Week 18 -2007
Ik denk er eigenlijk nooit meer aan. De pilletjes slik ik routineus zonder dat ik een moment stil sta bij de reden waarom ik dat doe. Pas in de buurt van een afspraak met mijn arts ben ik er weer mee bezig. Alleen soms, als ik echt helemaal niets beters te doen heb, dwalen mijn gedachten wel eens een moment af naar mijn lichamelijke conditie en één van de dingen die ik dan overpeins is hoe het met me zou zijn gegaan als ik niet behandeld was. Zou ik dan nu pijn in mijn botten hebben door de uitzaaiingen, of - vervelender voor degenen die van me houden - zou ik al dood zijn. Die gedachten dringen zich waarschijnlijk aan me op omdat ik nooit klachten had van dat gezwel, maar wel van de bijwerkingen van de behandeling. Is het allemaal de moeite waard geweest?
In het tijdschrift Cancer van juni 2007 staat een artikel over bijwerkingen van de behandeling van prostaatkanker. Het schijnt allemaal niet zo veel uit te maken welke behandeling je volgt. Er kunnen problemen met het ophouden van urine optreden, er kunnen moeilijkheden met de ontlasting ontstaan en je potentie en libido kunnen eronder lijden. De onderzoekers vragen zich echter af of het op dat gebied ook al niet een beetje mis zat voor de behandeling. Om ons niet te ontmoedigen laten ze ook weten dat het na een jaar of twee allemaal wat beter wordt. Misschien wen je er wel aan.
De deskundigen die hun licht over het onderzoek moeten laten schijnen, lijken het als hun taak te zien alles zo veel mogelijk te bagatelliseren. Stel je toch eens voor dat al die mensen met prostaatkanker die dit lezen niet meer behandeld willen worden omdat ze bang zijn voor het verlies van de lust of omdat ze hun bolus niet meer op kunnen houden!
De plas- poep- en seksfuncties van een man van vijfenzestig zijn gewoon niet zo geweldig, schrijven ze. Mannen romantiseren bovendien graag hun potentie voordat de kanker in de weg kwam en vinden in de behandeling een welkom argument om hun verminderde seksuele prestaties voor zichzelf en hun partner te verklaren.
Eén zo'n uroloog hangt zelfs de lolbroek uit. "Ach," zegt hij. "Als ik een patiënt heb die me vraagt of hij in staat zal zijn om na de behandeling Rachmaninoff te spelen, vraag ik 'Kon je dat dan daarvoor spelen?"
Mannen houden er niet van te falen en seksualiteit is natuurlijk een gevoelig onderwerp voor mannen. Een paar maanden geleden ontving ik van mijn uitgever een tijdschrift dat een aantal stukken uit mijn boek 'Heimwee naar de Lust' had gehaald en dat als een soort interview gerangschikt had. De ijverige medewerkster van de publiciteitsafdeling van mijn uitgever had dat geregeld in de veronderstelling dat dan alle lezertjes met spoed naar de boekwinkel zouden rennen om een exemplaar van mijn mooie boek aan te schaffen.
De redactie van het blad had het nodig gevonden om ook wat ervaringsdeskundigen een kans te geven iets te vertellen. Ze mochten een soort recensie schrijven, alsof mijn mening eigenlijk niet ter zake deed omdat ik niet bij een vereniging van officiële prostaatkankerlijders was aangesloten. Dat zal wel in het kader van de journalistieke traditie van hoor en wederhoor passen. Had ik het geweten dan had ik nooit mijn goedkeuring gegeven aan de publicatie van mijn tekst in een dergelijke omgeving.
Ene Piet is de wijsneus van de klas en schrijft 'met impotentie kun je leren leven' en hij voegt er nog snel aan toe dat bij hem de lustgevoelens gelukkig niet verdwenen zijn.
Nou Piet, seksualiteit is niet eens mijn grootste probleem. De medicijnen die ik nu slik nemen me mijn geilheid niet af en staan ook nog een erectie toe. Het is meer die ontlasting. Aanvankelijk, vlak na de bestraling, leerde ik al snel dat ik voor ik ging rennen moest zorgen even naar de wc te gaan. Anders kon ik onderweg vervelende dingen meemaken. De bestralingsarts had het nog nooit gehoord: poepproblemen door het hard lopen. Nou, het komt echt voor. De lieve man adviseerde me geen pepers, prei, kiwi en ananas meer te eten. Als een echte patiënt hou ik me daar niet aan.
Tegenwoordig is een bezoek aan het toilet voor ik hard loop al lang niet meer voldoende, maar vraag ik me af of in het bos twee of drie noodstops zal moeten maken. Als ik samen met Marion door het bos ren roep ik haar toe 'even een pitstop' en dan moet ik zorgen binnen een minuut op de hurken te zitten. Op zaterdagen zijn er veel honden in het bos. Je mag wel van overbehonding spreken. Dat is niet prettig want waar een hond is, is het baasje niet ver weg. Ook in de omgeving van de golfbaan bevalt het me niet. Was dat voorheen het terrein van oudere mannen met een handicap, tegenwoordig staan er hoofdzakelijk vrouwen die recht van lijf en leden zijn, en een stevige mep kunnen maken. Zo'n golfballetje kan keihard aankomen en ik zou niet graag buiten bewustzijn met de broek op de enkels tussen de eigen productie gevonden worden door zo'n dame met een golfclub die dat balletje zoekt.
Die deskundigen kunnen zeggen wat ze willen, maar ik kan ze verzekeren dat er een groot verschil is tussen voor en na de behandeling. Vier jaar geleden was ik echt een darmRachmaninoff en nu moet ik schoorvoetend erkennen dat ik last heb van incontinentie voor ontlasting. In een artikel over wat je daaraan kunt doen lees ik dat het betekent dat je alles goed met zinkzalf in moet smeren, en inlegkruisjes en wegwerpluiers aanschaffen. Nog heel even alsjeblieft voor ik daaraan begin. Wat stelt drie keer tussen de bosjes nou voor? Ik zal met enthousiasme net als die deskundigen de bijwerkingen wel bagatelliseren. Niets aan de hand, ik doe mee aan het complot, je kunt ermee leven en ik heb gelukkig nergens last van.



Terug