| Week 49 -2006 Ze belde om vijf uur 's morgens. Angst klonk door in elk woord dat ze zei. Mijn schoonmoeder had pijn in haar linkerborst en arm en dacht dat ze een hartinfarct gehad had. Sinds haar linkerborst verwijderd is heeft ze vaak pijn aan die linkerkant. Toch is ze aangewezen op haar linkerarm omdat haar rechterarm door de kinderverlamming die ze als zevenjarig meisje had alleen nog met behulp van haar andere hand omhoog gebracht kan worden. Volgens haar was het deze keer anders. Haar wereld is klein geworden sinds haar echtgenoot als een Aziatische vorst op afscheidstournee op zijn bed in de huiskamer audiëntie geeft aan alle mensen die van hem houden. Vanaf het moment dat ze gehoord hebben dat hij prostaatkanker heeft komen ze allemaal op bezoek om hem te zien. Je weet nooit wanneer het de laatste keer zal zijn. Hij geniet van de aandacht en leeft er weer door op, alsof hij zich bedacht heeft en nog een tijd langer wil blijven. Zodra de voordeurbel klinkt lichten zijn ogen op. De wereld komt naar hem toe. Hij was echter heel erg verbaasd toen om kwart over vijf ineens een ambulance voor de deur stond. Hij weet dat ze boven ook een telefoon heeft en vandaar kan bellen, maar is al in geen maanden meer boven geweest. Die wereld van de eerste verdieping waar zijn mooie pakken en overhemden hangen lijkt voor hem geschiedenis te zijn geworden. Toch doet mijn schoonmoeder haar uiterste best om hem daar weer te krijgen, hem weer bij haar in bed te kunnen voelen. Ze heeft al haar hoop gesteld op een stoellift waarmee hij 's avonds naar het echtelijk bed kan worden gebracht, waarmee de lelijke ziekte ongedaan gemaakt kan worden en alles weer is zoals vroeger. Het ziekbed de huiskamer uit. Ze heeft al een grote tweedehands stoel gekocht die met behulp van een druk op de knop gestrekt kan worden zodat het bijna een bed is. Alsof je in de business class door de rest van je leven gaat. Zo lang hij nog beneden ligt is voor haar het leven te zwaar. De kleine kamer is door het bed nog voller en de salontafel die ze al zo lang heeft dat al haar kinderen en kleinkinderen er al een paar keer hun hoofd aan hebben gestoten toen ze begonnen te lopen, staat tegen de kast met de cd-speler. Daar kan ze bijna niet meer bij, terwijl het haar juist altijd troost gaf als het leven te grimmig leek. Dan zette ze krontjongmuziek of een band met Hawaï gitaren luid aan en droomde ze weg naar de wereld van ooit, toen het leven nog voor haar lag in plaats van achter haar. Nu zijn de dagen te lang voor mijn schoonmoeder en gaat ze om negen uur naar bed. Liever kortere dagen om minder pijn te voelen. Maar die pijn kwam toch. Tegen twaalf uur. Het straalde uit over de hele linkerkant. Ze was al een paar dagen misselijk en had diarree. Toen ze het bekeek zag ze dat het zwart was. Terug in bed verdween haar ongerustheid niet meer. Ze moet lang hebben nagedacht wanneer het een fatsoenlijke tijd was om ons te kunnen bellen, de minuten hebben afgeteld. De broeders op de ambulance waren erg vriendelijk. In hun groen gele pakken en met alle apparatuur die ze meebrachten vulden ze de kleine kamer volledig. Vanuit zijn bed keek mijn schoonvader vol verbazing toe. Een paar keer vroeg hij "Waar komt die vandaan? Wie heeft ze gebeld?" Vergeefs probeerde een van de broeders een infuus in haar arm aan te brengen. Aan de linkerzijde kan het niet omdat daar de borst is afgezet en de doorstroming niet goed meer functioneert. Aan de rechterzijde hangt een dun vogelarmpje dat bijna niet meer gebruikt wordt en waarin bloedvaten dunner zijn dan die van een kleuter. Drie, vier keer probeerde hij het opnieuw, daarbij telkens heen en weer gaand met de naald om een bloedvat te vinden. Het deed pijn en de tijd tikte door. De spanning in haar lichaam hoopte zich op en ineens was ze zo misselijk dat ze moest overgeven. In het keukenkastje zocht ik het witte afwasteiltje. "Gaat het nog?"informeerde de broeder vriendelijk. Mijn schoonmoeder antwoordde met haar lippen opeengeklemd. Onverstaanbaar. Marion keek me angstig aan. Dit moest een beroerte zijn, waardoor ze niet meer behoorlijk kon praten. Mijn schoonmoeder is lang van stof en ze sprak maar door met haar lippen gesloten zonder dat iemand begreep wat ze wilde zeggen. In haar ogen was alleen maar de angst te zien. Het afwasteiltje werd naast haar gehouden. De broeder draaide haar hoofd zodat ze er met haar mond boven hing, maar ze wilde zich niet overgeven. Misschien om niet te morsen, want het leven is zo zwaar geworden dat het idee dat ook weer schoon te moeten maken haar leek te verhinderen zich te laten gaan. De broeder greep naar haar mond. "Ontspan uw kaken," zei hij en toen ze nog niet reageerde probeerde hij met zijn handen haar mond te openen die nog steeds onuitgesproken woorden voortbracht. "Haal nu eindelijk eens uw kaken van elkaar," zei hij tenslotte streng en ze gehoorzaamde. Op de eerste hulp afdeling van het ziekenhuis bleek al snel dat haar hart nog trouw sloeg en haar hersenen nog altijd even scherp functioneerden als voorheen. Ik was met haar mee gegaan, terwijl Marion op haar vader lette. Het was misschien wel goed dat ik haar vergezelde want haar familietrots weerhield haar om de dienstdoende arts behoorlijk antwoord te geven op zijn vragen. "Komen hart en vaatziekten in uw familie voor?" "Nee," antwoordde ze beslist. "En je broer Raymond dan?" interrumpeerde ik. "En je twee zusters en Ron." "Ja, maar die roken," zei ze beledigd. Het duurde een paar uur voor ik haar weer mee kon nemen en terwijl het licht werd kwam haar moed om te vechten terug. Ze praatte weer net zoveel als voorheen en haar angst was verdwenen. Ze maakte zich vooral zorgen omdat ze de schone pyjama niet klaargelegd had voor mijn schoonvader. "Wat was dat nou met dat rare praten, toen je over moest geven?" informeerde ik. "Ik moest huilen en wilde dat niet. Ik heb mijn tanden op elkaar gezet," zei ze. De nachten zijn het moeilijkst, zeker als er geen warm vertrouwd lichaam is waar je tegen aan kunt kruipen. We kennen allemaal die angst voor dat ene moment. Dat je moeder er niet is, je vader verdwenen en je partner je in de steek lijkt te hebben gelaten. Maar het is weer even uitgesteld. Terug |