Week 04 -2008
Zij viert haar zevenenvijftigste verjaardag. Vorig jaar werd de heuglijke datum die het begin van haar bestaan markeert genegeerd, een feestje overgeslagen. De chemokuren zogen zoveel energie weg dat een hele avond een vrolijk gezicht opzetten vrijwel onmogelijk was geworden. Maar nu kan het weer. Het haar is terug. De keuken volledig verbouwd. Dertig jaar lang hadden ze zich in een keukentje beholpen dat leek op de uitrusting van een stacaravan, maar nu is alles groot, glimmend en de vrolijke kleuren spatten van de wanden af. Het hoort bij de kankermania, de behoefte van mensen met kanker en hun familieleden om alles te vernieuwen. Zelf heb ik in de afgelopen jaren ook veel te veel in en rond ons huis veranderd. Wat niet meer functioneert vervangen, wat oud is vernieuwen. Alsof je door je omgeving grondig aan te pakken ook je lichaam kunt helen.
Marion heeft haar zus luchtige zijden hemdjes gegeven, die ze in de lingeriewinkel gekocht heeft. Ook dat benadrukt het nieuwe begin. Weer vrouw zijn en niet langer een patiënt met een gezwel.
"Voor het eerst geloof ik er weer in," zegt haar zus vol zelfvertrouwen. De verjaardagsgasten lachen omdat er weer een toekomst in het vernieuwde huis is. Dit is niet het moment om vragen te stellen.
Voor een lezing ben ik ergens in een bibliotheek. Een groep vrouwen en één gezellig gevulde heer die door zijn echtgenote is meegenomen luisteren aandachtig. Een enkeling heeft een blocnote op schoot en maakt daarin aantekeningen. Na de pauze is er gelegenheid tot het stellen van vragen. Volkoren brood of zuurdesembrood, of liever helemaal geen brood? En wat is beter, bloemkool of broccoli? Is ketchup goed omdat er lycopeen in zit of slecht omdat er suiker aan toe is gevoegd? Mensen hebben zoveel vragen en er zijn te weinig antwoorden.
Een jonge vrouw vraagt met zachte stem: "En voeding en kanker?"
"Hoezo?"
"Ik ben vanwege hormonale borstkanker behandeld en weet eigenlijk niet goed wat ik eten moet," verduidelijkt ze. "Ik eet niet zo veel vlees meer. Zuivelproducten ben ik ook minder gaan eten. Maar hoe kom ik dan aan mijn calcium? Mijn dokter weet eigenlijk niets. Hij zei pas wel dat ik niet zo veel groente moet eten en opletten voor de fitoestrogenen. Kan ik dan geen soja eten? En welke groentes zijn dan het verstandigst?"
Wanhopig zoek ik in mijn hersenen naar woorden die haar gerust kunnen stellen, haar zelfvertrouwen geven, maar die bestaan gewoon niet. Ik wil eerlijk zijn en ben niet in staat haar uit te leggen wat ze wel of niet moet gaan eten om voor eeuwig van alle kankerzorgen bevrijd te zijn. Ik haal mijn schouders op.
"Niemand weet het precies," zeg ik.
Waar ooit de priester ons het antwoord verschafte, daar is nu de wetenschap voor in de plaats gekomen. Op een dag heb ik besloten dat ik schrijver zou zijn omdat ik het gelukkigst was als schreef. Ik was een jaar of tien en had geen flauw idee hoe je schrijver moest worden. Nadat ik medicijnen gestudeerd had begon ik over medische zaken te schrijven. Zo hadden anderen iets aan wat ik schreef. Ik zou de wereld veranderen door de antwoorden die de wetenschap geeft dichter bij mensen brengen. Ik doe dat nu bijna vijfendertig jaar. Naarmate ik meer weet besef ik dat er veel meer vragen zijn dan antwoorden.
Als ik na de lezing naar huis ga, zie ik de vrouw over haar fiets gebogen staan om het slot open te maken. Ik heb even neiging de bos tulpen die ik zojuist ontvangen heb aan haar te geven, maar besluit die toch maar thuis in een vaas te zetten.
"Het beste," zeg ik vanuit de verte.
Meer dan die twee woorden heb ik haar niet te geven.
De dag na haar verjaardag belt Marion's zus me op. Haar hoofd zoemt nog van de mooie verjaarsavond, maar al snel vraagt ze me: "Heb je dat stuk gisteren in de krant gelezen over waarom de een de kwaadaardige vorm van kanker krijgt en de ander niet."
'Ja' zeg ik, maar welke woorden moeten daarna volgen? Ik weet niet wat ik moet zeggen om duidelijk te maken dat wat er in dat krantenartikel staat absoluut niet over haar gaat. Dat het over genen gaat en niet over mensen. Dat het door de onderzoeksbureaus van universiteiten en producenten van tests en medicijnen opgeblazen en gehypt wordt omdat ze meer geld voor onderzoek nodig hebben. Dat het door de journalisten van de krant opgepakt wordt om de lege plekken op de pagina te vullen. Dat je meer hebt aan een zijden hemd dan aan drukinkt en krantenpapier.



Terug