| Week 26 -2007 Hij leunde nonchalant tegen de hoge tafel terwijl hij zijn voordracht hield. Emeritus was er aan zijn titel toegevoegd, hoogleraar in ruste. Zijn tongval verried zijn afkomst. In de Verenigde Staten en België had men het opsporen van prostaatkanker goed georganiseerd vertelde hij. Daarom daalde daar het aantal sterfgevallen door de ziekte. "In Nederland heeft men de hoofdvogel echter niet geschoten," zei hij. Het werd een sombere ochtend. Alles bleek slecht geregeld in ons land. De gepensioneerde professor had zijn leven lang met zijn hoofd in de prostaat gezeten en zou de risico's op kwaadaardige aandoeningen in dat orgaan ons nu wel eens even goed onder de neus wrijven. Alsof ik er verdorie niet meer dan genoeg mee van doen heb. Alle mannen van vijfentachtig hebben prostaatkanker, maar ze hebben niet genoeg tijd meer om eraan dood te gaan. In principe is het dus niet zo erg, maar het is natuurlijk wel vervelend als je het op je vierenvijftigste krijgt. Dan krijg je die gelegenheid namelijk wel. "Achthonderdduizend Nederlandse mannen hebben prostaatkanker op een leeftijd dat het nog wel iets uit maakt en ze weten het meestal niet eens. Eén op de drie heeft geen idee waar de prostaat zit. En veel vrouwen informeren bij mij waar bij hen de prostaat zit," orakelde hij. "Ze komen allemaal veel te laat omdat ze denken dat ze niet ziek mogen zijn." Buiten zag ik affiches die mijn aandacht vroegen voor maag-, lever- en darmziekten. Ook al miljoenen mensen die daar aan ten onder gaan. Tegelijkertijd staan de kranten vol met waarschuwingen over diabetes. Bijna een miljoen Nederlanders hebben die ziekte zonder dat ze het zelf beseffen. Op de radio vertellen artsen dat het aantal gevallen van huidkanker zo schrikbarend toeneemt en de mensen weten het niet. Ze gaan maar op vakantie en liggen in de zon. Alarm, alarm, de dijken breken door. Alle hens aan dek. Er moet iets gebeuren. Die rotoverheid ook. Ze hebben nog niets gedaan terwijl de gemiddelde Nederlander langzaam maar zeker uitsterft door de ellendigste ziekten. Losjes presenteerde hij nog wat gevallen uit zijn praktijk. Een vriend van hem vertelde dat bij zijn broer prostaatkanker was vastgesteld. "Dan mag jij je ook wel eens na laten kijken," had de hoogleraar gezegd. Ja hoor, hij had een psa van 7, kon behandeld worden en daardoor en door het wakkere optreden van emeritus leeft hij nu nog steeds. "Prostaatkanker is een vreselijke dood," legde de lachebek zijn gehoor voor. "Omdat het om het urogenitale stelsel gaat." De blikken in de zaal stonden op 'wat zegt u?' Hij vulde aan. "Het leidt tot incontinentie en impotentie," voorspelde hij. Als hij nog een ander acopalyptisch woord met een I had geweten had hij het ongetwijfeld in zijn opsomming meegenomen. "Het is het ergste voor een man. En ook voor zijn partner. Want die moet hem verzorgen." Ik zou ondertussen het liefst onder mijn stoel zijn weggekropen. Bijna vijf jaar heb ik het nu overleefd. Nog tien vreselijke jaren te gaan. Arme Marion! Na zijn kleurrijke lezing was het mijn beurt om iets te vertellen. Ik las met ingehouden stem de eerste zin van mijn boek 'Walvis spelen' voor. Overmoed was hier ongepast. 'Waarom kom je zo laat? Je bent nog zo jong, zei de uroloog en ik begreep dat ik me zorgen moest maken'. Daar voegde ik aan toe dat mijn psa niet 7 maar zesennegentig was. Om te illustreren dat er ook heel aardige artsen zijn, die hun patiënten niet alles ontnemen maar ook soms iets geven, voerde ik het succesnummer van mijn Iranese bestralingsarts op. Hoe hij toen ik al acht maanden in het ziekenhuis kwam als eerste over mogelijke seksuele problemen begon te praten. Dat ik het vooral moest blijven doen, had hij gezegd, vol moest houden en eventueel een pornofilmpje ter prikkeling moest huren, want als de behandeling voorbij was zou ik mijn leven toch weer op moeten pakken. Het zal wel zijn dat het in de Nederlandse cultuur niet gepast is over zulke dingen te spreken, maar wel in Iran. Met plezier besluit ik daarom mijn vertelling altijd met de woorden: "Dat alleen al heeft me doen inzien dat we in ons land asielzoekers goed kunnen gebruiken." Enigszins aangeslagen reed ik na de bijeenkomst weer naar huis terug. Het begon een beetje te regenen en Marion was niet thuis omdat ze met haar film bezig was. Het kon dus allemaal nog erger. Plichtmatig begon ik met mijn werk en surfte op het internet naar recent medisch nieuws. Daar stond het! In de Daily Telegraph van precies die dag. "Diets rich in fish oil fatty acids may help men survive prostate cancer." Ik laat me niet ontmoedigen door artsen die van de lieve heer de opdracht lijken te hebben gekregen ons alle hoop te ontnemen. Ik ga de hoofdvis vangen. Terug |