| Week 09 -2007 Als ik vertrokken ben om boodschappen te doen, zoekt Helena me in alle kamers. Marion vertelt hoe mijn kleindochter op haar beentjes van zestien maanden naar mijn computer loopt. "Opa, opa," zegt ze met die prachtige P van klapzoen tegen de voorzijde van haar lippen. Er is er maar één die me zo noemt en het ook zo mooi uitspreekt. Ik begrijp mannen van mijn leeftijd niet, die het vervelend vinden dat hun kleinkinderen opa tegen ze zeggen. Als Helena me niet bij de computer vindt loopt ze naar de serre, waar mijn bureau staat waar ik zit als ik dingen met de vulpen wil schrijven. Zwarte inkt en krassend geluid op het papier. "Opa, opa," roept ze, maar ik ben er niet. Daarna begint ze met haar tocht naar de keuken. Kleine snelle stapjes, de benen wijd door de luier. Als ik niet werk, ben ik meestal bij de oven te vinden. "Opa, opa." Uiteindelijk geeft ze het op, maar als ze me later de sleutel in het slot van de voordeur hoort steken stopt ze met spelen. "Opa?" Terwijl ik naar de afspraak met mijn uroloog reed dacht ik aan mijn kleindochter. Ik wil gesprekken met haar kunnen voeren, die ze zich later nog zal herinneren. Zodat ze weet ooit een opa te hebben gehad. De uroloog gaat me vertellen hoe hoog de psa zal zijn en dat is de maat die hij hanteert om te weten hoe lang ik nog gesprekken voer. "De scheidsrechter", noemt hij die psa. De onafhankelijke maat in onze onderhandeling of ik wel of niet behandeld word. Tweehonderdzesenzeventig pillen heb ik geslikt sinds de bloedwaarde weer dramatisch gestegen is. Met die pillen zullen we het omlaag brengen en daarmee het geheimzinnige proces onder controle brengen. Ik heb er zelfs geen enkele keer over nagedacht, maar de psa zou ook wel eens ondanks die kleine tabletjes gestegen kunnen zijn. Voor mij is er echter nooit twijfel geweest. Het moet gezakt zijn en is waarschijnlijk onder nul zodat ik weer met de behandeling kan stoppen en opnieuw een zorgenvrije periode tegemoet ga. Mijn uroloog ziet er slechter uit dan ik. Hij is wat dikker geworden en heeft twee ontstekingen in zijn gezicht. "Ben je magerder geworden?" vraagt hij me. "Ik train weer veel," leg ik hem uit. De vorige keer was hij ook al bezorgd over mijn lichaamsgewicht. "De psa is omlaag," zegt hij en noemt een getal met daarin een zes en een zeven. Ik versta het niet goed omdat ik voorbereid ben op iets met een nul erin of hoogstens een één. "Dat is mooi, want het was de bedoeling," voegt hij eraan toe. "We moeten ook eens gaan denken wat we gaan doen als hij toch weer gaat stijgen. Misschien de prik er weer bij." Ik negeer het, want ik heb nog geen zin om daar nu al over na te denken en we babbelen over de projecten waar ik nu mee bezig ben. Ach, ik ben zo druk. De komende jaren zijn al helemaal volgeboekt. De nacht voor ik naar de uroloog ging, sliep Marion slecht. Tegen de ochtend werd ze wakker uit een nachtmerrie. Vlak voor ik de deur uitging vertelde ze wat ze gedroomd had. We waren in een groot gebouw met veel gangen en kamers. Ze moest naar het toilet, maar toen ze daar weer uit kwam kon ze mij niet meer vinden. Ik was weg, helemaal verdwenen. Ze was verdwaald en wist niet meer in welke gang ze verzeild was geraakt. Alles leek op elkaar. Uiteindelijk kwam ze mensen tegen die de omgeving kenden en die vertelden haar dat ze in het verkeerde gebouw aan het zoeken was. Ik zou in de flat ernaast zijn en ze wezen naar een ander groot gebouw dat precies leek op dat waar ze al was. Marion wist dat ik daar niet kon zijn, want ze was tijdens haar zoektocht nooit naar buiten gegaan. Ten einde raad liet ze zich toch meevoeren en dwaalde vervolgens door andere gangen waar ik evenmin was, terwijl haar wanhoop toenam. "Dus zeven komma zes," zeg ik tegen mijn uroloog als ik vertrek en verberg mijn teleurstelling. "Nee, ben je gek," zegt hij. "Zes komma zeven." Mijn stemming verbetert onmiddellijk. Binnen een kwartier is de psa al weer bijna een hele punt gezakt. Ik ben er nog. Het zal omlaag gaan en het gezwel wordt teruggestuurd naar zijn hok. Af! Ga liggen! Laat ik niet merken dat je mijn geliefden lastig valt! Nog een paar honderd van die pilletjes. Het kan me niet schelen. Voorlopig ben ik er nog. Een mevrouw met de bijbelse naam Eva interviewt me later in de week voor een religieus getint radioprogramma. "Wat zou u god willen vragen?" legt ze me voor. Nadat ik wat heb tegengesparteld door te wijzen op het feit dat ik God nooit iets vraag, dat zo ik al enige waarde hecht aan het begrip God ik hem nooit oren toedicht en als hij mocht bestaan God iemand zou zijn als ikzelf en waarom zou ik die iets vragen waar ik zelf het antwoord al op ken, zeg ik: "Of ik nog wat extra jaren mag." Dan hoeft Marion niet te verdwalen en vindt Helena me gewoon achter de computer of in de keuken als ze met me wil praten. Terug |