Week 40 -2006
De drukproeven van mijn verzameling weekboekcolumns vond ik bij de post toen ik terug kwam uit het buitenland. Van ver weg kwam ik ineens weer terug in mijn eigen kleine leven. De opmaak van de tekst zoals die in het boek verschijnt maakt het ineens anders. De vertrouwde Times New Roman typletter op mijn tekstverwerker geeft me de illusie dat ik alles kan veranderen, maar wat ik nu onder ogen krijg laat nauwelijks ruimte voor wijzigingen. Het ziet er zo definitief uit. Nog vier weken en dan ligt 'Heimwee naar de Lust' in de boekhandels en dan is er helemaal geen weg meer terug. Alles wat ik dan over mijn eigen bestaan verklapt heb is toegankelijk voor anderen geworden. Is dat wel verstandig? Hoeveel mogen andere mensen over mij weten? Het kan me niet zo veel schelen dat ze lezen over de medicijnen die castreren en dat ik die moest slikken. Zijn er echter momenten die ik beschreven heb en liever verborgen houd?
Van de week waren we bij mijn schoonvader en Marion bood aan zijn rug te masseren. Ze klom op het bed dat bij haar ouders in de huiskamer staat en sloeg de dekens terug. Daar lag mijn stoere schoonvader, die op zijn veertiende zelf met een naald en inkt een hartje met een pijl er doorheen op zijn arm tatoeëerde. Zijn grote broer had een prachtige tatoeage en hij wilde er ook een, maar hij had geen geld en deed het daarom zelf. Hij was altijd trots op zijn lichaam geweest. Kwetsbaar als een gewond vogeltje ligt hij met opgetrokken benen op het bed. Zijn ledematen lijken wel stokjes en het vlees op zijn rug is verdwenen. Billen zijn er niet meer. Het ergste vind ik echter de onderbroek die hij draagt. Een soort luierbroek die na gebruik kan worden weggegooid. Erg handig voor de verzorging, maar ik schaam me in zijn plaats. "Een stuk handiger," zegt mijn schoonmoeder. "Veel minder was." Ze heeft helemaal gelijk.
Er waren twee dames op bezoek en ik wilde niet dat ze hem zo zagen. Daarom ging ik schijnbaar toevallig half voor het bed staan om ze het zicht te ontnemen. Ze mochten mijn sterke schoonvader, die stijlvolle man met altijd het juiste overhemd aan, niet in die luier zien. Al kon het hem waarschijnlijk nog maar weinig schelen, zelf zou ik nooit zo aan de wereld getoond willen worden. Niet in een ziekbed wanneer ik me nauwelijks nog kan verweren en alles goed ben gaan vinden, en evenmin in een boek waarin ik iets heb opgeschreven waarvan ik de consequenties niet goed doorzag. Het is één van de redenen dat ik over moeilijke dingen niet altijd glashelder wil schrijven. Een weekboek over wat er gebeurt als je de mannelijkheid en trots op moet geven om te blijven leven, is immers iets anders dan uitleggen hoe een laxerende zetpil werkt.
Marion leest de drukproeven en zegt dat het haar wel erg opvalt dat ik zo vaak om de zaak heen draai. "Je babbelt over allerlei op zich interessante dingen en je krijgt de indruk dat je van alles vertelt, maar in feite staat waar het allemaal om gaat er net niet in."
Ik kan haar niet goed uitleggen dat de ultieme waarheid, die ik vermijd te beschrijven, precies de luier is waarmee je uiteindelijk aan het einde van je leven in je bed ligt en dat het gebabbel de dekens zijn waaronder ik me veilig voel. Wel ben ik het met haar eens dat ik aan het slot van het boek wat uitgesprokener moet zijn, omdat een lezer zich anders misschien gaat afvragen waarom hij geld heeft uit moeten geven aan een boek waarin de vragen die erin worden opgeroepen nooit beantwoord worden. Waar gaat het boek eigenlijk over? De sleutelvraag voor elke middelbare scholier, alsof dat het enige van belang bij een boek is. Natuurlijk gaat mijn boek over de lust en over hoe die verdwijnt door de medicijnen, maar ook over hoe het verlangen terugkeert en ik dan pas echt besef wat het leven zonder geilheid is. Maar ook gaat het over het moment waarop ik weer de lust onderdrukkende medicijnen zal moeten gaan slikken als ik niet voor mijn tijd wil overlijden. Wat wil ik daar zelf nu over vertellen? Is het boek meer dan alleen maar een verzameling columns over seks en ziekte?
Pas sinds kort weet ik zelf waar die verzameling van weekboeken over gaat. Om precies te zijn: vorige week besefte ik het. Ik rende mijn rondje en Marion had Helena op de fiets mee genomen en reed met me mee. Zelfs door het mulle zand vergezelden ze me. Af en toe keek ik opzij en zag dan Helena naar me zwaaien en haar lipjes tuiten om me een luchtkusje te geven. Ik was de weg al overgestoken en Marion reed nog aan de andere kant om eerst een auto te laten passeren. Ik keek naar die twee en van een afstand zag het eruit als iets dat ik dertig jaar geleden ook had mogen zien. Marion met Kaja in een kinderzitje voor op de fiets op Bali. De twee momenten vielen op magische wijze samen en ik zag geen verschil. Het zonlicht viel op de gouden lokken van de kleine. Marion trapte met haar lange zwarte haar achter zich aan en in haar ogen had ze de glans van geluk. Ze vertoefde half in deze wereld en half in een geheim deel van zichzelf.
God, wat moet ik een idiote keuze maken. Slikken of niet slikken. De geilheid of nog meemaken dat mijn kleindochter tien is en op bezoek komt en ik voor ons allemaal kook, iedereen smult, alle dagen zijn lange zomerdagen en het geluk schijnt door de boombladeren. Is het gek dat ik die beslissing niet wil nemen? Dat ik het altijd voor me uit schuif en een besluit juist uit de weg ga? Dat ik er zoveel mogelijk omheen babbel om niet echt te hoeven nadenken over het slikken van die pillen.
Ik heb het einde van "Heimwee naar de Lust" herschreven zodat geen enkele lezer zich na tweehonderdenacht pagina's vertwijfeld af hoeft te vragen waarom hij in hemelsnaam het boek heeft gelezen.



Terug