Week 46 -2007
Onlangs vroeg iemand of ik me nooit zorgen maak door me met wat ik op mijn website schrijf kwetsbaar op te stellen. Ik heb daar nooit over nagedacht. Naarmate ik ouder word kan het me minder schelen wat mensen over me denken. Dat is ook eigenlijk niet de vraag die gesteld had moeten worden. Want ik kies zelf de woorden en ik beslis zelf wat ik prijs geef. Maar de mensen over wie ik schrijf, die hebben daar niet om gevraagd. Toch denk ik dat een schrijver zonder aarzelen vorm moet geven aan zijn gedachten, en niet al te veel dient stil te staan wat de gevolgen kunnen zijn. Vrijheid is een preconditie voor de arbeid van de verbeelding.
Toch werkt je eigen schrijfwerk soms als een boemerang en gebeurt er iets waar je op geen enkele manier aan hebt gedacht.
Nog op zaterdag had ik mijn buurmaan bij de visboer gezien. Hij at een haring. Ik ken hem niet goed, want hij woont pas sinds kort naast me. Terwijl ik op mijn beurt wachtte vertelde hij geanimeerd over zijn liefde voor Italië. Daar zou hij op den duur willen wonen. Op maandagavond werd ik gebeld door een journalist van de Volkskrant. Hij wilde weten of ik wist hoe hij mijn buurman zou kunnen bereiken. Het was een wonderlijke vraag. Dat besefte de vriendelijke journalist in kwestie ook en hij zei: "Het is dat u in ons magazine stond, anders had ik het nooit durven vragen."
"Hoe zo?" vroeg ik.
"In zijn kliniek is een vrouw overleden en daarover publiceren we morgen," legde hij uit. "Maar we willen wel eerst ook het commentaar van uw buurman. Hij neemt alleen zijn telefoon niet op."
Als een echte Petrus wilde ik me zo snel mogelijk van mijn buurman distantiëren. Niet dat ik zo close met de buurman ben als Petrus met de lieve heer was.
"Ik ken hem nauwelijks," zei ik. "Misschien dat ik hem in het totaal twee keer echt ontmoet heb."
De journalist begreep het. "Dan probeer ik het morgen nog eens en plaatsen we het nieuws maar een dag later."
Op woensdag hoefde ik niet eens de krant te kopen, want de berichtgeving kwam al tot me via internet en later de autoradio. In de kliniek voor alternatieve behandeling was een vijfenvijftigjarige vrouw met borstkanker die op de markt van de wanhoop geprobeerd had onder hoede van mijn buurman te overleven, overleden. De inspectie voor de Volkgezondheid onderzocht de zaak. "Wat erg," ontsnapte me terwijl ik alleen thuis was. Ik keek in de richting van zijn huis, maar daar was geen opmerkelijke activiteit te zien.
Op donderdag werd ik opgebeld door RTV Utrecht met de vraag of ik in een televisieprogramma wilde verschijnen dat over het tragische sterfgeval ging. Een soort paniek overviel me. Straks zou ik nog geassocieerd worden met deze zaak.
"Hoe komt u in hemelsnaam bij mij terecht?" informeerde ik. Zou heel Nederland weten naast wie ik woon?
Het antwoord bleek erg eenvoudig. Toen men op dokter Simoncini googlede was men op een van de afleveringen van mijn weekboek uitgekomen. Daarin vertel ik hoe mijn buurman me uitnodigt voor een ontmoeting met de Italiaanse arts en filosoof, omdat deze meent dat kanker eigenlijk een vorm van schimmel is die je met een infuus met bicarbonaat weg kan spoelen. Ik vond het een vermakelijke kennismaking, vooral omdat de man in eigen land door een wonderlijk televisieprogramma was ontmaskerd. Ik geef het toe: over het hoofd van de Italiaanse heer had ik grappen gemaakt.
"Als de buurman dat nu leest?" had Marion me nog gevraagd. Niet omdat ze erop tegen was, maar meer als waarschuwing.
"Nou ja," antwoordde ik. "De nieuwe buurman is erg vriendelijk en ik ben onder de indruk van zijn ongevraagde pogingen me te helpen bij mijn genezing, maar ik schrijf alleen maar op wat er gebeurd is. Daar kan hij toch niet boos over worden."
Op vrijdag belt de man van de Volkskrant opnieuw.
"Even off the record," zeg ik. "Ik ken mijn buurman nauwelijks en heb hem twee keer ontmoet en die beide keren heb ik beschreven op mijn website. Ik neem aan dat het daarom nu tot het publieke domein behoort. Wat daar staat is ook alles wat ik ervan weet. De inspectie voor de Volksgezondheid zal het grondig uitzoeken en als hij iets verkeerd gedaan heeft, hoop ik dat hij ook gestraft wordt. Ik geloof niet dat ik mee moet doen aan een veroordeling via de media. Het is toch niet de bedoeling dat je door je buren veroordeeld wordt."
Dat begreep hij volledig, maar, "….ze ontkennen alles. Dat ze met bicarbonaat werken, dat ze buitenlanders in de kliniek laten werken en dat Simoncini op het bewuste moment in Nederland was."
Mijn buurman leest mijn weekboek vermoedelijk niet. Vanmorgen reed hij juist weg met zijn auto toen ik terug kwam van mijn rondje rennen door het bos. Hij zwaaide enthousiast en ik stak lafhartig mijn hand op.



Terug