Week 28 -2007
Voor nog precies vijf dagen heb ik lycopeenpillen in de ijskast liggen. Ik slik ze nu viereneenhalf jaar omdat zelfs mijn uroloog zei dat het de moeite waard was om te doen. Lycopeen, de stof die tomaten zo'n mooie kleur geeft, remt de groei van prostaatkanker. Elke ochtend en elke avond zo'n blauwe, net iets te grote tablet met een gezonde natuurwinkelgeur. De vraag is nu echter of ik een nieuwe voorraad aan zal schaffen. Een maand geleden zag ik namelijk een berichtje op het internet langs flitsen waarin stond dat het helemaal niet helpt. Wetenschappers zouden hebben aangetoond dat het onzin is. Tomaten eten hoeft niet meer en de pilletjes kun je laten staan. Ik printte het berichtje uit en legde het bij wat andere nieuwtjes die ik op mijn gemak wilde bestuderen zodra ik er tijd voor zou hebben.
Nu ik moet beslissen of ik morgen de natuurwinkel zal bezoeken om de voorraad aan te vullen, moet ik er werkelijk serieus naar kijken. Ga ik door als een Don Quichotte met het slikken van pillen die alleen maar hoop geven? Of zal ik het gewoon laten voor wat het is en tevreden zijn met de percentages die mijn arts me voorzet? Gemiddelde cijfers van hele bevolkingen, daar baseren medici zich op. Marion's zus kreeg van haar bestralingsarts, haar internist en haar chirurg drie verschillende getallen om haar uitzicht op de toekomst kleur te geven. Er is 10%, 20% en 50% kans dat de borstkanker terugkomt. Ik zou de dokter geloven die er het meest verstand van heeft, degene die tien procent zei.
Bovenop de stapel nieuwtjes ligt vandaag ook nieuwe hoop. In Chicago tijdens de conferentie van de American Society of Clinical Oncology heeft men onderzoek gepresenteerd waaruit blijkt dat ginseng helpt tegen de vermoeidheid die bij kanker hoort, dat haaienkraakbeen echter waardeloos is en je het daarom beslist niet moet nemen, maar dat lijnzaad de omvang van prostaatkanker reduceert. Daar hebben we wat aan. Misschien mijn laatste pillen slikken en dan overgaan op 's morgens en 's avonds een lepeltje zaad. Tot die aanpak weer onderuitgehaald wordt. De onderzoekers voelen het al aankomen en voegen er onmiddellijk aan toe dat het allemaal wel leuk lijkt, maar dat het nog maar de eerste bevindingen zijn.
Op de doktersmulo krijgen wij artsen hardnekkig het idee ingepompt dat we wakers over de waarheid zijn en die stellen we vast met gedegen onderzoek. Op de radio hoor ik een arts met diploma over Chinese kruiden zeggen dat je ze nooit moet nemen, want iemand met gezond verstand slikt niet iets wat hij niet kent. Maar wat doen dan al die mensen die op advies van hun arts geneesmiddelen slikken die nauwelijks betere effecten vertonen dan placebo's en na een paar jaar uit de handel genomen worden omdat ze een grotere kans op hart- en bloedvatziekten geven, stuitbevallingen opleveren, drie kruinen veroorzaken of je opzadelen met onbedwingbare verlangens? Wiens waarheid bewaken die artsen eigenlijk? En mogen ze misschien ook hoop en troost geven of worden ze dan geëxcommuniceerd door de Nederlandse Vereniging tegen Kwakzalverij?
Hoop is goed en dromen, daar wordt de mens alleen maar beter van. Wie een droom en hoop heeft, onderscheidt zich van de mensen die van dag naar dag stommelen. Ze koesteren namelijk een groot en waanzinnig plan. Deskundigen in de planning worden misschien onwel als ze dit lezen, maar het woord droom is eigenlijk gewoon synoniem voor plan. Het is het ontwerp voor de toekomst, zoals we die het mooist vinden. Mensen met allure proberen hun dromen ook waar te maken. Ze stemmen hun handelingen en bedoelingen af op het bereiken van de blauwdruk in hun verbeelding. Plannenmakers die zonder droom werken zijn boekhouders van het cynisme. Die krijgen gelijk als ze denken dat de mens niets vermag, dat alles uiteindelijk misgaat en dat we allemaal dood zullen gaan.
Jazeker. We gaan allemaal dood. Niets is zekerder dan dat. Maar daarvoor….
Ik ga mijn stapel nieuwsberichten nog een paar keer door, maar kom het artikel over de tomaat niet tegen. Een goede fee heeft het zoek gemaakt en ik begin nu te denken dat ik het woord 'prostaat' verward moet hebben met 'tomaat'. Dat krijg je met dat snelle lezen van me. Ik heb dat vaker gehad. In 1982 vroeg ik me lange tijd af waarom mensen in Nederland affiches voor de ruiten gehangen hadden met een boos vrouwtje en de tekst 'Geen bruistabletten in Europa'.
Ik kan mijn pillen waarschijnlijk gewoon nog slikken en ik wil geloven dat het helpt. De twijfel is echter in mijn hart geslopen. Het papier is zoek geraakt op mijn slordige bureau en de wetenschap heeft misschien wel degelijk vastgesteld dat het gebruik van lycopeen zinloos is. Het enige dat me rest is om over te stappen op zaad en te wachten tot de percentages me inhalen.
Juist op dat moment vind ik een artikel over een psychologisch onderzoek. Je gevoelens in woorden omzetten vermindert de pijn. Gewoon een bijvoeglijk naamwoord vinden bij dat wat je beangstigt dempt de paniekreacties in je hersenen. Ongevormde angst is ondermijnend, maar er woorden voor vinden reduceert de paniek zodat je je weer op het leven kunt richten. Het is wetenschappelijk bewezen bij mensen die van die elektroden over hun hele schedel geplakt kregen. Zelfs is bekend in welk deel van de hersenen het effect plaats vindt. In de amygdala, het centrum dat onze emoties regelt. Dat neemt geen dokter me af. Elke dag pak ik mijn dagboek en eens per week schrijf ik dit weekboek en zo behoud ik de hoop dat het allemaal best mee zal vallen, wat de dokter me ook allemaal zal vertellen.



Terug