Week 16 -2007
'Intens verdriet is normaal na verlies' lees ik als kop van een wetenschappelijk artikel. Het zijn grappenmakers die wetenschappers. Ze werken zeker aan de Open Deur Universiteit. Als ik wat grondiger lees, zie ik dat niet alles een depressie hoeft te worden genoemd en dat mensen die iemand verloren hebben ook niet onmiddellijk antidepressiva hoeven te slikken. Wat een geruststelling. De mens heeft recht op verdriet. Niet alle droevigheid hoeft te worden weggespoeld met chemische opvrolijkers. De mens mag gelukkig treuren.
Dieren treuren ook.
Met de kleinkinderen bezoeken we de dierentuin. De zon schijnt.
"Hoe doet de leeuw Helena?"
"Grauw," doet ze met haar kleine mondje.
Er is niets leukers dan het dierenpark. Je mag over al die dieren iets vertellen en je enthousiasme voor hoe mooi de wereld is met de gretige ogen en snelle benen van de kinderen mee laten galopperen.
Voor de olifanten is veel belangstelling. Die week was er een olifantje geboren. Indra. Maar de bevalling was moeizaam verlopen en in paniek had de moeder het diertje vertrapt. De grootmoeder die haar bijstond tijdens de geboorte van Indra was haar dochter te hulp geschoten. Dat was allemaal teveel voor Indra geweest. Bezoekers hebben briefjes aan het hek gehangen met lieve wensen voor Indra en bosjes narcissen op de grond gelegd.
Nieuwsgierig gaan we bij de oppasser staan die geduldig vragen beantwoordt.
"Zijn die olifanten nu ook droevig?"
"Jazeker," legt hij uit. "De olifanten van het park gingen nadat het gebeurd was dicht tegen elkaar aan in een hoek van hun hok staan en aten niet meer. Drie dagen duurde het en toen was het voorbij."
Ouders en kinderen hangen aan zijn lippen. Hij voegt er verontschuldigend aan toe: "In de natuur kun je natuurlijk niet zonder voedsel blijven. Dan ga je zelf uiteindelijk dood. Drie dagen is al lang." Alsof die arme dieren misschien nog langer hadden moeten treuren over het verlies van Indra om voor menselijke bewondering in aanmerking te komen. Dat ze het überhaupt deden fascineert me al. Hoeveel mensen zien 's avonds in het nieuws niet dat hun medemensen onder de voet gelopen worden en blijven daarbij volkomen onaangedaan?
Soms is de eigen pijn zo groot dat er geen ruimte meer is voor het leed van de anderen, zeker als die aan de andere kant van de wereld wonen en alles net anders doen dan wij gewoon vinden. Slaat de bliksem dichtbij in, dan zijn we misschien wel begaan met het lot van onze medemens.
"Ze lag aan het infuus om dat borstkankermedicijn te krijgen," zegt de man van Marion's zus via de telefoon. "Het was de eerste keer dat ze het kreeg. Ineens werd ze bleek, begon te klappertanden, te zweten, haar hart sloeg op hol en ze kreeg koorts."
Hij belt me vanuit het ziekenhuis en slaagt er redelijk in om zijn stem te laten klinken of er niets aan de hand is. Dat heeft hij nodig. Anders kan hij straks niet weer die ziekenhuiskamer in en de sterke man spelen, die haar altijd zal helpen. Hij blijft tegen me praten en ik probeer uit te leggen dat het een shock is, dat het lichaam reageert op de vreemde stoffen die het binnenkrijgt. Zo lang ik praat stel ik mezelf gerust en daarmee hem, want woorden doen emoties verdampen. Bloeddruk. Verdeling van het bloed in het lichaam. Allergische reactie. Het is als het prevelen van een mantra. Doorgaan. Doorgaan. Tot we gehypnotiseerd zijn door de woorden die niets meer betekenen. Ohm pashti ba. Ohm pasthi ba.
Later belt hij als ze weer thuis zijn en hij haar in bed heeft gelegd. De hartslag is rustiger, de temperatuur wat lager. Hij wil misschien weer dat ik de mantra's uitspreek en ik begin alles opnieuw uit te leggen.
Als ik het allemaal aan Marion vertel zie ik haar wit wegtrekken. Ze begint te klappertanden en over haar hele lichaam te beven. Praten lukt haar minuten lang niet meer. De bliksem slaat erg dichtbij in. Mijn woorden hebben bij Marion geen enkele zin. Misschien kent ze die te goed.
's Nachts belt hij en vertelt dat de koorts weg is, haar hart weer rustig klopt en dat ze de volgende dag vol goede moed weer naar het ziekenhuis zal gaan. Nu voor de chemotherapie en een bloedtransfusie.
We hebben geen antidepressiva nodig, want we mogen ons verdrietig voelen. Maar waar zijn die grote lijven van de olifanten waar we ons in een groepje tegen aan kunnen nestelen in een hoekje van ons hok, zo ver mogelijk verwijderd van de enge wereld?



Terug