Week 52 -2007
Vijfjaarsoverleving, zo heet dat. Als je vijf jaar nadat de diagnose kanker gesteld is nog in leven bent. Je eerste lustrum. Toen ik opgeleid werd tot arts gold de vijfjaarsoverleving als memorabele mijlpaal. Dan mocht je jezelf genezen beschouwen. De medische wetenschap ontwikkelde zich en er werden nauwkeuriger methoden ontwikkeld om de kankercellen in onze lichamen op te sporen. Dus weten we nu wel beter. Het is nooit afgelopen en ik blijf elke drie maanden mijn uroloog bezoeken.
Later kwam ook het begrip tienjaarsoverleving om de hoek kijken. In dat geval moest je wel nog veel meer genezen zijn. Vermoedelijk behoor je dan tot een categorie mensen die nooit meer ter controle naar een ziekenhuis hoeft te gaan. Je bent helemaal klaar. Kanker voorbij. En dan maar wachten op het volgende lichamelijke probleem dat wel de inleiding tot je einde zal betekenen.
Deze week vier ik dat ik al vijf jaar samen met mijn lichaamsgenoot heb doorgebracht. Het is niet zo leuk als een huwelijksfeest, maar goed, ook bij een echtverbinding weet je niet hoe het op den duur uit zal pakken. Zelfs na meer dan vijftig jaar kom je daar nog voor vreemde verrassingen te staan. Op zondagavond half elf moest ik weer naar mijn schoonouders omdat ik moest bemiddelen en mijn schoonvader zei "daar heb je onze biechtvader weer". Aan Marion had ik later willen zeggen dat ik zo niet wil leven en dat ze op tijd moet helpen de nooduitgang te vinden, maar ten eerste gaat het om haar ouders en die wil ze nog zo lang mogelijk bij zich in de buurt hebben. Bovendien kun je een ander mens niet opzadelen met de verantwoordelijkheid om als je lastig en vervelend wordt jouw leven maar te beëindigen.
Een dag later was ik opnieuw bij ze thuis en de onenigheid was weer in alle hevigheid opgevlamd. Met dat gezwel van mij heb ik voorlopig heel wat minder problemen. Ik mag niet klagen als ik zie hoe mijn schoonmoeder er zelf aan onderdoor gaat omdat ze de pijn waartegen haar echtgenoot zijn medicijnen weigert te slikken niet meer aankan. Ik ga ervan uit, dat zo lang ik maar goed voor mijn kanker zorg, hij me ontziet. Iemand vroeg me hoe ik in hemelsnaam kon denken dat het maar beter is vriendschap met zo'n tumor te sluiten, maar wat rest me in hemelsnaam anders dan?
Laat ik de voordelen van deze vijfjarige relatie eens op een rijtje zetten. Ik heb kans gekregen om na te denken of de wijze waarop ik leef werkelijk is zoals ik dat het liefste zie. Daardoor heb ik nauwelijks iets veranderd, want de mens is een gewoontedier en blijft alle domme dingen gewoon volhouden. Maar toch, het is toch mooi dat je de kans krijgt daarover na te denken.
Ik heb er bovendien heel wat over kunnen schrijven. Er was een fase in mijn leven gekomen dat ik 's morgens met mijn dagboek opengeslagen achter het bureau zat. Vulpen met zwarte inkt in de aanslag. Alleen realiseerde ik me steeds vaker dat ik alles al eens had opgeschreven. Alleen mijn eigen bestaan documenteren was me te benauwd. Nee, het moest ook nog om wezenlijke woorden gaan en niet om paginavulsel. Door de kanker had ik iets dat met leven en dood te maken had waarover ik uit kon weiden. Alledaagsheden kwamen in een ander licht te staan en leken de moeite waard.
En dan was er de extra aandacht. "Goh Ivan, dat is me ook wat. Nou heb je ook nog kanker!" Alsof ik voordien niemand was, maar door de prostaatkanker met een oorlogswond door het leven ging, die anderen tot enig respect moest dwingen. Pssst, kijk, daar loopt de vent met kanker!
Is het niet ook erg mooi geweest dat ik de gezondheidszorg werkelijk van binnenuit heb leren kennen? Ik wist niet dat alles wat ik vermoedde helemaal klopte en toch ook niet. Voor iemand als ik, die altijd met de zorg bezig is, was het een ongekend voordeeltje het gevoel te hebben te weten waarover ik het heb.
Het was behoorlijk wennen in het begin. Dat krijg je niet op school: omgaan met kanker. Marion en ik bleken echter allebei pientere leerlingen op de academie van het leven.
Kortom, er zijn goede redenen om bij deze vijfjaarsplechtigheid stil te staan. Daarom heb ik mijn lieve vrouw, mijn stoere zoon, zijn geestige echtgenote en onze drie kleinkinderen uitgenodigd mee naar Bali te gaan om de vijfjaarsoverleving op gepaste wijze te vieren. Mijn prostaatkanker gaat uiteraard ook mee.



Terug