| Week 22 -2007 Origineel en uniek, dat zijn we. Daarin geloven we met overtuiging, want waarom zouden we anders bestaan? Wij mensen in de westerse wereld zijn ervan overtuigd dat we met een speciale bedoeling op aarde zijn, dat heel de wereld er voor ons is en alles wat er gebeurt brengen we in verband met ons eigen leventje. Zoals ik is er geen ander. Toen ik de eerste zin van het boek Nachttrein naar Lissabon van Pascal Mercier las, raakte ik echter in de war. "De dag waarna in het leven van Raimund Gregorius niets meer zou zijn als ervoor, begon als talloze andere dagen." Waar kende ik die zin van? Had ik die zin niet al eens in een van mijn eigen boeken gebruikt? Origineel en door mij zelf bedacht. Over een man die door zijn vertrouwde gewoonten en zekerheden ingedut is en dan iets meemaakt waardoor zijn leven radicaal anders wordt. Maar dan betrof mijn zin niet Raimund Gregorius, maar Rudolf Kippenheim, Stefan Rotherman, Josef Kraeyenest, of een van de andere romanfiguren met vreemde namen die mijn boeken bevolken. Ik zoek exemplaren van mijn eigen boeken in kast en begin er in te lezen. Nu ik in mijn leven al zoveel woorden op een rij gezet heb, ben ik vergeten waar mijn boeken over gaan en of het eigenlijk wel prettig is ze te lezen. Eigenlijk alle boeken die ik geschreven heb handelen over mannen wier leven drastisch verandert door een kleinigheid, vaak iets met een vrouw of omdat er iets met hun lichaam mis gaat. Uniek is de mens misschien wel, want er is bijvoorbeeld maar één man met Marion Bloem getrouwd, maar origineel zijn we niet. Er zijn bovendien maar een paar verhalen die we elkaar vertellen. Over goed en kwaad. Over toeval en voorspelbaarheid. Over liefde en haat. Over kameraadschap en verraad. Over de angst voor de dood en het afscheid, dat je niet kunt ontlopen. Ook mensen met kanker schrijven die paar verhalen. Alleen hun toon onderscheidt ze van de anderen. Kankerschrijvers willen ermee laten zien dat ze nog steeds de baas zijn. Ze bagatelliseren de dood alsof die er niet toe doet. Marisa Acocella Marchetto, succesvol illustrator uit New York van onder andere The New Yorker, hoort op haar drieënveertigste dat ze borstkanker heeft. Dat komt even niet zo goed uit want haar leven is erg opwindend. "Now is not a good time" in haar eigen woorden. Haar kwaliteit is tekenen en Marisa verandert daarom haar avonturen met borstkanker in een cartoon, Cancer Vixen. Het is haar manier om te zeggen "ik ben er nog en niet van plan te vertrekken". Ze tekent wat er gebeurt tijdens de chemotherapie en hoe ze alternatieve behandelmethoden uitprobeert. Ze tekent het kanker raadspelletje, waarbij de deelnemers zich voortdurend afvragen waardoor ze toch die ziekte gekregen hebben. Ze tekent de dood die bij haar binnenbreekt en tegen haar zegt: "Cancer your wedding! Cancer your career! Cancer your life!" Marisa Acocella Marchetto is niet de enige die op luchtige toon over kanker schrijft. In mijn favoriete weekblad - The Lancet - lees ik over het boek 'Take off your party dress. When life's too busy for breast cancer' van Dina Rabinovitch. Ze is bezig haar zeven kinderen behoorlijk op te voeden en heeft geen tijd voor al die bezoekjes aan het ziekenhuis, want ze moet met een van haar dochters terug naar de kapper om nog iets te herstellen van het verknipte kapsel van haar wanhopige tiener. Natuurlijk is dat belangrijker! Ze gaat winkelen om een littekenchique jurk voor na de borstamputatie te kopen. Ze laat een pruik van 1800 euro maken om tijdens de chemotherapie te dragen, die ze nooit opzet. Op die manier schrijven mensen met kanker over hun leven. Niet over het drama, maar over de ironie van het lot. Ik kan niet ontkennen dat ikzelf ook een luchtige toon aansla als ik erover schrijf. Dat zwaarmoedige is maar niets en waarom zou je het allemaal nog erger maken dan het al is? Nog meer begin ik aan mijn originaliteit te twijfelen als ik lees dat Ivan Noble, een Britse wetenschapverslaggever drie jaar lang over zijn hersenkanker heeft geschreven. Het is niet alleen de verwantschap door de naam, maar ook zijn motivatie, die me opvalt. Aanvankelijk begreep hij helemaal niet waarom hij zo fanatiek begon te schrijven. Als hij bijna dood is (2005) beseft hij dat hij dat schrijven nodig had om te kunnen geloven dat hij iets terug kon doen, dat hij niet alleen hoefde te ondergaan, iets leek te kunnen veranderen aan zijn schijnbaar machteloze positie, en van iets lelijks nog iets moois wist te maken. Dat laatste heb ik zelf zo vaak gezegd als ik moest verantwoorden waarom ik over mijn kanker schrijf. Het is waardeloos, maar als ik het dan toch heb, kan ik maar beter proberen er nog iets aardigs van te maken, iets waar we samen om kunnen lachen. Terug |