Week 15 -2007
Tot haar negenenvijftigste stond Murielle Lavallee uit Montreal in Canada bij de ingang van Walmart te dagdromen over wat ze zou gaan doen als ze geld had. Ze was gastvrouw van de plaatselijke supermarktvestiging. Toen hoorde ze dat ze kanker had. De cellen die in het ziekenhuis onder microscoop gelegd werden waren volgens de patholoog van het ziekenhuis uiterst kwaadaardig. Het was september 2004. Haar arts vertelde haar dat de vooruitzichten niet zo best waren en zorgde ervoor dat ze zo snel mogelijk chemotherapie kon ondergaan. Vier maanden duurde dat. Haar haar viel uit, ze had geen gevoel in armen en benen meer en ze kreeg allerlei vervelende infecties. Het was een lelijke bacterie, die ze in het ziekenhuis opliep en die een paar keer terugkwam. Het werd zo erg dat de behandeling moest worden afgebroken. Een week na het stoppen van de chemo, in maart 2005, kreeg mevrouw Lavallee te horen dat ze helemaal geen kanker had. De patholoog had zich vergist. Volkomen van slag was ze door die mededeling en ze heeft de arts en het ziekenhuis aangeklaagd. Honderdvijfenvijftigduizend dollar eist ze ter genoegdoening. Door de behandeling heeft ze nog steeds allerlei klachten en ze kan haar werk niet meer doen. Haar zoon wil 25.000 dollar want hij heeft ook erg veel geleden en haar beste vriendin, die het er ook niet gemakkelijk mee heeft gehad, eist 20.000 dollar.
Soms fantaseer ik dat de dokter zich bij mij vergist heeft. Het is zelfs nog gekker en blijft niet bij fantasie. Regelmatig betrap ik me erop dat ik overtuigd ben dat er een vergissing is gemaakt. Dergelijke optimistische gedachten nestelen zich in mijn hersenen als behaagziekte huiskatten op je schoot. Ongevraagd zitten ze daar en spinnend en knorrend leiden ze je van de werkelijkheid af. Het kost dan inspanning om de feiten bewust onder ogen te zien.
Onze hersenen verbeelden zich vaak van alles en zijn een groot deel van de dag gewoon zoek. Geen idee waar ze zitten en we moeten ze, indien nodig, bewust bij de les roepen. Bij een onderzoek onder studenten bleek dat ze hun gedachten er dertig procent van de tijd niet bij hadden. Ze kregen een piepertje mee, dat acht keer per dag afging. Dan moesten ze een aantal vragen beantwoorden over wat ze aan het doen waren en waarover ze dachten. De geest bleek onverwacht vaak onvindbaar. Dat gebeurt meestal bij vermoeidheid, onder stress en als mensen zich vervelen. Het gebeurt minder als we ons gelukkig voelen, als we ons bewust concentreren en zo lang we leuke dingen doen. Waar zijn onze hersenen intussen mee bezig? Dagdromen, fantaseren, piekeren en vaak staan ze gewoon op de nulstand. We denken aan niets. Er is overigens grote variatie tussen mensen onderling. Bij sommige mensen zijn de hersenen 90% van de tijd op vakantie.
Ik werk hard, misschien wel harder dan ooit eerder in mijn leven. Er is nog veel af te maken en ik weet niet hoe lang mij daarvoor nog gegund is. Ik kan het me niet veroorloven de hersenen al te lang hun eigen gang te laten gaan. Ze moeten het gewoon maar met de zes uurtjes slaap doen tot mijn overvolle blaas als een piepertje in een onderzoek ze roept. Dan zijn ze weer van mij en moeten ze doen wat ik van ze vraag.
Vanmorgen pakte ik mijn dagboek en wilde gaan schrijven. Waar had ik mijn hoofd? Dat vermaakte zich elders en droomde over het bezoek van de kleinkinderen. Ineens wist ik dat het niet goed is dat mijn geest steeds zo kort gehouden wordt en altijd moet werken om de wereld te redden en Nederland gezond te houden. Mijn hoofd zweeft niet zo vaak meer ergens doelloos boven me. Ik besefte dat het een groot gemis is als mijn gedachten niet af en toe een beetje doelloos rondfladderen, om daarna plotseling op mijn pen uit te rusten en in de vorm van in zwarte inkt geperste woorden te vertellen over wat je voorbij de horizon van de vanzelfsprekende wereld kunt zien. Wanneer is de laatste keer dat ik een gedicht schreef waar niemand iets aan heeft?
Mijn hoofd hoeft ook niet altijd te weten dat ik kanker heb. Het mag best af en toe in de illusie gelaten worden dat het ook mogelijk is dat de dokter zich vergist heeft. Het mag fantaseren over de wreedheid van het lot: rijke mensen met kanker leven langer dan arme mensen met kanker. Meer verdienen, dat is de oplossing. Kan het ook door de ziektekostenverzekering vergoed worden? Het zijn zinloze gedachten die me van het werk afhouden, maar die noodzakelijk zijn voor mijn geestelijk welzijn.
In juni zal ik weer bij mijn arts zitten en hij krijgt een zoen op beide wangen als hij me vertelt dat er een vergissing is gemaakt. Een prettige gedachte. "Ronald," zal ik tegen hem zeggen. "Ik klaag je echt niet aan, maar zou je eerder willen bedanken voor de afgelopen vier jaar. Het was allemaal reuzegrappig en interessant om eens mee te maken."
Mevrouw Lavallee krijgt in juli van de rechter te horen of hij vindt dat ze erg heeft geleden door de fout van het ziekenhuis en recht heeft op meer dan dagdromen.



Terug