Week 01 -2007
De mevrouw van de thuiszorg probeerde erover te onderhandelen. Ze had de aanvraag voor een stoellift gezien, maar dacht dat het beter was om te verhuizen naar een mooi appartement. Het leek haar geen goed plan om zo'n ingrijpende verbouwing uit te voeren in de oude woning waar mijn schoonouders vijftig jaar lang gewoond hadden. Gelijkvloers wonen is in deze levensfase toch veel aangenamer. Maar mijn schoonmoeder hield voet bij stuk. Haar man wil tot zijn dood in zijn huis blijven en zij slaapt pas weer rustig als er een stoellift is, zodat hij 's avonds naar boven kan en 's nachts weer gewoon naast haar in bed ligt. De dame van de thuiszorg gaf zich uiteindelijk gewonnen.
"Goed, we zullen uw aanvraag goedkeuren, maar het duurt nog wel een maand of drie voor we het kunnen uitvoeren."
"Ik ga denk ik schreeuwen van vreugde," had mijn schoonmoeder tegen haar gezegd.
Wie wil dat niet? 's Nachts een lichaam naast je om warmte en troost bij te zoeken, om je aan te ergeren als hij jouw helft inpikt.
Ze mist hem. Af en toe kruipt ze onhandig op het bed dat in de huiskamer staat om bij hem te komen, probeert haar arm om hem heen te slaan. Soms laat hij het toe. Als ze met zijn pillen komt reageert hij geërgerd.
"Die hoef ik niet," zegt hij. "Ik heb geen pijn."
"Het moet van de dokter," dringt ze aan.
"Ik heb ze al ingenomen," antwoordt hij als laatste poging de baas te blijven over het steeds kleiner wordende leven.
Als even later iemand binnenkomt en het nog eens probeert slikt hij ze braaf met een beetje water naar binnen.
Geduldig luister ik als ze me vertelt over de dame van thuiszorg die dagelijks komt om mijn schoonvader te wassen.
"Ze heeft tot het einde voor haar man gezorgd," zegt ze. "Maar hij werd steeds lastiger. Volgens haar worden mannen vervelend tegen hun vrouw."
Met opzet praat ze luid, maar mijn schoonvader negeert het gesprek.
Het huwelijk is een dwaze onderneming. Een leven lang vechten twee mensen met elkaar om hun territorium te beschermen, waken over hun onafhankelijkheid, maar kunnen niet buiten de beschutting van het vertrouwde samenzijn. Het schijnt de moeite waard te zijn, want gehuwde mensen zijn gezonder en gelukkiger. En als één van de twee partners sterft, volgt de ander vaker dan je logischerwijs zou mogen verwachten. Bij voorkeur aan een gebroken hart: een massief infarct.
Op de avond voor kerst hadden we hem weten over te halen mee te gaan naar een Thais restaurant. Ze zaten naast elkaar, tegenover ons. Zij blij, dat het leven weer even leek op voorheen zoals ze het gewoon was, zonder de schaduw van dat ziekenhuisbed in de huiskamer. Ze giechelde als een schoolmeisje. Hij at goed, tevreden dat hij weer iets binnen kreeg waarin oosterse kruiden verwerkt waren en waarin pepers zaten, die hem herinnerden aan de tijd dat hij nog alles kon. Het leek of ze gelukkig waren samen. Af en toe raakte ze hem aan met haar hand. Ik complimenteerde hem met zijn mooie pak en bijpassend overhemd, waarop hij glimlachte en zij trots glunderde.
"Wie heeft je zo glad geschoren?"vroeg ze.
Hij haalde zijn schouders op en ik besefte dat bij hem door de bijwerking van zijn medicijnen scheren overbodig is geworden.
"O, je hoeft je natuurlijk niet meer te scheren," zei ik.
Ze reageerde geërgerd en zei beslist: "Hij moet zich nog wel degelijk scheren."
De volgende dag waren ze bij ons thuis. Er waren veel familieleden. Hij at veel en vond alles lekker. Het duurde allemaal wel wat lang. Veel gangen en tussendoor cadeautjes voor de kinderen omdat we de familieleden uit Jakarta een tijd niet gezien hadden. Ongeveer een uur na het eten moest hij snel naar het toilet. Hij wilde er zelf naartoe lopen. Dat lukt hem weer sinds hij de medicijnen gebruikt. Gedurende lange tijd moet hij daar geweest zijn. Op een gegeven moment kwam Marion bij me om te zeggen dat ik moest helpen. Hij was intussen de WC al weer uit en werd geholpen bij het dichtmaken van zijn broek. Het lag op de grond en toen ik het licht aan wilde doen zag ik ook dat rondom het lichtknopje bruine vlekken op de muur zaten. Omdat het al te laat was heeft hij waarschijnlijk wanhopig gezocht. Zijn zoon bracht hem naar huis, hielp hem de trap op maar de badkamer. Voor het eerst in vele maanden was hij weer boven. Toen hij zijn pyjama aan had heeft hij gezegd: "Laat me maar in het bed boven liggen. Mamma wil dat graag."
Later werd mijn schoonmoeder naar huis gebracht. Haar boosheid was tastbaar en het leek ons beter haar even bij ons te houden. Ze is kwaad op het lot en niet op hem, maar weet niet hoe ze dat een stomp moet geven. Ze zegt me wel eens dat ze weer wil dat alles gewoon wordt en dat ze daarvoor vecht. Verbeten ondanks de rechterarm die alleen nog maar langs haar lichaam hangt, bindt ze met haar kleine linkervuist de strijd aan met alles wat niet gewoon is en weet niet meer wie ze moet raken. "Je moet niet boos op hem zijn, want hij kan er niets aan doen," zeiden we.
Thuisgekomen ontdekte ze dat hij in het bed boven lag en raakte nog meer van slag. Ze eiste dat haar zoon zijn vader weer naar beneden bracht, zodat hij gewoon weer in het bed in de huiskamer zou liggen.
Waarom komt het einde met poep, pies en potentieverlies en niet met de prachtige klanken van muziek. "Dream on you golden boy….
Gewoon is voorbij.



Terug