| Week 31 -2007 In het programma Zomergasten sprak Bettine Vriesekoop, de tafeltenniskampioene die nu correspondente in China is, over Chinese televisie en de dood. Uit het gesprek werd me duidelijk dat ze haar partner had verloren, juist toen hun kind werd geboren. "Ik zal me niet nog een keer door de dood laten verrassen," zei ze alsof een sterfgeval in je omgeving een immuniserende werking heeft en je verder je leven lang ongevoelig bent voor het moment dat het afgelopen is. Ik deed de televisie uit om na te denken of het waar is dat je aan de dood kunt wennen. Het is waarschijnlijk zoals met alles: je kunt wel vertrouwd raken met het idee, maar nooit met het gevoel. Bovendien kruipen we na elke tegenslag weer terug in het pantser van de overtuiging dat het allemaal nog wel een tijd zal duren. Om te overleven kun je niet anders dan geloven dat we morgen weer wakker worden en er dan nieuwe kansen zijn. Bijna een jaar nadat mijn schoonvader prostaatkanker bleek te hebben zijn mijn schoonouders al weer bezig toekomstplannen te maken. Ik ben in hun woning omdat mijn schoonmoeder jarig is. Er is niet zoveel bezoek als anders, maar er vallen ook steeds mensen uit hun omgeving weg. Elke maand is er wel een begrafenis of crematie. Het ziekenhuisbed is een paar weken geleden uit de huiskamer verdwenen. 's Avonds zoeft mijn schoonvader met de traplift naar zijn slaapkamer en deelt de twijfelaar met zijn vrouw. Zoals ze vroeger mopperde omdat hij haar helft van het bed in beslag nam, zo vertelt ze er nu lachend over. Het is immers een triomf over de dood dat hij haar net als ooit naar de marge van het bed drukt. Hij loopt nauwelijks nog en zijn voeten zijn vaak dik en blauw, maar hij eet zijn bord leeg en lacht meer dan hij ooit in zijn leven heeft gedaan. Wel heeft hij veel pijn. Als ik hem begeleid naar het toilet in een restaurant, vertrekt hij zijn gezicht voortdurend. Voor mijn schoonmoeder is het geen gevolg van de uitzaaiingen in zijn wervels en ribben, maar van het feit dat hij zijn pijnstillers niet heeft ingenomen. Mijn schoonvader vergeet ook vaker dingen en is niet altijd alert bij gesprekken. Dan is hij ver weg met zijn gedachten of misschien wel helemaal nergens. "Met wie ben jij ook weer getrouwd?" vraagt hij aan een van zijn schoondochters. "Wij praten tegenwoordig zo gezellig," vertelt mijn schoonmoeder. "Vooral over vroeger." Er was een tijd dat hij zich vaak een beetje leek te storen aan zijn vrouw. "Ach jij," hoorde ik hem dan zeggen. Nu zit hij glimlachend in de gemakkelijke stoel en is hij vergeten hoe je stekelige opmerkingen maakt. "Hij vergeet steeds meer," zegt ze tegen me. "Dan hebben we het over iemand in Batavia en dan zegt hij 'die man van deze' alsof ik snap wie hij bedoelt. De tijden haalt hij ook door elkaar. Was het nou voor de oorlog of erna? En de straat weet hij ook niet meer. Maar dan vraag ik door en dan ineens weet hij het weer." Zo onderzoeken ze samen de hoeken en gaten van wat er nog in zijn hoofd te vinden is over de tijd die ze samen hebben meegemaakt, over de straten die ze allebei kenden, over de mensen die in die straten liepen en hoe ze lachten toen ze nog jong waren. Telkens bouwen ze samen die wereld op. Onverwacht staat mijn schoonmoeder achter me. Ik heb haar niet aan horen komen. "Nul komma acht," zegt ze zacht alsof de anderen het niet mogen horen. Natuurlijk weet ik onmiddellijk wat ze bedoelt en ik ben blij voor haar en voor mijn schoonvader. Voor hen is het een bewijs dat de kanker bedwongen is. Ik voel een golf jaloezie opkomen, zoals ik dat sinds mijn puberteit niet meer mee heb gemaakt. Ik zou ook willen kunnen zeggen dat ik zo'n lage psa heb. Tegen zijn zoon zegt hij: "Als ik naar Jakarta kom, kan ik dan bij jou logeren?" "Volgens mij wil hij weer naar Indonesië," zegt mijn schoonmoeder. "Hij begint er zelf over." Alle familieleden zijn blij. Pa gaat weer op reis. Ze weten het zeker en ze willen wel geld bij elkaar brengen zodat hij eerste klas kan vliegen. Alles kan weer. In de keuken doet Marion's zus haar hoofddoek af. Er groeien weer voorzichtig grijze haren. Vol liefde voelen we om beurten zachtjes met onze hand, strijken over haar hoofd alsof ze een baby is. "Na de chemo komt je haar meestal mooier terug," hoor ik iemand zeggen. Alles is weer mogelijk. We leven in de richting van de toekomst en we doen of de dood achteruit kan worden geduwd. Naar later, naar ooit. Maar niet nu. Niet dit moment. We gaan eerst nog een verre reis maken. Ons haar zal eerst nog groeien, dikker, langer en met krullen. Ik zal eerst nog het eerste schoolrapport van Helena zien. Er wacht ons nog zoveel… en op de dood zijn we daarom nooit voorbereid. Die verrast ons… ooit. Terug |