Week 52 -2006
Een verre neef bezoekt mijn schoonvader en zegt: "Ik ben een lafaard. Toen ik hoorde dat u kanker had durfde ik niet te komen." Marion vindt het juist dapper zo eerlijk te zijn en zo verandert de lafaard in een held. Zelf is hij ook onder controle van de uroloog want zijn psa is steeds wat verhoogd. Nu is het nul komma vijf, maar het is zelfs één komma vijf geweest. Mijn schoonvader en ik zijn jaloers op zo'n lage psa. In een tijd dat iedereen veel en meer wil, zouden wij zeer tevreden zijn met zo'n klein beetje. Bij mijn laatste meting zat ik weer boven de twintig en mijn schoonvader is wereldkampioen. Hij had in september nog 2563, maar vorige week bij de controle was het onder invloed van de hormonale behandeling gezakt tot zes komma vijf. Hij laat me daardoor wel een beetje zitten, maar misschien duik ik bij het volgende bezoek aan mijn arts weer onder zijn psa en zitten we allebei in het veilige gebied. Zo gaat het. Wij worden behandeld aan onze psa.
Ik ken mijn schoonvader bijna zesendertig jaar. Hij was in 1971 vijftig jaar en hoe hoog zijn psa toen was zou ik niet kunnen vertellen. Waarschijnlijk bestond het in die tijd nog niet. Ik was op die zaterdag voor het eerst bij Marion thuis en haar ouders keurden me, terwijl ik erg mijn best deed in de smaak te vallen. Marion's vader zei weinig en op verzoek van Marion was mijn schoonmoeder druk bezig in de keuken om de uitjes zo fijn te snijden dat ik nooit door zou hebben dat ze in het eten verwerkt waren. Ik haatte in die tijd alle knolgewassen die op de ui lijken en weigerde ui, look, of prei te eten. Door dat klein snijden kwam mijn schoonmoeder nauwelijks uit de keuken. Mogelijk is daardoor bij mij het misverstand ontstaan dat Indische vrouwen altijd in de keuken te vinden zijn.
Ik was met mijn oude eend gekomen. Het was in januari, koud en vochtig. Daardoor had de deux chevaux nog wel eens startproblemen. Toen ik na het eten wilde vertrekken, slaagde ik er niet in de auto te starten, maar er was niemand om me te helpen bij het aanduwen. Marion's moeder kon ik uiteraard niet vragen en ik had al mijn hoop op haar vader gevestigd. Hij had pijn in zijn rug, iets dat hem vaak aan de bank kluisterde en waarvoor in de loop van zijn leven een veelheid aan alternatieve remedies is aangeschaft. Vooral die we uit het verre oosten voor hem meebrachten, verschaften lichte hoop dat het blijvende verlichting zou brengen. Niets hielp, behalve massage, maar die wil hij nu ook bijna niet meer. Het is altijd die zelfde rug geweest waar nu de uitzaaiingen van de kanker voor pijn zorgen. Ik had gelukkig enige handigheid verworven in het in mijn eentje een auto aanduwen. Van de handrem, versnelling in zijn vrij, dan met open deur het vervoermiddel duwen tot het vehikel genoeg vaart heeft en er uiteindelijk in springen en snel in zijn twee gooien. Meestal moest ik dat twee, drie keer proberen voor ik badend in het zweet weg kon rijden.
Daar dacht ik over toen ik onverwacht een restje jetlag had door mijn terugkeer uit de Newyorkse tijdzone. Dat ik altijd alles goed alleen heb op kunnen lossen, ook liever geen hulp krijg. Ik hou van die slapeloze nachten omdat je hoofd zo kristalhelder wordt, als na meditatie. Rechts van me hoorde ik de rustige diepe ademhaling van Marion en van de andere kant kwam uit de babyfoon de regelmatige ademhaling van mijn kleindochter Helena. Ik was volledig gelukkig en besefte dat als ik niets van psa's wist ik ook geen kanker zou hebben. Waarom zou ik me dan ook ergens druk over maken?
Doordat ik sinds enkele weken weer pillen slik om de psa omlaag te brengen, ben ik beducht voor de bijwerkingen die ik tijdens een vorige kuur al leerde kennen. Zo meende ik vorige week even dat de baardgroei weer gestopt was, maar ontdekte na een paar dagen het scheerapparaat niet aangeraakt te hebben dat het absoluut niet het geval was. Na mijn bezoek aan New York woog ik plotseling vijf kilo meer. Alles word je ook afgenomen, zelfs mijn ijdelheid omdat ik nog een strak lichaam heb. Dat kon niet aan mij liggen, maar moest de schuld wel zijn van die drie kleine pilletjes die ik elke ochtend met een kleie ceremonie - glaasje water, twee kopjes espresso en twee knäckerbroodjes met gerookte zalm - wegslik. Gisterenochtend wees de naald van de weegschaal ineens weer naar de 76 en voelde ik mijn zelfvertrouwen het zelfde moment terugkomen. Maar nu, begint mijn heup niet weer pijnlijk te worden?
Steeds kwamen mijn gedachten ook terug bij de droom waar ik die ochtend uit was ontwaakt. Daarin werkte ik net als dertig jaar geleden binnen een gezondheidsproject in Bangladesh. Het was tijd om naar huis terug te keren en ik moest naar het vliegveld. Al die tijd had ik de Bengalen daar geholpen, maar nu ik zelf wat hulp nodig had was er helemaal niemand om mij op het vliegveld af te zetten. Het werd steeds later en de uiterste tijd kwam beangstigend dichtbij. Uiteindelijk pakte ik de sleutels van de enige auto van het project en besloot mezelf te helpen. In de oude auto reed ik dwars door het drukke verkeer van riksja's en los lopende koeien. Na een paar blokken realiseerde ik me met een schok dat ik mijn toilettasje met tandenborstel en scheerspullen, mijn pilletjes en mijn paspoort vergeten had. Ik moest dus wel terugkeren. Bij het gezondheidscentrum parkeerde ik de auto netjes achteruit in, rende naar binnen, pakte mijn spullen bij elkaar en keerde snel terug naar de auto. Daar waren nu intussen andere auto's geparkeerd en die blokkeerden mijn doorgang. Op geen enkele manier kon ik de auto ook maar een meter verplaatsen. Ten einde raad was ik en dacht met pijn in mijn hart dat het leven soms te zwaar is, dat een mens alles uiteindelijk alleen moet doen. "En nu is mijn vader ook nog dood en kan hij me niet helpen," waren de woorden die door mijn hoofd gingen op het moment dat ik ontwaakte. Het was geen nachtmerrie over niet gehaalde vliegtuigen, want ik was daar redelijk gelaten onder. Ik voelde me vervuld van een heerlijk gevoel omdat ik aan mijn vader dacht. Op een avond nadat ik bij mijn ouders vertrokken was en terugkeerde naar mijn studentenkamer, stond ik vergeefs bij de uitvalsweg van de stad te liften. Ineens kwam hij met zijn met brillantine achterover gekamde haren toevallig aanrijden. Alsof hij me gevolgd had. Misschien had hij geparkeerd gestaan en gekeken of iemand me meenam, maar had hij na twintig minuten besloten dat het tijd was te hulp te schieten. Ik had graag wat tranen gelaten, want zo voelde ik me, maar het lukte niet. De pillen hebben daar dus nog geen invloed op. Ik hou nog droge ogen bij werkelijkheid en dromen.



Terug