| Week 07 -2007 Tussen het douchen - na ons gezamenlijk renrondje - en het kleden voor een bruiloft, waren we op bed beland. Geluk? Het zit in alles verscholen. De glimlach van mijn kleindochter zodra ze me ziet. Een goedlopende zin waarin een verrassende wending zit. Een valluikzin noem ik zo'n zin. Het leest soepel en vermoeit je hersenen nauwelijks, maar in eens brengt hij je ergens anders. Of een foto die precies uitdrukt wat me ontroerde toen ik iets zag en mijn camera pakte. Dat gestolen moment. En die ochtend op bed, na het wonder van de liefde, naakt, gewichtloos en zonder verdere wensen. Buiten achter het raam dat alle geluiden tegenhoudt, straalde de wereld. Vanuit waar ik lag, zag ik de toppen van de bomen - links een kale populier, rechts een trotse naaldboom - en een strakke blauwe hemel. Ons slaapkamerraam is langwerpig. Wat ik door het gecreëerde kader zag gaf de indruk van een Japanse houtsnede. Kon het nog mooier worden, vroeg ik me af. Op dat moment kwam van links op een derde van onder een vliegtuig het beeld binnen en tekende een kaarsrechte witte lijn door de hemel. Alsof de perfectie alleen deze onderstreping nog nodig had. Slechts een paar minuten was het me gegund naar die volmaakte wereld te kijken. De witte lijn vervaagde, viel uiteen in brokken en was al snel weer helemaal verdwenen. Het was goed dat Marion net naar de badkamer was gegaan om de dingen te doen die voor vrouwen noodzakelijk zijn na het bedrijven van de liefde, anders had ik uit moeten leggen waarom mijn ogen nat geworden waren. Ik hou van bruiloften. Het zijn gelegenheden vol belofte, waar ouders hun kinderen opleveren en er vooruit gekeken wordt. De toekomst is het enige dat op zo'n dag telt, het verleden hoogstens een vrolijke anekdote in de ongevraagde sketches van de bruiloftsgasten. Er worden grappen gemaakt op wie het eerste kind dat zal komen gaat lijken en men maakt zich zorgen over de huizenmarkt omdat de jonggehuwden geen woning kunnen vinden die voor hen betaalbaar is. Maar bij dit huwelijk was het anders. Ze kenden elkaar al vierentwintig jaar en hun drie kinderen waren al uit huis. Het had meer weg van twee mensen die ongeduldig geworden waren en een jaar eerder hun vijfentwintig jarig huwelijksfeest vierden. Een toneelstuk met volwassenen in kinderkleren en het ging die dag niet over de toekomst, maar alle vreugde en teleurstellingen uit het verleden passeerden nog eens de revue. De ontroering kwam niet voort uit de hoop, maar had met nostalgie te maken. Tijdens het diner liet hun dochter foto's zien van een gezinsleven dat al vierentwintig jaar duurde. Ontmoetingen, vakanties, etentjes. Ze waren duidelijk ooit jong geweest. De foto's bewezen het. Onbezorgde lachende gezichten. Ik herinner me nog dat hij in haar leven kwam. Een aardige jongen. Nu wordt zijn haar dun en loopt hij iets voorover. Omdat haar leven voor die tijd in het teken stond van een aaneenschakeling van kortstondige relaties, verwachtte ik niet dat hij zou blijven. Ineens waren er kinderen en voor ik het door had waren die volwassen. "Wat is dat toch confronterend," zei de dame die rechts naast me zat. "Die foto's van de kinderen. Wat gaat het allemaal toch snel." Thuis, in onze kast liggen honderddertig fotoboeken. Elk jaar levert wel drie of vier verzamelingen van herinneringen op. Waarom plak ik ze in en bewaar ik alles? Ik kijk er nooit meer naar sinds ik het vonnis van mijn dokter te horen kreeg. Het gaat me te snel en ik wil niet telkens melancholiek worden. Het is veel beter om nieuwe foto's te maken. Van Helena, van Marion, van Kaja, van Elle, van David en Feline. Inplakken en opnieuw mijn camera pakken, voor de tijd me ingehaald heeft. Rondom me ging het gesprek ineens over kinderen. Marion en ik zijn jong begonnen en zijn daarom ook relatief jonge grootouders. De anderen waren daar niet aan toe en over kleinkinderen werd die avond daarom nauwelijks gesproken. Ook wolken waren geen gespreksonderwerp. Dat kwam vooral omdat ik er zelf niet over durfde te beginnen. Wat is een verdwijnende vliegtuigstreep in vergelijking met kinderfoto's? Maar toch was ik die ochtend gelukkig geworden door die blauwe lucht met de witte lijn en raakte ik diep bedroefd omdat het volmaakte geluk zo snel verdwenen was. Nooit slagen we erin het vast te pakken en voor altijd bij ons te houden. Gelukkig kwam de ober mijn glas bijvullen. Proost, op de toekomst dan maar en op het eeuwig zoeken naar die vluchtige volmaakte wereld. Terug |