Week 45 -2007
Marion belt me opgewonden vanuit Artis op. Daar is ze met Helena. In de winkel van de dierentuin heeft Marion een cadeautje voor haar kleindochter gekocht. Als Helena met in haar hand haar nieuwe miniatuurolifant naar het tafeltje in het restaurant loopt draait ze zich om en zegt tegen Marion: "Ik hou van jou."
De bezoekers in het restaurant staken hun gesprek en kijken op. Marion vraagt verbaasd: "Wat zeg je Helena?" "Ik hou van jou," herhaalt mijn tweejarige kleindochter.
Ik heb nooit in mijn leven tegen mijn oma of opa iets dergelijks gezegd. Slechts één keer heb ik iets dat enigszins vergelijkbaar is aan mijn moeder geschreven. Ik was voor mijn werk in Uganda en er was even geen bespreking. In het hotel kocht ik zonder er bij na te denken drie ansichtkaarten. Iets met leeuwen en hun welpen. De eerste kaart schreef ik helemaal vol met te veel zinnen in kleine lettertjes en stuurde ik aan Marion. De tweede ging naar Kaja, mijn zoon. De derde was voor mijn moeder. Ik schreef: "Misschien ben ik niet altijd een goede zoon voor je, kom niet vaak genoeg op bezoek en bel je niet elke week. Maar je moet weten dat er echt geen dag is dat ik niet aan je denk. Je zoon." Later zag ik dat ze mijn ansichtkaart als boekenlegger gebruikte. Dat is natuurlijk ook leuker dan een stuk papier met daarop de boodschap 'van boeken krijg je nooit genoeg'.
Mijn moeder moppert wel eens dat ze van 'anderen' moet horen wanneer ik op de radio ben geweest. Daarom belde ik haar onderweg naar de studio in Hilversum dat ik op de radio te beluisteren zou zijn en dat er ook een interview met me in de krant stond. Toen ik haar een paar dagen later aan de telefoon had was ik dat al weer vergeten, maar zij niet. "Ja," zei ze op een gegeven moment zo maar midden in het gesprek. "Ik snap niets van die radio. Ik kan hem aanzetten, maar dan weet ik niet of het Nederland één, twee of drie is." Als je zevenentachtig bent, is dat ook allemaal veel te ingewikkeld. "En," vervolgde ze. "Ik ging naar de supermarkt voor die krant en toen begon het te regenen. Ik denk dan komt mijn haar in de war. Dus toen ben ik maar terug gegaan."
"Ach mam, je hebt niets gemist hoor," zei ik.
Ik ben niet altijd een familiemens geweest. In de loop van ons leven veranderen wij veel te stoere jongens echter van rebelse zwervers die de wereld rond willen trekken in familiemannen. Op mooie zomerdagen willen we koken en een tafel vol gasten in de tuin. Sprankelende witte wijn, zo uit de ijskast. Op winteravonden intieme diners. De kooklucht blijft vierentwintig uur in huis hangen en de wijn moet dieprood zijn. Kamertemperatuur. Daar heb je familie bij nodig. Mensen die je al eeuwig kent en die getuige willen zijn van de weg die je bewandeld hebt, die begrijpen wie je was en wie je geworden bent. Ik heb ze nodig want het zijn de enigen die weten dat ik mezelf nooit verloochend heb. Nog honderd procent Ivan, maar nu met een schort voor.
Vorige week hebben we mijn schoonouders naar Schiphol gebracht. De hormonale behandeling van zijn prostaatkanker maakt mijn schoonvader steeds jonger en inmiddels is hij nu zelfs zo jong geworden dat hij terug wil naar zijn geboorteland. Van het geld dat ze gespaard hebben voor hun begrafenis hebben mijn schoonouders business class kaartjes naar Jakarta gekocht. De dag voor hij vertrekt belt mijn schoonvader me op: "Passen drie koffers wel in je auto?"
"Natuurlijk pa," antwoord ik. "Maar heb je alles dan al ingepakt?"
"Nee ik niet," zegt hij. "Mijn moeder."
Hij ontdekt zijn vergissing en lacht. "Mijn vrouw," verbetert hij.
Hij straalt als hij in zijn rolstoel door de paspoortcontrole gereden wordt. Nog één keer draait mijn schoonmoeder zijn rolstoel om zodat we hem kunnen zien. Hij zwaait als een jongetje dat opgetogen op schoolreisje gaat. Nog een keer. En nog een keer.
Waar is de man gebleven die bang was voor het uiten van gevoelens? Hij is zo lief geworden en huilt als hij ontroerd is zonder dat hij dat erg vindt. Ik weet niet of het door de hormooninjecties komt of omdat mensen als ze oud genoeg worden de essentie van het menselijk bestaan terugvinden. 'Ik hou van jou' zeggen als je dat in je op voelt komen.



Terug