Week 03 -2008
In het donker zit ik boven op het hek rond mijn huis en kijk naar beneden. Ik zie niet precies waar ik moet springen. Hopelijk kom ik niet op een dikke tak of een steen terecht, waardoor ik iets breek. Waarom klim ik in het jaar dat ik zestig word over een hek van een meter tachtig? Het simpele antwoord is: De poort ging niet open toen ik van Schiphol thuis kwam, dus ik moest wel. Als een jongen van veertien heb ik als vanzelfsprekend de weg over de hindernis genomen. Er niet bij nagedacht dat je op mijn leeftijd wel eens beroerd kunt terechtkomen. In de korte tijd dat ik boven op dat hek zit krijg ik het gevoel dat ik over een symbolische scheiding heen moet. Een rite de passage. Een volgende fase van mijn leven in en er is geen weg meer terug. Dacht ik vroeger dat veertig heel oud is, en later dat pas bij vijftig de kritische grens bereikt is, nu weet ik dat het zestig is. Het kan alleen maar minder worden. Het is tevens de overgang van de zorgeloosheid van vakanties naar de verantwoordelijkheden die de werkelijkheid nu eenmaal met zich meebrengt. Alle zorgen die ik in december achter me had gelaten zijn niet zo maar vanzelf verdwenen. Als ik spring zit ik er meteen weer midden in.
Op Bali was het niet louter een tijd van zonnige stranden geweest. De regen overheerste. De stormen waren zo hevig dat de vissers niet meer uit konden varen en enkele restaurants hadden geen vis meer op het menu. Een wilde banjir had twee kinderen en een echtpaar naar de zee meegesleurd. Ze waren nooit meer terug gevonden. Uit de oceaan kwam wel alle rotzooi terug die er via de open riolen in was terecht gekomen. De bomen die door de rukwinden ontworteld zijn, maar ook duizenden plastic zakken, de weduwen van schoen- en sandaalparen, de zakjes waspoeder, merk Rinso, plastic flessen, alles werd op het land teruggeworpen.
In de dorpen waren er voortdurend plechtigheden gaande om de slechte geesten gunstig te stemmen. Awas ada upacara agama, stond er op de borden die het verkeer bij tempels tot langzaam rijden dwongen.
Ondanks het slechte weer en de geesten die nergens meer naar leken te willen luisteren, was de vakantie verademend. Me alleen maar bezig houden met de vraag waar we gaan eten en wat, of we nog een uitstapje zullen maken en waar naartoe, of aan welk boek ik nu eens zal beginnen, had ik in lange tijd niet meer meegemaakt. Misschien wel sinds de eerste schoolvakanties die eeuwig duurden.
Samen met de kinderen liedjes zingen terwijl we in de auto op weg waren naar uitzichten op rijstvelden. "Drie maal drie is negen, en ieder zingt zijn eigen lied." Om de beurt zetten we een lied in. Dat onderbraken we soms door te roepen: "Kijk rechts tussen die twee huizen door een kijkje op de rijstvelden." Vervolgens liet Marion of ik spijtig volgen dat dertig, nee twintig, misschien zelfs nog tien jaar geleden die huizen er nog niet gestaan hadden en het uitzicht driehonderdzestig graden om ons heen te bewonderen was geweest. Zwemmen met de kinderen. Met Feline bespreken dat het onmogelijk is een dagboek bij te houden zonder dat er ook geheimen in terecht komen. David leren hoe je moet bodysurfen zonder te verdrinken. De zee ten zuiden van Bali is berucht om de vele slachtoffers, die ze maakt. Je moet de golven leren lezen, herkennen wat ze gaan doen om dan op het juiste moment vaart te maken, erboven op te klimmen en meegevoerd te worden.
Als ik spring is dat allemaal weer voorbij, herinnering geworden. Maar terug is geen optie. Zou de taxi me dan weer naar het vliegveld moeten brengen?
Daar ga ik en kom netjes op twee benen terecht. Een half uur later heb ik de vakantiewas in de wasmachine gedaan en zit ik met een kop thee naast me achter mijn computer om mijn mail te controleren. Het vervelende gedoe met de universiteit is nog steeds gaande. Er zijn ook heel veel vragen van mensen die van alles willen weten en denken dat ik er wel een antwoord op kan geven. Zaken die in de week voor de kerst waren afgesproken liggen er nog precies zo. Alsof er twee weken zo maar uit de wereldgeschiedenis geknipt zijn.
Een paar uur later word ik rillerig, kan mijn ogen niet meer openhouden en besef dat de jetlag me in haar greep heeft. Op dat moment gaat de telefoon. Het is mijn schoonmoeder die wanhopig roept: "Ik kan het niet meer aan. Hij beschuldigt me van van alles. Hij maakt me gek. Ik weet niet meer wat ik moet!" Daarna verbreekt ze de verbinding zonder dat ik de gelegenheid heb gehad ook maar één woord te zeggen. We zijn ook terug in haar zorgen. Ze weet dat ik bij zulke situaties in de auto stap en naar ze toe rijd, maar ik heb de energie er niet voor. Mijn schoonvader is al veel eerder over het hek gesprongen en bevindt zich in de wereld tussen de geesten uit zijn kinderjaren. We beseffen allemaal waar hij op weg naartoe is en dat het geen zin heeft om hem uit te leggen dat hij zich anders moet gedragen. En mijn schoonmoeder raakt steeds meer in paniek omdat ze beseft dat het moment steeds dichterbij komt dat hij de weg naar de gewone wereld niet meer terug kan vinden.
Tien minuten later bel ik hem op. "Je hebt ma toch niet geplaagd?" vraag ik. "Daar is ze te lief voor. Niet zo ondeugend zijn."
"Ik zal het wel goed maken," belooft hij.
Meer heb ik niet in huis. Nog even probeer ik terug te keren naar de onbezorgde tijd van een paar dagen eerder. In een restaurant in Jimbaran loop ik met Helena op mijn nek. Mijn hoofd helt naar achteren omdat ik met haar naar de avondhemel wil kijken.
"Zie je al die sterren Helena?" vraag ik haar. "Wij mensen zijn zo klein. Kijk, al die lichtjes. Ze hebben allemaal namen. De grote beer en de kleine beer. Het zuiderkruis."
Ik ga maar door omdat ik altijd alles uit wil leggen, en wil delen wat ik geleerd heb en mooi vind, omdat het leven nu eenmaal geweldig is en ik er niets van wil missen. Misschien is mijn geklets wel eens lastig voor anderen en zouden ze heel even een moment stilte voor zichzelf wensen, maar zo ben ik nu eenmaal. Ineens zegt ze op een toon alsof ze dat constateert "Opa lief."
Ik wil altijd met Helena op vakantie en niet over dat hek heen, maar het is onmogelijk, want Helena moet voor het eerst naar school. Dat begint tegenwoordig al als je twee jaar bent.



Terug