Week 49 -2007
Door de file naar de stad. Het regent licht. Parkeren gaat niet zo gemakkelijk. Toch ben ik op tijd. Ik zit in de wachtkamer en lees mijn boek, kijk niet op of om. Ik heb het van Kaja geleend - The ministry of special cases - en ik schiet er maar niet in op. Vrij snel roept hij me binnen. Het verrast me en ik moet eerst nog iets in het boek leggen om me te herinneren waar ik gebleven ben, kan hem daardoor nog geen hand geven. Het moet er onhandig uit zien.
We gaan zitten en hij zegt "Je bent de laatste tijd veel in het nieuws".
Ik knik en hij vraagt me hoe het gaat.
"Goed," zeg ik. "De liefde bedrijven gaat nog prima."
"Is de erectie nog een beetje behoorlijk?" wil hij weten.
"Niet te klagen," antwoord ik. "Maar hoe hoog is de PSA? Daar gaat het toch om."
Hij tovert de resultaten van het bloedonderzoek op het scherm van de computer. We kijken samen en hij zegt: "Vijf komma acht."
Dan toont hij hoe het er in een grafiek uit ziet. Een piek precies een jaar geleden en sinds ik elke ochtend de drie pilletjes slik is er een vlak en lager verloop. Dat mag je wel stabiel noemen en dat zegt hij ook: "Stabiel."
Al met al zit ik nu tweeëneenhalve minuut binnen en ik heb nog geen zin om in de auto te stappen en weer de file in te gaan. Ik wil iets meer tijd en aandacht krijgen, hoewel ik weet dat we verder eigenlijk niets met elkaar uit te wisselen hebben. Ik vertel over het avontuur met mijn alternatieve buurman en over de hoop die alle mensen met kanker in hun hart hebben gesloten dat op een dag elke dreiging zo maar verdwenen is. Ze willen alles doen om te mogen geloven dat het een grote vergissing is gebleken.
"Mensen grijpen elke strohalm aan om tegen beter weten in te kunnen blijven geloven in het oneindige leven," zeg ik. "Soms is het moeilijk de waarheid onder ogen te zien."
Hij zegt: "In het begin was je ook niet zo blij met mij, dat ik het zo maar allemaal tegen je zei."
"Hoe kom je daar nu bij?" vraag ik hem. "Ik was altijd tevreden met je duidelijkheid. Ik verwacht ook niets anders."
Hoe is het mogelijk dat hij mijn mondigheid verwart met onvrede? Had ik hem dankbaar toe moeten lachen bij slechte bloeduitslagen? Wat zijn artsen toch onzeker.
Hoe hoog was het trouwens de vorige keer? Was het niet vijf komma zeven? Is het dus met nul komma één gestegen? Wat is nul komma één? Is iets dat met nul komma één begint de volgende keer nul komma twee of nul komma drie hoger? En hoeveel zal het dan bij de controle over een half jaar zijn?
"Over drie maanden weer?" vraag ik uiteindelijk.
Hij knikt en ik ga naar de balie om een afspraak te maken. Zes minuten heeft het geduurd omdat ik het nog een beetje heb kunnen rekken. Thuis zal Marion me als ik haar de hoogte van de PSA genoemd heb enkele keren vragen "en wat zei hij nog meer". Er was niets meer om te zeggen. Ja, dat hij nog geen tijd had gehad mijn boek dat ik een jaar geleden gaf te lezen.
In de auto op weg naar huis probeer ik me een rekenkundige reeks voor te stellen, die bij nul komma een begint en wanneer die ongeveer zal eindigen. Nul komma één, nul komma twee, nul komma vier, nul komma acht, één komma zes. Of: nul komma één, nul komma drie, nul komma negen, twee komma zeven, acht komma één.
Natuurlijk is het dom om zo te denken. Mijn toestand is stabiel. Dat heeft mijn dokter zelf gezegd. Het verschil met de vorige keer is nihil en kan ook verklaard worden doordat de laborant het de vorige keer naar beneden afrondde en nu naar boven. De nummertjes zeggen niets over mijn welzijn.
Ja, ik weet het allemaal heel erg goed, maar mijn hersenen gaan gewoon hun eigen gang. Ze denken over alles na wat er in mijn leven gebeurt, dus ook over de cijfers. Zou ik daar dan ineens een blinde vlek moeten hebben? Ik slaap er niet minder om en voel me niet ongerust, maar mijn grijze cellen kunnen niets anders dan waarnemen en het logisch en zonder emotie voor me ordenen. Ze kunnen omgaan met termen als meer en minder en een getal is nu eenmaal concreter dan een goed gevoel.
Marion wacht thuis op me. We lunchen samen. Ze is blij met het woord 'stabiel'. Eigenlijk wilde ze mee naar het ziekenhuis, maar ik heb er een hekel aan. Sommige dingen doe je alleen. Daar belast je anderen niet mee.
"Dat is de beloning voor je gezonde manier van leven," zegt ze.
Het leven geeft geen beloningen. Soms verrast het ons. Dat is een cadeau, maar met leven valt niet te onderhandelen. Als ik nou elke ochtend ren en geen vlees meer eet of melk drink, beloon mij dan met nul komma één minder.



Terug