Week 05 -2007
"Wist je wie ik was in die eerste tijd?" vraagt Marion me.
Ik dacht dat ze Kantjil het dwerghertje was, waar Indrakamadjojo op de televisie over vertelde. Onschuldig en ontroerend onderdeel van de jungle, met trillende neusvleugels gespannen wachtend op wat er ging komen, en vol wantrouwen voor de tijger die in me school.
Veel belangrijker is de vraag of ik wist wie ik zelf was. Dat probeer ik me vaak te herinneren. Wie ik was en wie ik werd.
Geheugenverlies heeft te maken met gebrek aan verbeeldingskracht. Onderzoek bevestigt daarmee wat we al lang weten. Mensen zijn in hun hoofd bezig met hun levensverhaal. Daarin geven ze wat ze overkomt een plaats. Met behulp daarvan kunnen ze dan ook over de toekomst nadenken. Als je niet meer in staat bent je het door jezelf bedachte leven voor te stellen, verliezen de herinneringen hun betekenis en worden het losse anekdotes zonder belang. De toekomst heeft geen zin meer. Het kralensnoer van het verhaal, waarmee je alles weer aan het oppervlak van het bewustzijn weet te brengen, is verdwenen. In het onderzoek dat dit aantoont, konden mensen soms nog wel aan de hand van een aan hen getoonde foto geïsoleerde herinneringen beschrijven, maar ze bleken niet in staat er een gedetailleerd scenario van te maken.
Dat onze herinnering afhankelijk is van onze verbeelding is mede bepalend voor waarom wat we nog weten nooit exact overeenkomt met wat er werkelijk gebeurd is. Het is namelijk van groter belang dat het in het scenario past om te kunnen worden onthouden, dan dat het als een exacte kopie van wat echt gebeurde in ons hoofd rond spookt.
Marion herinnert zich andere dingen van wat er in 1971 gebeurde. Ik werd dat jaar drieëntwintig en moest wennen aan een nieuw scenario. Van het ene op het andere moment was ik terecht gekomen van een film over een eenzame cowboy of geheimagent met een license to kill, in een liefdesgeschiedenis met twee hoofdrollen. Ik wist niet hoe dat precies ging en hoewel ik vol overtuiging mijn best deed, speelde ik nog regelmatig een geheel verkeerd karakter in het nieuwe script. Zelf ben ik goed in het vergeten van pijnlijke gebeurtenissen, maar Marion helpt me tegen al mijn wensen in om me goed op de hoogte te houden. Misschien herinner ik haar op mijn beurt ook wel aan alles wat voor haar beter verborgen zou kunnen blijven. De reden van het feit dat we deze week elkaar zesendertig jaar geleden ontmoetten en we nog altijd bij elkaar zijn, zou best kunnen zijn dat zij mij en ik haar op de hoogte houdt van de andere kant van ons verhaal. Twee scripts die niet meer zonder elkaar kunnen.
Vergeten gaat snel als het niet in het verhaal past. Zo kreeg ik deze week een brief van de radiotherapeut-oncoloog van het ziekenhuis. Ik kende dat specialisme niet, maar het staat onder de brief, samen met zijn naam, die ik ook voor het eerst onder ogen krijg. Brieven van specialisten aan de huisarts laat ik altijd aan mezelf sturen. Wat heb ik eraan als mijn huisarts in de drukte ze maar half leest? Het is handiger als ik zelf goed weet wat er aan de hand is. De bestralingsarts heeft het in zijn brief over mijn T3G2N0M0 prostaatcarcinoom. Handig, één zo'n codewoord dat alle herinneringen sinds 2002 samenvat. Daarna beschrijft hij de bestraling van de borstklierschijven en dat verliep - zo blijkt uit zijn brief - ongecompliceerd. Hij besluit met "Wij zullen patiënt niet verder poliklinisch controleren." Ironisch dat artsen altijd het woordje 'de' weglaten voor patiënt, alsof we geen uniek individu voor ze zijn. Ik hoef ook niet te worden gecontroleerd. Zelf kan ik ook wel zien dat het niet geholpen heeft en dat ik door mijn hormoonpillen weer opgescheept ben met lieve meisjesborstjes. Met een beetje voorstellingsvermogen kunnen ze ook nog best doorgaan voor de torsus van een overtrainde bodybuilder, alleen ontbreken dan de flankerende biceps en triceps, en het ondersteunende wasbordje van buikspieren. Er zit bovendien een grote ronde cirkel rond mijn tepel waar de huid donkerder is geworden, alsof ik met het omgekeerde van een bikini op het strand in de zon heb gelegen. Ik probeer me steeds te herinneren hoe het de vorige keer was toen ik de hormoonbehandeling volgde, maar kan er niet helemaal de vinger op leggen. Alles wat ik opgeschreven heb, weet ik nog, maar hoe ik het ervaren heb is al verdwenen. Vermoedelijk past het niet goed in mijn levensverhaal, waarin ik weiger patiënt of 'de' patiënt te zijn.
Als ik er over nadenk dan is de verbeelding eigenlijk juist een middel om echte herinnering onmogelijk te maken. Mensen kunnen niet met de waarheid leven en hebben verhalen nodig om de realiteit draaglijk te maken. Het wordt helemaal moeilijk als we moeten leven met de herinneringen van meerdere mensen, zeg maar met de geschiedenis, de herinnering waarover we het samen eens zijn. Klokkenluiders die ons willen opdringen hoe het werkelijk geweest is zijn daarom hinderlijke idioten, die niet begrijpen dat de geschiedenis een compromis is van onze gezamenlijke geheugens zodat we elkaar niet voortdurend afmaken uit woede over wat er allemaal echt gespeeld heeft. Ik vraag me af of dat voor een huwelijk ook geldt. Marion en ik hebben nooit onenigheid over wat er nu gebeurt. Het heden is slechts iets dat herinneringen oproept met iets dat vroeger is voorgevallen en leidt tot een behaaglijk gevoel of ergernis. Wordt een huwelijk pas ideaal als de Alzheimer begint of blijf je tot het einde toe discussieren over hoe het allemaal zo gekomen is?



Terug