| Week 37 -2007 Vijf boeken moet ik meebrengen. Het is voor een interview tijdens de 'Manuscripta', een manifestatie ter gelegenheid van het nieuwe boekenseizoen. Dat er een boekenseizoen bestaat was me volledig ontgaan en ik heb altijd gedacht dat je het hele jaar door kunt lezen. Ik loop langs mijn boekenkast. Daar staan duizenden boeken en ik zou niet weten welke schrijvers ik mee zal vragen. Het moeten boeken zijn die iets voor me betekenen en me geïnspireerd hebben. In verschillende fasen van mijn leven zijn dat steeds wisselende auteurs geweest. Een vaste vriend huist er niet in mijn boekenkast. Sommige mensen hebben een trouwe metgezel, zoals de bijbel, waarin ze telkens weer lezen. Ik niet. Als het boek uit is, is het uit en moet ik verder naar het volgende. Er is in mij een onstilbare honger te weten wat er nog meer is. Het kiezen van je lievelingsboeken is enigzins een statement. Kijk naar mijn boeken, dit is wie ik ben. De verleiding om te laten zien hoe slim je bent en wat een geweldige smaak je hebt, schuilt om de hoek. Dan neem je wat klassiekers en boeken die niemand kent mee. Of ga je terug naar je warmste gevoelens bij boeken? Hoe ik toen ik veertien jaar oud was 's winters als het buiten vroeg donker werd op mijn buik op de grond bij de kachel in de huiskamer de verhalen van Tsjechov las. De boeken over de jodenvervolging in de tijd dat ik nieuwsgierig werd naar mijn achtergrond. Hoe Herman Hesse mijn leven binnen wandelde toen ik een twintiger was. Hoe toen ik een paar jaar getrouwd was Italo Svevo me vervoerde met zijn ironische manier van schrijven over mannen en vrouwen. Later kwamen de boeken van Joseph Conrad die de wereld rondvoer in een tijd dat we haar nog maar nauwelijks kenden. Hij schreef over de witte, 'beschaafde' man die in de Afrikaanse of Aziatische wildernis komt en daar aan lager wal raakt. Ik kan zo mijn hele leven aan de hand van boeken die ik las invullen. Voor de tijd met kanker zou ik overigens geen boek kunnen bedenken dat me zo inspireerde dat het nog iets toevoegt. Toch is me gevraagd daar ook over na te denken. Niet over mogelijke boeken, maar over een film die ik zou willen vertonen in een Utrechtse bioscoop, waar we vervolgens gezellig met kankerlijers over gaan praten. Een middagje onder ons. Het is een zelfde soort moeilijke opdracht. Ik heb de initiatiefnemers van die kankerfilmvoorstellingen nog niet teruggeschreven omdat ik geen keuze kan maken. Ik zou 'Opname' kunnen kiezen omdat ik daar zelf ook nog een rol in speel. De film van het werkteater werd beloond met een Gouden Leeuw op het filmfestival van Venetië en is gebaseerd op twee toneelstukken over sterven in een ziekenhuis. Een van die stukken, 'als de dood', werd een belangrijk deel van mijn leven omdat ik twee jaar lang vier keer per week in de bus van de theatergroep stapte op weg naar een stad in ons land om daar het publiek in verwarring en ontroering te brengen. Shireen Strooker, Gerard Thoolen, Yolande Bertsch, Olga Zuiderhoek, Hans Man in 't Veld, Cas Enklaar en ik. Mensen met goede smaak kiezen natuurlijk nooit iets dat ze zelf hebben gemaakt. Hoewel 'Opname' natuurlijk maar voor een deel iets van mij is, lijkt het me toch ongepast het te kiezen. Hollywooddrama's over mensen die te jong aan een onverwacht ontdekt gezwel bezwijken lijken me evenmin goede keuze. De violen zetten op het verkeerde moment in en beletten je om zelf te denken en te voelen. Het enige waar ik tot nu toe op gekomen ben zijn twee oude films. 'Invasion of the bodysnatchers' en 'The trifids are coming'. Het zijn films uit de jaren vijftig en zestig waarin geheimzinnige bedreigingen ons leven ondermijnen. Na afloop zou ik dan willen praten over hoe belachelijk het is dat mensen met kanker de laatste maanden, jaren die ze hebben laten beheersen door hun eigen angst en die van anderen. Je kunt het ook breder trekken en samen praten over hoe we eerst bang waren voor een oorlog met de Russen, daarna ons zorgen begonnen te maken over een invasie door de bewoners van Mars, vervolgens geheime complotten van sluwe zakenlieden en politici vreesden die onze planeet verkochten voor eigen gewin en ons ten onder zouden laten gaan aan klimaatrampen, waarna we bang werden voor terroristen uit andere landen die gewoon tussen ons wonen. Maar altijd bleven we doodsbang voor geheimzinnige ziekten in ons eigen lichaam, die ons van binnen uit aanvreten. Het ultieme verraad. Dan kunnen we het er misschien ook over hebben dat alle angst eigenlijk kanker heet en dat we daardoor vooral niet moeten vergeten te leven. Omdat ik niet kon kiezen heb ik uiteindelijk voor Manuscripta een rugzak vol boeken meegenomen die over de toekomst gaan en over reizen. In het interview zijn we er niet eens aan toe gekomen, want er was zoveel te bespreken. Terug |