Week 08 -2008
Door de nacht reden we naar huis. We zwegen omdat we elkaar alles al verteld hadden. Dat is het mooie van een langdurige relatie. Woorden zijn niet altijd nodig. We hadden elk onze eigen gedachten. Omdat alles tijdelijk blijkt, denk ik soms of vijf jaar nadat ik overleden ben er nog mensen zijn die af en toe aan me zullen denken. Op dat moment hoorde ik op de radio 'Shine on you crazy diamond' van Pink Floyd. Daardoor moest ik aan hem denken. Alleen herinner ik me zijn naam niet meer. Het was een doodgewone klassieke Nederlandse naam, die perfect bij zijn uiterlijk paste. Jan, Guus, of Joop. Hij leek op een boerenzoon. Het lied van Pink Floyd werd gespeeld tijdens zijn begrafenis. In mijn verbeelding lukt het me niet de associatie tussen hem en een crazy diamond te maken. Ergens in de dertig was hij. Aids. De hele ceremonie had hij van te voren uitgedacht. Van de condooms als ballonnen aan de kist tot de grote collectebussen voor het aids-fonds bij de ingang van de aula toe. Aids had van hem een activist gemaakt.
Op een dag - een jaar of drie eerder - was hij bij mij op de universiteit gekomen om me over te halen me in te zetten op het gebied van aids; onderzoek naar alternatieve behandelingen. Ik voelde er niets voor. In de eerste plaats omdat ik geen affiniteit met alternatieve behandelingen heb. Ik ben nu eenmaal opgeleid tot arts met een wetenschappelijke achtergrond. Hoewel ik sympathie heb met iedereen die zijn einde voelt naderen en alles wil doen om dat te voorkomen, weet ik er gewoon te weinig van af. Bovendien was ik al druk genoeg met zo veel andere dingen en ik kan toch al zo moeilijk kiezen. Waarom zou ik me ook nog met aids bemoeien?
"Dat zegt iedereen," zei hij. "Ze zeggen allemaal dat ze al met iets bezig zijn. Maar aids is wel iets nieuws en dus kan niet iedereen zo maar de andere kant op kijken."
Er zat een grond van waarheid in zijn argumentatie, maar toch zei ik dat ik er geen tijd voor had. Hij hield echter vol en schreef me uitgebreid. Oké, hij vleide me in zijn brief een beetje en overdreef het belang van juist mijn bijdrage, maar toch begon ik te twijfelen. Bij zijn derde poging gaf ik toe. Alleen wilde ik onder geen voorwaarde onderzoeken of al die alternatieve behandelingen nu wel of niet werken. Veel liever onderzocht ik wat mensen met hiv of aids eigenlijk van zo'n behandeling verwachtten en of ze dat ook gekregen hadden.
Spijt heb ik er nooit van gehad. Misschien heeft niemand anders er iets van opgestoken, maar ik zelf heb er in ieder geval veel van geleerd. Bijvoorbeeld dat veel mensen alternatieve medicijnen gebruiken omdat ze vinden dat ze naast de nog al heftig werkende reguliere medicijnen wel iets kunnen gebruiken om hun afweer te versterken. En ook bijvoorbeeld dat ze van de zorg iets anders verwachten dan alleen maar een recept. Bij terminale ziekten, zoals kanker of aids, gaat het om mensen die gehoord hebben dat ze ondanks hun jonge leeftijd toch aangewezen zijn om heen te gaan. Ze vragen zich vertwijfeld af waarom. Hun internist kan ze dat niet vertellen. Die is zelfs niet geïnteresseerd in de vraag. Ja, door een virus. En dat heeft dan weer met gedrag te maken. Met de verkeerde man geneukt. Jammer. Toeval. Maar waarom zij juist wel en andere mensen met het zelfde gedrag niet? De internist haalt dan zijn schouders op. Tja…
De alternatieve genezers hadden echter wel een antwoord, hoe onzinnig het voor een buitenstaander ook klonk. Ik herinner me dat één van de mensen die we interviewden vertelde dat zijn genezer gezegd had dat hij omdat hij homoseksueel was het zwaar had gehad. Hij was gepest op de middelbare school en het had lang geduurd voor zijn ouders hem accepteerden zoals hij was. Dat had veel te veel energie gekost. Daardoor was zijn weerstand gering op de dag dat het virus zich bij hem aandiende. Door zo zijn verhaal te ordenen had deze man zin gegeven aan zijn ziekte. Wat hem overkwam was geen pech maar een vorm van martelaarschap geworden. Zijn seksuele identiteit was het kruis dat hij droeg. [Ik bedoel dit natuurlijk niet grappig.] Door deze interpretatie kreeg zijn leven betekenis, had hij niet voor niets geleefd.
Een jaar nadat ik met het onderzoek begonnen was werd ik gevraagd een workshop te leiden in Thailand. Het was de bedoeling gedachten uit te wisselen wat men zou kunnen doen bij de dreiging van de epidemie. Het was nog in de tijd dat pseudo-deskundigen beweerden dat aids in Azië geen kans zou krijgen. De mensen in Indonesië waren te preuts. Die wisten niet eens wat seks was. Er waren te veel moslems in Maleisië en wie de koran leest is altijd trouw aan zijn partner. In de heilstaat van de socialistische republiek Vietnam bestond helemaal geen prostitutie; dus hoe zou het virus zich in hemelsnaam kunnen verspreiden. Nee, het zou in Azië nooit gebeuren. Daarom vroeg ik hem mee te gaan naar Bangkok om te vertellen hoe simpel je zo'n virus te pakken hebt. Hij werd een van de eerste mensen met aids die op de Thaise televisie verscheen.
Ineens ging het slechter met hem. We probeerden het boek met de resultaten van de bijeenkomst in Bangkok nog op tijd af te krijgen. Iemand belde me echter op om te vertellen dat de datum van zijn euthanasie al gepland was. Bezoek wilde hij niet meer. Met een boek vol drukfouten en voorin een dankwoord aan hem ging ik naar het ziekenhuis. Ik zei dat ik zijn huisarts was en mocht van de verpleegkundige naar binnen. Hij was blij dat ik kwam, maar wel verbaasd dat ik zijn wens alleen gelaten te worden genegeerd had.
"Afscheid nemen," zei ik, "is niet bedacht voor de stervenden, maar voor degenen die achterblijven. Ik moet immers verder leven en ik wil je bedanken dat je me overgehaald heb met aids bezig te zijn."
Geen vrouw. Geen kind. Veel vrienden van zijn generatie homoseksuelen waren overleden. Zijn moeder was twintig jaar geleden al oud. Ik kan me niet voorstellen dat zij nog leeft. Wie zal er nog af en toe aan hem denken? Shine on you crazy diamond. Zelfs zijn naam ben ik vergeten.



Terug