als de treindeuren open gaan. Ze gaan gretig op weg naar de attracties: Pirates of the Caribean, Splash Mountain, Space Mountain. Elke keer wachten we een half uur in de rij tot we aan de beurt zijn. Onze kleinkinderen vinden het allemaal even mooi, maar missen de absolute overgave en extase waarmee de Amerikaanse kinderen van de ene plaats naar de andere rennen.
Het is broeierig heet in augustus in Florida en bezweet bewegen de bezoekers zich door het park. Omdat de meeste Amerikanen denken dat zij het wiel hebben uitgevonden, hebben ze er ook een soort eredienst rond opgebouwd. Ze rijden rond in kleine elektrische karretjes als ze te dik zijn om te lopen en ouders duwen de hele dag hun kinderen tot tien jaar voort in door Disney geleverde kinderwagens. Die kinderen zullen dus ook wel op den duur te dik worden. Alles voor onze lievelingen.
De volgende dag volgt ongeveer hetzelfde, alleen hoeven we daarvoor niet in sprookjes te geloven, maar in de mogelijkheid van rampen. We gaan van catastrofe naar catastrofe. Van Earth quake naar Twister en de Return of the Mummy. Levensecht moeten we het meemaken, soms in drie dimensies, rondrijdend in karretjes die ons naar een andere wereld voeren en die regelmatig heftig bewegen om ons te doen geloven dat we echt getroffen worden door een tornado. Af en toe wordt er zelfs een klein beetje water op ons gegooid. Niets wordt nagelaten ons te laten geloven in de ellende die de mens kan overkomen. Een attractie 911, waarbij je als brandweerman verkleed een instortende flat binnen moet, is er nog niet, maar komt er vast nog wel. Er is daarbuiten een vreselijke wereld, die je niet kunt vertrouwen en hier maken we het allemaal mee. Ook de rampen die ons in het buitenaardse kunnen overkomen. Misselijk en zeeziek slepen we ons van de monsters die de Men in Black moeten bestrijden naar de stad die maar net op tijd door Spiderman gered wordt. Ziek zijn we zeker nadat we in de Hulk hebben gezeten. Tussen tienduizenden Amerikanen met lichte of ernstige vormen van overgewicht maken we het live mee.
De leukste belevenis voor Helena is 'It's a small world after all'. Ze is bijna één jaar oud en kijkt haar ogen uit in deze Disney-attractie, een van de weinige die wel geschikt voor haar is. Daarbij beweegt ze met haar hoofd mee op de maat van de muziek. Met bootjes varen we door een wereld van poppen die in verschillende klederdrachten uit de gehele wereld ongeveer de zelfde bewegingen maken en overal klinkt het lied. Soms met daarin het geluid van een Hawaiïgitaar en dan weer Braziliaanse sambaritmes. Afrikaantjes, Aziaten, Nederlandse poppen met klompen, Italiaanse poppen, Russische poppen, een rij poppen met sluiers voor het gezicht die ergens uit het Midden Oosten komen. It's a small world after all. We zingen mee, want ik wil voor Helena graag in het sprookje geloven van een mooie wereld waarin we in principe allemaal het zelfde zijn en alleen verschillen in hoe we spreken, ons kleden, en muziek maken.
's Avonds om tien uur als het amusementspark sluit, is er vuurwerk en Mickey Mouse legt ons daarbij de grondregels nog eens goed uit: Als je er echt in gelooft komen sprookjes uit. Mocht je de weg kwijt zijn, dan moet je gewoon op je geweten afgaan. Dat zal je leiden. Het is een vertrouwenwekkend idee dat de jongetjes die tien jaar geleden hier enthousiast van attractie naar attractie renden en nu in Irak de strijd tegen het kwaad voeren met deze eenvoudige religie zijn opgevoed. Dat kan bijna niet mis gaan. Na twee dagen pretpark zijn we er van overtuigd dat Amerikanen hun leven lang kinderen blijven die bang zijn voor alles wat er met ze kan gebeuren en die daarom graag in sprookjes willen geloven.



Terug