| Week 38 -2007 Zijn leven lang heeft mijn schoonvader iets met stenen. Hij bewaart zijn stenen in jampotjes met water, boven op de kledingkast in zijn slaapkamer. Pas na aanhoudend vragen laat hij ze zien en lang niet aan iedereen. Heel kort maar, zodat je nauwelijks beseft wat hij je heeft getoond. Maanstenen. Kattenogen met een ster. Robijnen. Hij heeft geslepen en ongeslepen stenen. Stenen zodat de meisjes naar je moeten kijken of ze willen of niet. Stenen die je moet beschermen. Veel stenen zijn bedoeld om kracht te geven om moeilijke tijden te doorstaan. Hij heeft ook stenen, waar je naar kunt blijven kijken omdat ze telkens het licht op een andere manier reflecteren. Sommige stenen hebben niets opvallends, maar ze betekenen toch veel voor hem. Er zitten stenen bij die in een ring zijn gezet. Goud of zilver, dat maakt veel uit en je mag je er niet in vergissen omdat een verkeerde keuze de steen zijn kracht ontneemt. Als we in de tijd dat het bij hem nog niet opkwam dat hij ook zou kunnen gaan naar Indonesië vertrokken en vroegen of we daar iets voor hem moesten kopen, zei hij dat we een mooie steen mee moesten brengen. Eén keer wilde hij dat we naar een speciale soort bamboe zochten omdat daarmee stenen geslepen kunnen worden. Niemand kon ons helpen en wist om wat voor bamboe het ging, want ook op Java had men al lang geleerd hoe je met behulp van moderne apparatuur veel sneller het slijpwerk verricht. Marion vroeg haar vader wat hij met de ongeslepen stenen ging doen. "Later als ik tijd heb ga ik ze misschien slijpen," zei hij met een verlegen glimlach. Maar dat gebeurde nooit. Het is ook niet voor niets dat toen Marion en ik heel even in Zwitserland waren om onze vriend Joc te ontmoeten hij voor mijn schoonvader een speciale steen als cadeautje meegaf. Joc kennen we sinds 1978 toen we hem op Samosir op Sumatra tegenkwamen en we hebben elkaar nooit uit het oog verloren. Joc was aanvankelijk net een ruwe steen, iemand die zuiverheid zocht en tijd nodig had om aanvaardbare compromissen te sluiten die bij het volwassen worden noodzakelijk zijn. Daarom reisde hij de wereld rond, op zoek naar iets dat hij uiteindelijk ook vond: zichzelf. In 1980 hadden we afgesproken om samen door Latijns Amerika te reizen. Hij vertrok al vast met de boeken van Castaneda als reisgids, magische paddenstoelen en peyote uitproberend omdat hij dacht in die richting iets te zullen vinden. Wijsheid, de zin van het alles, vergeving. Omdat we later dan Joc vertrokken hadden we in Guatemala afgesproken, in San Pedro aan het meer van Atiklan. Joc was er echter niet. Dat was niets voor hem, maar ook de reden dat hij zich niet aan zijn afspraak houden kon tekende hem helemaal. Nadat hij getuige geweest was van een moordpartij door regeringssoldaten op Indianen op een dorpsmarkt vond hij dat iedereen er over moest horen. Hij beschreef het gebeurde in detail en bracht zijn verhaal naar een krant in de hoofdstad. Daar vertelde men hem dat de redactie zeer geïnteresseerd was en vroeg waar hij logeerde zodat men contact zou kunnen houden. Nog de zelfde nacht kwam de politie naar zijn hotel en hij werd over de grens gezet. Bij toeval kwamen we Joc echter in Nicaragua op straat tegen waar op dat moment feest werd gevierd omdat de Sandinisten een jaar daarvoor de locale dictator hadden verdreven. De hoofdstad Managua was stampvol en we gingen van hotel naar hotel om een slaapplaats te vinden. Het was vergeefs. Joc had echter een schuurtje gevonden waar je voor een dollar een hangmat op kon hangen. Hij kwam vaak bij ons thuis en maakte ook kennis met mijn schoonvader. Van hem had onze Zwitserse vriend iets over de krachten van stenen geleerd. Zoals Joc onze familie ontmoette, zo leerden wij de zijne van dichtbij kennen. Zijn vader, de norse dorpsarts, zijn moeder die iedereen die iets in Zwitserland op cultureel gebied betekende goed kende, zijn oudste zus die arts was in Bern, zijn andere zus die films regisseerde. Op weg naar onze vakantiebestemming in Italië eten we met Joc in een hotel ergens in Bern. Hij werkt drie dagen per week als coördinator van het Zwitsers onderzoek in ontwikkelingslanden in de hoofdstad en de rest van de tijd zit hij tussen de bergen, waar hij thuis hoort. Op onze leeftijd vragen hoe het met de familie gaat houdt risico's in, want velen zijn overleden en de anderen hebben kanker. Wij vertellen ons relaas over hoe de familie in korte tijd door gezwellen wordt belaagd. Joc vertelt zijn eigen verhaal. Zijn moeder is de laatste tijd depressief omdat ze op tweeëntachtigjarige leeftijd door haar levenslange geheime zestien jaar jongere Italiaanse minnaar aan de kant is gezet. De zus die regisseert is een oude tante geworden met meningen die ze aan iedereen op probeert te dringen. Zijn oudste zus is nu tweeënzestig en al dement. Haar twee dochters wonen bij haar in huis omdat er op haar gelet moet worden, maar ze hebben steeds ruzie omdat de hond van de zus Lulu heet, en die van een van de dochters Ludo. Als de dochter haar hond roept komt de verkeerde te voorschijn. Lulu moet daarom maar naar een asiel, want de hond een andere naam geven heeft geen zin. Doordat haar kortdurend geheugen verdwenen is zou de demente zus nooit de nieuwe naam kunnen onthouden. Eens per week gaat Joc een avond naar zijn zus. Ze weet niet dat hij de week daarvoor ook geweest is en vraagt zelfs of hij ooit eerder bij haar op visite is geweest. Joc is een goed mens vinden Marion en ik. Alle scherpe kantjes zijn er van af sinds hij de vrouw teruggevonden heeft waar hij van hield toen hij zeventien was, maar die door zijn en haar ouders tot een abortus werd aangezet omdat die hen te jong vonden. Nu hebben ze een groot gezin met kinderen van verschillende vaders en moeders. Het leven heeft hem gepolijst. Net als mijn schoonvader. Die zit sinds hij kanker heeft in zijn stoel en geniet van elke dag die hij door de behandeling er nog bij krijgt en lacht naar iedereen. De stemmingen waardoor hij vroeger zo werd geplaagd zijn verdwenen. Hij slaapt zelfs beter en lijkt de angst die hem volgde sinds de Japanse tijd en de bersiapjaren een plaats te hebben gegeven. Door de medicijnen eet hij goed en hij is wat dikker geworden. Zijn gelaat straalt en het is fijn om hem te zien. Als Joc me gevraagd had of ik mijn schoonvader zou kunnen beschrijven, dan was er maar één manier geweest. Hij is een mooie goed geslepen steen geworden. Straks ontmoeten we hem en zullen hem Joc's steen geven. Dan zal hij dankbaar lachen. Terug |