| Week 42 -2007 Mijn kleindochter is een genie. Zij is twee jaar oud en telt tot twaalf. Als je haar vraagt wat ze later worden wil zegt ze "arkitek". Dat ze weet wat dat is bewijst ze door vlak daarna het lied "In Holland staat een huis" aan te heffen. Vooral het refrein bevalt haar. Marion en ik brengen haar wel in de war, want Marion houdt als tekst "van je ringelaringela hopsasa" aan, terwijl ik de versie "singelasingela hopsasa" volg. Het zal wel te maken hebben met het feit dat Marion naar een katholieke school is geweest en ik niet. Katholieken zeggen ook zalig nieuwjaar in plaats van gelukkig nieuwjaar. Helena zingt de hele dag. Af en toe halen we er wat muziekinstrumenten bij. De gitaar, Marokkaanse trommels, fluiten uit Peru. Meegebracht van reizen die al ruimschoots vergeten zijn. Zij slaat op de trommel en ik probeer de melodie te houden op de fluit. De zon schijnt en lokt ons naar buiten. Op de fiets naar het dierenpark. Een half uur lang klinken onze kinderliedjes in het bos. Ik wist niet meer dat ik al die teksten ken, totdat Helena de eerste woordjes inzet en ik mee moet doen. Marion, Helena en ik doen reuze ons best, hoewel ik mijn volume wel iets terugneem als ik in de verte andere fietsers zie naderen. Als de woorden die ik al een jaar of dertig niet meer heb gezongen werkelijk tot mij doordringen vraag ik me af of die kinderliedjes wel voor de lol bedoeld zijn. Bereiden we onze kleindochter voor op de hardheid van het bestaan? Het leven is zwaar, maar de melodie vrolijk. "Advocaatje ging op reis tiereliereliere." En als hij in een visgraatje stikt en de dokter gehaald moet worden, zingen we enthousiast "maar de dokter kwam te laat tiereliereliere". De liedjes hebben vaak een onmiskenbare boodschap, waarin onze kleindochter gewezen wordt op de verwachtingen die aan haar geslacht verbonden zijn. "Joepie-Joepie is gekomen, heeft mijn meisje meegenomen, maar ik zal er niet om treuren, gauw een ander weer gehaald". Wat een etter die Joepie-Joepie. En hebben meisjes dan niets te zeggen en jongens geen gevoelens? Nemen ze gewoon maar even een ander als het zo uitkomt? Als het echter al te ingewikkeld wordt kunnen kleine meisjes altijd nog terugvallen op hun vrouwelijke charme. Zeker als ze loos zijn, de touwtjes niet goed vastgemaakt hebben en er een storm opkomt. Dan is er nog maar één manier om onder de gerechtvaardigde straf uit te komen. "Oh kapteintje sla me niet, ik ben uw liefje, ik ben uw liefje. Oh kapteintje sla me niet, ik ben uw liefje zoals u ziet." Alle woorden zingt ze mee, alsof ze die echt begrijpt. Hopelijk wordt Helena een sterke meid, die mannen niet nodig heeft. Laat ze vooral altijd haar eigen achternaam behouden en niet die van Joepie-Joepie aannemen. We kunnen die prachtige naam Wolffers toch niet zo maar laten verdampen. "Hoe heet oma?" vragen we haar en kijken Helena vol verwachting aan. "Marion," antwoordt onze tweejarige. "En verder?" "Bloem." "En papa?" "Kaja Wolffers," zegt ze zonder haperen. "En Helena?" "Helena Wolffers." "En opa?" "Ivan." "En verder?" Ze kijkt ernstig. Hoe heet haar opa in hemelsnaam nog meer? "Wolffers," zeggen we geestdriftig in koor en Helena zegt het ons na. De rest van de dag herhalen we ons vraag-en-antwoordspel nog een paar keer om uit te proberen of ze echt onze lineaire verwantschap begrijpt. Ik kijk mijn kleindochter verliefd aan. Ze lacht. Ik wil lang genoeg leven om te zien dat architect Wolffers haar eerste bouwwerk ontwerpt. Mocht dat niet lukken, dan hebben we haar al vast met een liedje op het wrede lot voorbereid. "In een groen,groen, groen, groen knollenknollenland. Daar zaten twee haasjes heel parmant. En de ene blies de fluitefluitefluit en de ander sloeg de trommel. Daar kwam opeens de jagerjagersman en die heeft er een geschoten. En dat heeft naar je begrijpengrijpen kan, de andere zeer verdroten." Terug |