Week 33 -2007
Marion was om zeven uur 's morgens thuisgekomen. De hele nacht had ze gewerkt. Nachtopnamen voor de film. Opgewonden vertelde ze erover voordat ze er zelfs maar aan kon denken te gaan slapen. Vervolgens ging ze liggen en ik stond op. Die ochtend leefde ik op mijn tenen en had me voorgenomen haar tegen drie uur met een broodje zalm en thee te verrassen. Om twaalf uur ging echter de bel. Wie kon dat in hemelsnaam zijn? Snel opende ik de deur, nam mijn bezoeker bij de arm en trok hem mee naar buiten, zodat Marion er geen last van zou hebben. Aan de voetstappen in de badkamer boven hoorde ik dat het te laat was.
"Heb je dat boek nog gelezen van professor Simoncini?" informeerde mijn buurman. In zijn rechterhand had hij twee mobiele telefoons en in zijn linker een stethoscoop.
"Natuurlijk," zei ik en loog maar gedeeltelijk, want ik had een paar fragmenten doorgenomen. Het had me niet verleid om meer te lezen.
"De man is zo slim," zei mijn buurman. "Hij wordt overal ter wereld uitgenodigd om over zijn aanpak van kanker te praten. Het is een publiek geheim dat hij een dezer jaren de Nobelprijs zal winnen. En waar denk je dat hij het komende weekend is?"
Mijn buurman keek me vol verwachting aan. Ik besefte dat ik niet moest zeggen: "Zeker bij jou."
"Geen idee," antwoordde ik. "Waar is hij?"
"Hij logeert bij mij!" zei hij.
Ik probeerde te kijken zoals het hoort als iemand die bij jou in de straat een toekomstig Nobelprijswinnaar te logeren heeft.
"Wil je hem ontmoeten?" vroeg mijn buurman. "Dan nodig ik misschien ook nog wat andere mensen uit. Ken je professor V? Een heel intelligente man. Deed vier klassen gymnasium in één jaar. Is nu ook patiënt van me."
"Graag," zei ik. "Maar ik ben wel een beetje druk dit weekend, want mijn vrouw is bezig met die film en zo."
Hij gaf me zijn telefoonnummer.
"Ik probeer je wel te bellen," zei ik.
Het moet niet overtuigend geklonken hebben, want twee dagen later belt hij me op. De afspraak kan wat hem betreft die zelfde avond nog doorgaan. Snel lees ik wat de Italiaanse professor bedacht heeft om iedereen van de kanker te genezen. De man heeft ontdekt dat kanker een schimmel is en met een infuus van natriumbicarbonaat valt het allemaal gemakkelijk te genezen.
"Tulio," zegt de Italiaan als ik zijn hand schud.
De professor en ik zitten met zijn tweeën op de bank en mijn buurman in een gemakkelijke stoel er tegenover. De man die vier klassen gymnasium in één jaar deed is er niet. Het monopoliespel van de kinderen staat op de salontafel. Met tegenzin vertel ik mijn ziektegeschiedenis; ik weiger mezelf als een zieke te beschouwen.
De hoogleraar uit Rome, arts en filosoof, luistert aandachtig en geeft dan zijn oordeel. De behandeling is tot nu toe goed geweest vindt hij, maar na dit alles moet ik definitief van die kanker af. Dat zou het beste zijn.
"Wat kan hij dan het beste doen?" vraagt mijn buurman.
"Bicarbonato in the arteria pubis," zegt Tulio zeer definitief. Het kan in de kliniek van mijn buurman gebeuren.
"Ik ben vaak in Rome," zeg ik om tijd te winnen, want ik zie er tegen op om die zelfde avond nog ergens in een kamer die ik niet ken met een naald in mijn arm te liggen. "Dan ga ik daar wel een keer langs."
Uit het gesprek tussen mijn buurman en zijn Italiaanse collega blijkt dat het op een of andere manier niet goed mogelijk is om in Rome de behandeling te ondergaan. Ik versta het Italiaans vrij goed, maar om het te spreken voel ik me niet op mijn gemak. Daarom heb ik steeds Engels gesproken.
"Hoe zit dat toch?" vraagt mijn buurman in diens taal aan de Italiaan. "Je mag toch niet meer praktiseren." En tegen mij zegt hij in het Nederlands: "Je snapt wel dat hij niet met die goedkope natriumbicarbonaatinfusen mag werken. Iedereen werkt hem tegen. Een hele industrie van tests, medicijnen, klinieken, waar wereldwijd miljarden in omgaan voelt zich bedreigd. Het is allemaal net maffia."
"Nee," antwoordt de kankerheler. "Ik kan wel praktiseren, maar ik ben uit de orde van de geneesheren gezet. Ze hebben twee patiënten opgestookt om een klacht tegen me in te dienen wegens poging tot moord. In de media hebben ze me daarna afgemaakt. Als je in Italië in een interview zegt "I am not stupid" dan halen ze dat woordje 'not' er uit. Op een gegeven moment nodigden ze me uit bij Striscia la Notizia om mijn kant van het verhaal te vertellen, maar het was een val."
"Dat is toch dat programma dat door die lekker meid gepresenteerd wordt," zegt mijn buurman die goed bekend blijkt te zijn met de Italiaanse televisie. En tot mij: "Umsinger, een juf die een schoonheidswedstrijd in Oostenrijk won en nu in haar blote billen een programma presenteert."
"Hoeveel gevallen van prostaatkanker zoals hij heb je nu al genezen?" vraagt mijn buurman.
"Vijftien," zegt de man die zich door een billenprogramma bij de neus heeft laten nemen.
"Ik laat nog van me horen als ik in Rome ben," zeg ik. "Nu moet ik naar huis, want ik heb straks een afspraak."
"Ik zou het gewoon doen," zegt mijn buurman als we naar buiten lopen. Hij is altijd bijzonder aardig tegen me. "Wat kan je nou met zo'n infuus verliezen? Nee heb je, ja kun je krijgen."
De afspraak waarover ik sprak is er een met google. Op mijn gemak zoek ik het allemaal op en in tien minuten weet ik meer dan nodig is. Het lijkt allemaal nog iets erger te zijn dan het gesprek al deed vermoeden. Een professor uit Rome die echt slim is zou moeten weten dat je je niet in moet laten met een programma dat Striscia la Noticia heet. De dame heet Michelle Hunziker en er zijn duizenden sites met afbeeldingen van haar borsten en billen op het internet te vinden.



Terug