Week 42 -2006
Arme Zhang. Hij was 44 jaar en kreeg een ernstig auto-ongeluk waarbij zijn penis afscheurde. Een stompje van één centimeter hield hij over. Daardoor kon hij niet meer plassen en ook het bedrijven van de liefde was onmogelijk geworden. Gelukkig woonde hij in de omgeving van Guangzhou, waar heel kundige chirurgen werken. Zhang was de eerste man ter wereld die een succesvolle penistransplantatie onderging. Het verhaal vertelt niet hoe groot het ding van Zhang voor het ongeluk was, maar na de operatie was hij in het bezit van een aanhangsel van tien centimeter. Daar kun je mee voor de dag komen. De heelmeesters waren erg trots en het nieuws over het mooie resultaat ging de hele wereld rond. De nieuwe penis werd niet afgestoten, en al na tien dagen stroomde het bloed weer door zijn nieuwe lid en kon hij normaal plassen. Het gebeurde allemaal een jaar geleden en de plaatselijke kranten wisten ook nog te melden dat Zhang weer de beschikking over een flinke erectie had. Zhang's vrouw vond het bij nader inzien echter maar niets. Ze kon slecht aan het nieuwe lid wennen en in een artsenvakblad wordt deze maand beschreven hoe de chirurgen al snel de penis weer moesten verwijderen. Zhang gaat verder met één centimeter en een tevreden vrouw. Mijn bronnen, een Britse en een Thaise krant, weten ook nog te melden dat in China organen voor transplantatie meestal van geëxecuteerde gevangenen komen, maar kunnen niet bevestigen of dat bij de nieuwe pik van mijnheer Zhang ook het geval was.
Wat was het beste voor Zhang zelf? Dat hij een mooi groot lid had of dat hij niet in onmin hoefde te leven met zijn echtgenote die de psychologische gevolgen van een nieuw geslachtsorgaan van haar ega niet aan kon? Het is verwarrend.
Mijn schoonvader gaat langzaam maar zeker wat vooruit dankzij de hormoonbehandeling. Hij neemt zijn vrouw zelfs weer af en toe in de maling. Daarin is hij grootmeester. Het plagen door hem en erop reageren door zijn vrouw is een ritueel geworden dat ze ontwikkeld hebben gedurende zesenvijftig jaar huwelijk. Doeltreffend weet hij haar zwakke plekken te vinden en elke keer reageert ze weer even heftig en gekwetst. En ze zorgt nog wel zo goed voor hem. Moet ik blij zijn dat mijn schoonvader weer opleeft? Of medelijden voelen voor mijn schoonmoeder? Wat voor de een goed is, kan voor de ander niet prettig uitpakken.
En wat te denken van mijn schoonzus? Bij haar wisselen hoopgevend en deprimerend nieuws zich af. De chirurg vertelt eerst dat hij bij de operatie meer kwaadaardige lymfeklieren in haar oksels vond dan hij verwacht had, maar de volgende keer dat hij haar ziet zegt hij dat hij alles heeft weten te verwijderen. Al weet je het nooit zeker, voegt hij eraan toe. Dus bestraling, chemo en medicijnen volgen nog. Het leven dwingt je blij te zijn met het feit dat je een chemokuur mag volgen. Later blijkt in haar dossier te staan dat het een snel groeiende erfelijke vorm van borstkanker betreft. Haar dochters lopen dus het risico er ook mee te maken te krijgen en iedereen adviseert Marion snel een foto van haar borsten te laten maken. Dat terwijl ze in mei nog is geweest bij zo'n rondtrekkende circusauto waar men borsten als pannenkoeken op een fotoplaat legt om ze te onderzoeken. Wat is goed voor wie? Wie bedenkt toch al die wonderlijke scenario's?
Ik probeer mijn leven niet te zien als een film volgens een Hollywoodscenario waarin alles zin heeft. Ik wil niet hoeven geloven dat ik kanker heb gekregen om er iets van te leren. Nee, je krijgt geen gezwellen als leeropdracht. Dat is me net iets teveel Boeddhisme. Want er zijn dingen die ik helemaal niet wil leren. En als ik dan misschien ooit ontdekt heb wat de bedoeling was dan ga ik als beloning nog dood ook. Wat moet ik dan met al die wijsheid? Nee, ik probeer geen logica in het noodlot te lezen. Verhaaltjes vertellen kan ik heus wel. Het is mijn beroep. Regelmatig krijg ik verzoeken van redacties om iets te schrijven. Dan maak ik iets met een kop en een staart. Ik zorg voor logica, maar de werkelijkheid is volledig anders en gebaseerd op willekeur.
Onlangs moest ik een lezing geven. De Columbuslezing heette het en na afloop kreeg ik een ingelijste wereldkaart en het boek 'De wereld is plat'. Men had me gevraagd iets te vertellen over hoe mensen in andere culturen over ziekte en dood denken, wat hun verwachtingen zijn als ze naar een dokter gaan en wat voor misverstanden daaruit voort kunnen komen. Mijn mond bewoog en het gevraagde kwam er in een begrijpelijke volgorde allemaal uit. De mens heeft zingeving nodig zei ik, juist omdat er helemaal geen zin is in de wreedheid van het leven. We krijgen zonder enig plan geluk en pech uitgedeeld. Het eerste dat een arts moet doen als hij met anderen te maken heeft is respect opbrengen voor de zingeving die andere mensen nodig blijken te hebben om het lot te verdragen. Na afloop kwam er een mevrouw naar me toe en zei dat heus niet iedereen die ziek wordt met zingeving bezig is. Haar zuster en haar moeder hadden kanker gekregen en waren nooit met de betekenis ervan bezig geweest. Ze zei het triomfantelijk, alsof de troost die mensen zoeken in een door henzelf er achteraf ingeweven vertelling verachtelijk is. Ik had geen zin om verder met haar te praten en voelde ineens diepe sympathie met alle bange mensen die houvast zoeken bij de zalf van alles overdekkende woorden, bij de steun die het verband hen biedt van een script dat het lijden aan hen uitlegt. Ik ben niet gelovig, maar gun ieder zijn religie. Ik heb niets met magisch denken, maar aanvaard dat mensen bijzondere tekenen nodig hebben om de route door de wildernis te markeren. En ik ben blij voor de mens die zijn eigen ziekte als een speciaal voor hem geschreven drama ervaart. 'Whatever gets you through the night, it's alright, alright."
Dieren kennen geen zingeving. Mensen wel. Daarom besluit ik bij deze niet langer de zin van het lot te ontkennen. Ik heb kanker gekregen omdat ik moest leren met mijn hanige mannelijkheid om te gaan. Ik heb het gekregen omdat ik nu bange mensen die troost in de gekste dingen vinden een beetje begrijp. Ik heb kanker gekregen opdat ik de zuiverheid en onkunde om anders te zijn dan ze is van Marion nog meer kan waarderen. Ik heb kanker gekregen omdat mijn leven te gemakkelijk verliep en alles alleen maar meezat. Geloof maar niet dat ik die kanker zo maar kreeg. Er was een goede reden. Dat wil ik geloven, want als er een reden voor die kanker is geweest, dan was er ook een reden voor het feit dat ik geboren werd.
Maar waarom Zhou die negen centimeter weer in moest leveren en met dat stompje verder leven, dat weet ik niet, want ieder van ons geeft zelf zin. Niemand anders kan het voor je doen.



Terug