Week 39 -2007
"Fijn om weer eens met zoveel joden bij elkaar te zijn," zei de oude man met de pet tegen mijn oom. Of die dat ook vond betwijfel ik, want hij had iets heel anders aan zijn hoofd. We waren bijeen om zijn vrouw te begraven. Tweeënzestig jaar was hij met mijn tante getrouwd geweest. Ineens had ze een hersenbloeding gehad en was het voorbij. Haar leeftijd moest onbekend blijven, maar het moet ruim voorbij de negentig zijn geweest. Ze was een vrouw met twinkelogen en geheimen.
Toen ik hoorde dat ze overleden was, vreesde ik geen tijd te hebben om naar de begrafenis te gaan. Het was precies op een dag waarop ik twee belangrijke vergaderingen had. Marion reageerde geschrokken. Voor een begrafenis van een familielid moet je altijd tijd vrij maken. Ze was zelfs een beetje boos op me en oefende druk op me uit mijn agenda aan te passen.
Ik kende mijn tante mijn leven lang, want mijn vader en mijn oom waren na de tweede oorlog de enige overlevenden van de grote familie die in Rotterdam, Den Haag, Amsterdam en Frankfurt had gewoond. Ze hadden alleen nog elkaar om hen te herinneren dat ze ook tot een familie vam mensen hadden behoord en er waren veel bijeenkomsten van hun beider gezinnen, waar ik met mijn nichtjes speelde. Dat duurde tot we een jaar of twaalf waren en ons overgaven aan het spelletje Griekse helden, waarbij we Ajax, Hector en Achilles waren en worstelden, elkaar in de houtgreep namen. Op een gegeven moment kwamen mijn vader en mijn tante de kamer in waar de veldslag woedde. Ze schrokken, zeiden dat we onmiddellijk moesten stoppen en daarna zagen we elkaar tot onze verbazing niet zo vaak meer.
Mijn vader lag tijdens de Duitse bezetting in het sanatorium omdat hij tuberculose had en zijn persoonsbewijs had hij aan zijn neef gegeven. Uit die 'Ausweis' viel niet op te maken dat de eigenaar van het bewijs joods was. Mijn grootvader voelde in 1933 bij terugkeer uit Duitsland in Nederland namelijk haarfijn aan dat het niet slim was om op te geven dat hij van de stam van Judea was. Zijn schilderijen signeerde hij ook niet meer met David Wolffers zoals hij eigenlijk heette, maar met Ivan Wolffers. Niemand die kon weten dat hij niet Arisch was en dus werd hij noch mijn vader ooit opgehaald om naar stadjes met inmiddels overbekende namen in Duitsland en Polen te worden vervoerd. Mijn oom redde het dankzij het persoonsbewijs van mijn vader eveneens.
De neven hingen aan elkaar en omdat mijn vader handelsreiziger was en Nederland rondreed bezocht hij mijn oom die in Haarlem woonde ook buiten de cyclus van verjaardagen en andere mogelijke familiefeesten regelmatig. Nu was mijn oom altijd als hij kwam naar zijn werk, maar mijn tante was er dan wel. Volgens mij vond m'n vader mijn tante leuk. Mijn tante was altijd even charmant, maakte koffie voor hem en lachte. Omdat ik wel eens met hem mee mocht, zag ik hoe graag hij er op bezoek kwam. Het was leuk om te fantaseren over wat er gebeurd zou zijn als mijn vader en mijn tante met elkaar waren getrouwd. Ik besef dat ik dan niet bestaan zou hebben zoals ik nu ben. Mijn tante kwam uit een orthodoxe familie en ik zou misschien diamanthandelaar geworden zijn en met een hoed en pijpenkrullen rondlopen, zoals de neven van mijn tante's kant.
Met mijn oom had ik erg te doen. Tweeënzestig jaar getrouwd en dan moet je ineens in je eentje verder. Op slag moet hij spijt hebben gehad van alle keren dat hij gedacht had 'hou je mond eens, ik kan niet eens mijn eigen gedachten meer volgen'. En ook dacht hij waarschijnlijk met wroeging terug aan de keer dat hij voor zaken in Parijs was en daar in het huis van een dame van de trap afviel, zijn been brak en door zijn schoonzoon moest worden gehaald omdat hij met zijn been in het gips zat. Hoe kon hij zo dom zijn geweest om wat het allerbelangrijkste in zijn leven was in de waagschaal van zijn hormonale impulsen te plaatsen? Dapper las hij voor van een papiertje en zei dat hij spoedig weer bij zijn vrouw zou zijn.
"Ach jongen," zei hij huilend tegen me. "Wat fijn dat je gekomen bent."
Toen ik hem in mijn armen hield, kreeg ik onmiddellijk schuldgevoel omdat ik zijn zestigjarig huwelijksfeest niet bezocht had. Ik moest ergens anders naartoe en dacht dat ik het weer goed zou maken als hij vijfenzestig jaar getrouwd zou zijn.
Van de sjoel reden we naar de begraafplaats, die tegen de rand van Schiphol aangeplakt ligt. Ik kon de kerosine ruiken en zag de staartvleugels van KLM en Budget Air langzaam langs taxiën. In die vliegmachines zaten mensen op weg naar opwindende bestemmingen en met hun hele leven nog voor zich. Tussen twee regenbuien was het even droog en we wierpen drie spaden zand op de kist om mijn innemende tante bij haar verdwijntruck te helpen. De rabbi zei dat ze nu ergens anders was; in het huis van God. De mannen drukten met een ernstig gezicht hun hoed of keppeltje op het hoofd uit angst dat het af zou waaien en ik zag er een een steentje van de begraafplaats oprapen. "Kijk," zei ik tegen Marion. "Je moet een steentje mee naar huis nemen als herinnering."
Ze bukte zich. Waarschijnlijk was ze bang dat ik er de moeite niet voor zou nemen, er geen tijd voor zou hebben. Ze koos een heel mooi steentje uit en gaf het me in mijn hand. Twee kleuren: groen en donkergrijs met daartussen een streep. Het past bij mijn tante. Thuis heb ik het in het glazen doosje opgeborgen waarin ik de melktandjes van mijn vader bewaar. Waar ze ook naartoe gaat, bij mij thuis zal ze in ieder geval iemand hebben om koffie mee te drinken.



Terug