Week 14 -2007
Gemiddeld duurt het zeven jaar voordat een weduwe of weduwnaar over het verdriet van het verlies van de partner heen is en weer het gevoel van geluk bereikt van daarvoor. Het duurt maar een jaar of twee voor de roze wolk van jonggehuwden verdampt is. Ik weet niet precies wat dat betekent, maar het lijkt of je in een relatie gedoemd bent ongelukkig te zijn. Je bent slechts een paar jaar in staat om jezelf voor de gek te houden en zelfs nadat je van de partner verlost bent maakt hij nog lang je leven zuur. Het gaat hier om resultaten van een onderzoek naar hoe grote gebeurtenissen in mensenlevens het geluksgevoel op lange termijn beïnvloeden. Voor sommigen leidt een scheiding tot depressie, maar voor anderen tot bevrijding en geluk. Er zijn beslissende gebeurtenissen in je leven en de vraag is of je geluk voorgoed kan veranderen. Je gaat door het leven met het idee dat je een zondagskind bent. Alles lacht je toe. Maar op een dag verandert het allemaal. Je komt bij de dokter en die zegt dat je kanker hebt.
Bij mij heeft het ongeveer twee weken geduurd. Het gevoel dat alles verloren was. Dat is wel iets heel anders dan de zeven jaar van een weduwnaar. Ik ben voor het geluk geboren. Alles draagt daar aan bij. Mijn kleinkinderen maken mij bijvoorbeeld gelukkig.
We filmen hoe de kinderen in de tuin bloembollen in de grond stoppen. En Feline zingt een zelf gecomponeerd lied. Zeven is ze en al geniaal. Zachtjes oefenen haar lippen de woorden keer op keer tot haar lied goed klinkt en als ze daarmee klaar is vraagt ze haar moeder het voor haar te typen. Ik zag hem op het schoolplein staan. En ben toen even naar hem toegegaan. Hij zei heb ik jou niet eerder gezien. Ik dacht wat moet je en ik zei misschien. Daarna liep hij langzaam weg. Ach had ik maar iets anders gezegd. We hebben het met de camera vastgelegd want later wanneer ze ooit beroemd zal zijn als liedjesschrijfster en zangeres zullen wij er met plezier naar terug kijken en trots zijn dat we het begin van haar carrière hebben mogen bijwonen. Ik twijfel niet aan Feline's gouden toekomst. Het enige dat ik hoop is dat niemand haar het plezier van de creativiteit af zal nemen, haar zal kwetsen omdat hij geen deelgenoot kan zijn van haar talent, bij haar eerste album een lelijke recensie zal schrijven om haar te kleineren. Ik hoop dat ze nooit het vanzelfsprekende zelfvertrouwen verliest dat ze woorden als vlinders kan laten dansen en dat ze nooit het gevoel zal krijgen dat ze er niet bij hoort als ze niet iets anders maakt dan wat haar hart haar gebiedt.
De hele week praten Marion en ik over het liedje en we kijken verschillende keren naar het filmpje, dat Marion gecomprimeerd heeft en over de hele wereld heeft rondgezonden. We krijgen reacties en kijken nog een keer. Zo rekken we de mooie momenten.
Deze week belde ook de uroloog op, van wie ik ten onrechte dacht dat hij wilde dat ik een boek zou gaan schrijven over wat zich zo allemaal in zijn spreekkamer afspeelt. Hij bleek een aardige man en was betrokken bij de opleiding van andere artsen.
"Als ik je boek lees of dat boek van Kluun," zei hij. "Dan heb ik toch het gevoel dat we het als artsen niet goed doen. Zou je eens een dag in de spreekkamer van de artsen die we opleiden erbij kunnen zitten, observeren hoe ze met hun patiënten omgaan en ze dan daarna feed back willen geven."
"Leuk," antwoordde ik.
We voerden daarna nog een prettig gesprek over van alles en nog wat, maar vooral over de redenen waarom artsen zo vaak de communicatie met hun patiënten op zo'n manier stroomlijnen dat hen wel de helft moet ontgaan. Hij zat in de auto op weg naar het ziekenhuis en leek alle tijd te hebben. Toen hij daar aangekomen was en het gebouw binnen wilde gaan, vroeg hij me: "Mag ik je ook nog iets anders vragen? Iets persoonlijker?"
"Natuurlijk."
"Waarom maak je je toch zo druk om die psa. Het is toch maar een bloedwaarde. Je bepaalt toch zelf hoe je je voelt. Daar heb je die psa niet bij nodig. Zo belangrijk is die bloeduitslag nu ook weer niet. We weten helemaal niet of het beter is als mensen een lage psa hebben."
Ik sputterde wat tegen omdat ik me een beetje ter verantwoording geroepen voelde. Mijn eigen uroloog laat regelmatig de psa vaststellen en natuurlijk ben ik nieuwsgierig en wil ik weten of die gestegen is. De psa is het enige dat me eraan herinnert dat ik kanker heb. Er is verder helemaal niets in mijn bestaan dat me dat vertelt. Zou die psa nul zijn, dan zou ik zelfs helemaal niets meer van de kanker merken, behalve de klachten die ik over heb gehouden aan de behandeling.
"Ja, ik hoor me er ook niet mee te bemoeien," zei hij. "Maar als je die medicijnen niet wilt slikken omdat je de bijverschijnselen niet prettig vindt, doe dat dan niet omdat de psa wat hoger uitvalt. Als je nu klachten zou hebben is het iets anders."
Mond vol tanden. Later besefte ik dat ik had moeten zeggen dat hij nog nooit mijn kleindochter heeft zien zingen en dat het alle reden is om te blijven leven, zo lang het kan en te horen wat ze zingt als ze zeventien is, wat de bijwerkingen ook zijn. En ook had ik moeten zeggen dat hij onze Helena zou moeten zien, die anderhalf is en als haar grote zus het podium verlaten heeft het papier waarop de tekst van het lied staat opraapt en schommelend in haar luier de zang van het lied nadoet. Af en toe gooit ze er een herkenbaar woord in. Omaaaa, opaaaa. Haar wil ik over twintig jaar ook nog zien optreden.
Als die psa me het gevoel geeft dat ik daarmee op tijd de behandeling weer kan beginnen zodat ik zoveel mogelijk jaren leef, dan is dat tenminste een houvast voor me. Kwaliteit van leven meet ik niet af aan wat er met mij gebeurt, maar aan het geluk dat ik mag ervaren als mijn kleindochters zingen.



Terug