Week 37 -2006
Mijn vader overleed toen ik dertig was. Mijn schoonvader ken ik nu zesendertig jaar. Iedereen noemt hem pa, zelfs mijn zoon. Een weinig eisende vader als je maar gevoel voor humor hebt en een goed verhaal weet te waarderen. Een trotse man ook. Altijd donkerblauwe, donkergroene of bordeaux rode overhemden met vrolijk gekleurde stropdassen die goed bij zijn grijze haar staan. Regelmatig een nieuw pak. Zijn klerenkast puilt uit tot verdriet van mijn schoonmoeder, die nauwelijks nog weet waar ze het op moet bergen. Soms lijkt het er zelfs op of ze op verjaardagen het de gasten verwijt weer een nieuw overhemd voor haar man te hebben meegenomen. "Zijn hele kast hangt vol," moppert ze. Ze heeft eigenlijk maar één arm ter beschikking doordat ze ooit in Indië polio had en met die ene arm moet ze alles doen, ook strijken.
Soms zegt hij tegen me: "Wij stieren begrijpen elkaar," omdat we allebei in de maand mei geboren zijn. Uit solidariteit steunen we elkaar in discussies. Heel af en toe beweert zelfs iemand dat we op elkaar lijken. Ik veronderstel dat het door oppervlakkige waarneming veroorzaakt wordt. Bruin hoofd en grijze haren.
Deze week ging het niet meer. Al een tijdje gaat hij achteruit. Hij is vijfentachtig en begint moe te worden. Regelmatig heeft hij last van pijn in zijn linker bovenbeen en dat wordt telkens iets erger. De huisarts bekijkt het van alle kanten, zegt "ik kan niets vinden" en gaat daarna weer naar huis. Deze keer is de pijn zo hevig dat hij huilt van de pijn, zeker als hij zich moet bewegen. Zaterdag had mijn schoonmoeder naar een Indische bijeenkomst in Bronbeek gewild, maar hij kon het niet en bleef liever in bed liggen. Dan gaat zij ook niet, want ze kan hem niet alleen thuis laten. Hij vergeet zijn medicijnen in te nemen. Pillen voor de bloeddruk, pillen voor de suiker, maar vooral pillen tegen de pijn. Hij drinkt ook veel te weinig en zij loopt de hele dag met glaasjes water en kopjes groene thee achter hem aan. Ik ken de argumenten waarmee ze hem probeert over te halen om toch mee te gaan. "Als je daar bent dan geniet je altijd, praat je met iedereen." En "Of je daar nu pijn hebt of hier, dat blijft toch." En "Je moet eruit en onder de mensen anders wordt het allemaal nog erger." Maar het hielp zaterdag niet meer. In de namiddag belde ze. Hij wilde alleen nog maar liggen. Alles deed pijn. En hij had over zijn hele lichaam blauwe plekken en een bult op zijn hoofd. Op zijn kamer onderzocht ik hem en masseerde daarna de spieren van zijn onderrug, of wat daar nog van over is. Daarna hielp ik hem met aankleden en zei dat hij me maar moest roepen als hij naar beneden geholpen wilde worden. Na een half uurtje riep hij met dunne stem zijn vrouw, maar ik ging naar boven. Ik zag onmiddellijk waarom hij niet mij had geroepen. Op kruishoogte zat er een grote donkere vlek in zijn pyjama. "Hé, zullen we eerst even een nieuwe pyjama aantrekken," zei ik zo vrolijk mogelijk.
Toen we op zondag op bezoek gingen was de situatie het zelfde. Op maandag was ik in Haarlem toen mijn schoonmoeder me belde. Ze had hem naar de wc geholpen. Daar was hij door zijn pijnlijke knie gezakt en hij zat nu voor de pot op de grond. Kon zich niet meer optrekken. Mijn schoonmoeder met haar ene arm lukte het ook niet. Voor we bij haar waren was het haar uiteindelijk toch gelukt en ze was er knap trots op.
Uiteindelijk was hij opgenomen, maar ik veronderstelde dat de artsen in het ziekenhuis niets anders zouden vinden dan vervelende ouderdomsverschijnselen.
Gisteren, in het ziekenhuis moest hij plassen. Het personeel is aardig, maar er zijn te weinig mensen. Al jaren lang denken overheden dat het efficiënter kan als je meer mensen ontslaat. Bovendien waren wij er, dus er hoefde niet op de bel te worden gedrukt. Ik weet beter dan geen ander hoe vervelend het is als je vaak moet plassen en erg nodig moet. Je stelt het zo lang mogelijk uit, waardoor de aandrang alleen maar groter wordt. Met moeite trok hij zich op aan de papagaai boven zijn bed. Daarna hielpen we hem zijn benen over de bedrand te hangen. We gaven hem de fles aan, maar door alle bewegingen was zijn onderbroek hoog opgetrokken en zat strak om zijn kruis. Hij kon niet bij zijn plasgereedschap via een broekspijp en ook boven langs was het onbegonnen werk. Dus sjorden we hem ondanks de pijnlijke grimassen die op zijn gezocht verschenen omhoog om de broek was losser te schikken. Hij kon zijn penis niet vinden. Om hem te helpen greep ik in zijn onderbroek en begon te zoeken. Nergens was er iets dat op jongenswerktuig leek. Spoorloos verdwenen. Hij bleek erop te zitten. Weer overeind dus, ondanks de pijn om uiteindelijk het ding boven in de hals van de fles te steken. Marion noemt het een mannenbuis en ik vind het een mooi woord. De plas kwam meteen, maar was kort. Toen ik zijn onderbroek omhoog probeerde te trekken voelde ik waarom. Hij had schoon ondergoed nodig en we wilden hem juist weer omhoog helpen en door een nieuw pijnlijk proces heen geleiden toen de verpleegster kwam om hem zijn medicijnen te brengen. "O mijnheer Bloem, we doen toch even een schone broek aan," zei ze. Hij glimlachte dankbaar en probeerde nog een ondeugende grap te maken. Toen Marion en ik vertrokken lag hij weer met opgetrokken benen in foetushouding in bed. Mijn schoonmoeder op een stoel ernaast. Ze houdt de wacht om te voorkomen dat hij er stiekem tussenuit piept en haar voortaan alleen naar Indische feesten laat gaan.
Vandaag hoorde ik dat mijn schoonvader en ik toch meer op elkaar lijken dan ik ooit veronderstelde. Zijn prostaat is nog al stevig van omvang, zijn PSA flink verhoogd en het lijkt er sterk op dat hij prostaatkanker heeft. De pijn in zijn been wordt dan waarschijnlijk veroorzaakt door een uitzaaiing in het bot. "Hormoonbehandeling," zei de dokter toen Marion vroeg wat er moest gebeuren. Over hoeveel doktersbezoeken moet ik daar ook weer aan omdat mijn stijgende PSA onmiskenbaar aangeeft dat ik het punt van uitzaaiingen bereikt heb? Kunnen we samen die route afleggen. Hij met een mooi donkerblauw overhemd en ik in een vrolijk T-shirt, ontkennend dat het laatste deel van de weg die de mens gaat zonder glamour is en vaak vernederend.



Terug