| Week 03 -2007 Verliezers die na een wedstrijd een hoger testosterongehalte hebben dan ervoor, gaan sneller opnieuw de strijd aan dan verliezers die een lager testosterongehalte hebben. Het staat in mijn krant op de pagina met wetenschapsnieuws. Een sappig stukje en volgens de redactie waarschijnlijk met meer nieuwswaarde dan het bericht dat als je prostaatkanker hebt, je beter twee behandelingen tegelijkertijd kunt volgen dan slechts één. Verliezen heb ik altijd vervelend gevonden. Het is me onbekend of het aan mijn testosteron lag of aan mijn persoonlijkheid, dat ik onmiddellijk de herinnering eraan wilde wegspoelen met de zoete smaak van succes. Als je lang genoeg doorgaat, word je steeds beter in wat je doet en er zit ook altijd wel een overwinning tussen, waar je dan weer lang op kunt teren. Verlies werkt louterend, terwijl winst bedwelmt. Het is ook mijn troost voor collega schrijvers. Je moet blij zijn met slechte recensies van je werk. Aan de goede heb je niets. Die zijn geschreven door mensen die gelijk hebben, maar de auteurs van slechte recensies begrijpen er niets van. Die moet je gewoon nog een keer een mooi werk voorzetten om ze de kans te bieden dat in te zien. Verliezen houdt je in leven. Betekent dan het verlies van je hormonen dat je na een tegenslag niet meer opkrabbelt? Veel van de bezoekjes aan het ziekenhuis voelen aan als verloren wedstrijden. Op het scorebord van de bloeduitslagen verschijnen de resultaten van de strijd met een onzichtbare opponent. 0-1, 0-2, 0-6, 0-11, 0-20. Het is een thuiswedstrijd in je eigen lichaam, die je dreigt te verliezen. Buiten de spreekkamer gekomen bijt je op je lip en balt de vuisten. Nog een keer ertegen aan, want we laten ons niet kisten. Het is nog niet afgelopen. Met extra energie gooi ik de drie pilletjes in mijn mond. Flinke vent! Ik ben altijd goed in verliezen geweest. Niet een goede verliezer, iemand die glimlacht als hij een klap op zijn oog krijgt en 'het is maar een spelletje' zegt. Toen ik op mijn tiende weer alleen maar als keeper bij de Christelijke Jongeren Voetbal Vereniging mee mocht doen en niet als linksbuiten, liet ik opzettelijk elke bal die in de richting van het doel kwam door. Nog altijd herinner ik me de uitslag. 0-11. Niet bepaald een voorbeeld van sportief gedrag. Ik heb nog nooit in mijn leven gewonnen bij het Monopoliespel, haatte het omdat het zo vreselijk lang duurde en degene met geduld beloonde. Eén keer ben ik huilend weggelopen toen ik als eerste al mijn namaakgeld kwijt was. Niet omdat ik verloor, maar ineens in mijn eentje was. De anderen vormden nog een gezelschap, dat iets met dobbelstenen en hypotheken deed. Nee, als ik schrijf dat ik goed was in verliezen, bedoel ik dat ik in mijn leven veel verloor, maar er zo veel door leerde dat ik toch, alles overziend, vind dat ik altijd geluk heb gehad. Nooit heb ik twee keer op dezelfde manier verloren. Alleen in de liefde was het anders. Daar heb ik doordat niet mijn verstand maar mijn hart de beslissingen nam, te weinig geleerd. Toch hing ik twee weken geleden de sleutel van de brievenbus aan het daarvoor bestemde haakje, toen ik een heldere gedachte kreeg. In Amerikaanse films zegt dan de hoofdpersoon "And suddenly I had an epiphany". In het dagelijks leven zegt nooit iemand zoiets, maar scenarioschrijvers vinden het heerlijk om zulke woorden te gebruiken. Eureka! Satori! Ik wist dat ik gelukkig was en meer van Marion hield dan ooit, juist door alle pijn die er geweest was. Door alle keren dat ik mijn verstand verloren had, mijn geduld verloor, mijn hoop dreigde te verliezen, dacht dat alles verloren was. En nu, elke keer als ik weer de brievenbussleutel ophang krijg ik dat zelfde blije gevoel als toen ik die openbaring had. Veel heb ik verloren, maar niet echt, want het moest gebeuren om te weten dat ik het had, dat ik het moest koesteren, ervoor moest strijden. De medicijnen onderdrukken mijn testosteron. Zorgen die ervoor dat ik minder snel dan ooit eerder in mijn leven de strijd weer aan ga? Juist in de wedstrijd met de sluipmoordenaar die het op me gemunt heeft, moet ik na elk bezoek aan de uroloog snel weer op de been zijn, om ook eens een keer tegen te scoren. Ik ben bereid alles te verliezen, als ik dat ene mag behouden, mijn leven met Marion, de eindeloze gesprekken met haar, onze wandelingen door New York of Rome, de ruzies, de gelijktijdige ontroering als we samen een film bekijken. Weer drie pilletjes. Goed zo. Weer een dag verder. Doorzetten. Ik bijt me in mijn leven vast, met of zonder hormonen. Wacht maar, jullie zijn nog lang niet van me af. 1-20. Terug |