Week 32 -2007
Mijn Iranese arts voelt bij mij van binnen hoe het met mijn prostaat is. Glad. Zacht. Klein. Daarna geeft hij me wat doekjes om mijn met vaseline besmeurde billen schoon te vegen. Voor ik mijn broek weer ophijs reinig ik alles snel en gooi het papier haastig weg in een vuilnisemmertje. Intussen staat hij met zijn rug naar me gekeerd mijn papieren te bekijken. Hij weet hoe het hoort en leest waarschijnlijk niet echt. Aangespoord door de vragen die hij altijd stelt heb ik hem verteld dat ik zes uur ongestoord slaap voor ik naar het toilet moet, dat ik bij het rennen in het bos op de hurken moet, en dat het met de erecties nog best meevalt.
"Met je prostaat is er niets meer aan de hand," zegt hij. "Bij jou is het hormonaal."
Dat is geen echte troost, want de hormonale variant is de meest kwaadaardige. Waar zit het dan? Want mijn bloedwaarden vertellen dat het proces ergens op ernstig ondermijnende wijze bezig is.
Thuis gekomen lees ik dat tweemaal per week bloemkool eten de kans op agressieve prostaatkanker verkleint. Dat staat in het Journal of the National Cander Institute. Ik ben vroeger een lastige eter geweest, hield de lippen stijf op elkaar en liet me nooit verleiden iets anders dan opgebakken aardappelen, sperziebonen of appelmoes te eten. Krijgt mijn moeder op haar zevenentachtigste alsnog gelijk? Had ik de bloemkool die ze me voorzette moeten eten? In plaats daarvan sloot ik mijn mond. Mijn vader hield mijn armen vast. Mijn moeder probeerde de lepel bij me naar binnen te drukken.
In mijn leven had ik om veilig te zijn 6000 keer bloemkool moeten eten en het is misschien maar 10% daarvan geworden en dat alles pas ook nog na mijn twintigste, toen Marion de regie overnam. Ergens op een eiland in Thailand waar we een paar weken verbleven aten we elke dag haaienvlees met knoflook en bloemkool omdat er niets anders was: samen twintig keer. In Indiase restaurants bestel ik Aloo Gobi omdat het lekker is: bij elkaar vijftig keer. In de groentesoep omdat het er voor de kleur wel in moet zitten: honderdvijftig keer. De keren dat ik zelf zo'n grote witte kool bij de supermarkt uitkoos zijn ook te tellen: hooguit tien keer per jaar, dus bij elkaar vierhonderd. Het is niet voldoende geweest om de prostaatkanker te voorkomen.
Of het nu door dat bericht komt, doordat ik bij Marion op de filmset geweest ben of omdat me tijdens een interview gevraagd is wat ik ga doen als de kanker me werkelijk op de knieën dwingt, ik in mijn broek plas, overal bij geholpen moet worden en niet meer de man kan zijn die ik altijd geweest was, ik weet het niet, maar ik heb de nacht erna een vreemde droom.
Marion en ik zijn acteurs in een spannende film en zitten midden in de opnamen. De andere acteurs zijn allemaal bekenden van ons, familieleden en vrienden, maar ik herken ze niet individueel. Ik heb de film die we maken al eens gezien en weet hoe die af gaat lopen. We zullen sterven. Iedereen in de film gaat trouwens dood. Een helikopter is boven een jungleachtige omgeving naar ons op zoek. We durven niet te dicht naar de rivier te gaan, want daar varen boten heen en weer die op zoek naar ons zijn. Overal om ons heen zien we de dode lichamen liggen van de mensen die ze al gevonden hebben. Het kan niet lang meer duren en dan zijn ook wij aan de beurt. Ik hoor het geluid van de mitrailleur in de open deur van een helikopter boven me en weet wat er nu gaat gebeuren.
Precies op dat moment word ik wakker. Weer net op tijd gered en niet door de bloemkool. Ik ga uit bed en begin blij aan een nieuwe dag. Die heb ik toch maar weer mooi gekregen. De dwaze optimist, die van alles iets moois wil maken pakt de draad weer op.
Het mag dan hormonaal zijn, maar er is ook iets met mijn karakter dat bij heeft gedragen aan de situatie waarin ik me nu bevind. Ik ben altijd koppig geweest en liet me niet gemakkelijk verleiden iets anders te doen dan ik in mijn hoofd had. Ook als mijn moeder een gulden op tafel legde, naast mijn bord, en zei dat ik die mocht hebben, opende ik mijn mond niet voor de lepel en bezweek niet. Instinctief besefte ik dat zodra ik toegaf, de strijd voor altijd verloren was. Voor iemand die een kwartje zakgeld per week kreeg, was een gulden erg veel geld. Het onderstreept ook dat mijn moeder zich werkelijk grote zorgen over mijn voeding en gezondheid moet hebben gemaakt.
Straks ga ik naar Albert Hein om boodschappen voor het weekend te doen. Wat zal kopen? Ik heb geen zin in bloemkool. Het is bovendien te laat om nog iets te voorkomen. De helikopters zijn al boven me. Broccoli schijnt wat minder goed dan bloemkool te zijn, maar het verkleint de kans op prostaatkanker ook enigszins. Mijn Iranese arts zegt: "Wat mij betreft hoef je niet elk half jaar meer terug te komen. Laten we over een jaar afspreken."



Terug