| Week 10 -2008 Mijn moeder wordt dit jaar 88 en mijn schoonvader 87. Ze vertelt hem over Wil die pas 78 is, maar geen benen meer heeft vanwege de suiker en over Alfred die gevallen is en een heup heeft gebroken. Maar hij heeft nu wel een mooie traplift in zijn huis gekregen. Jammer genoeg is Alfred nog een keer gevallen, maar de heup is verder niet beschadigd en dat terwijl hij toch 92 is. Hij loopt zelfs al weer. Mijn schoonvader luistert, maar heeft geen idee wie Wil en Alfred zijn. Daar gaat het ook niet om bij zulke verhalen. Het is haar manier om hem op te vrolijken. Hij loopt steeds moeilijker en zit met vriendelijke glimlach aan het hoofd van de tafel, dicht bij de WC, soms bij ons, dan weer in een andere wereld. Als ze het restaurant waar we gegeten hebben verlaten duwt mijn moeder mijn schoonmoeder aan de kant en geeft mijn schoonvader een arm. Mijn schoonmoeder is pas 78 en telt niet echt mee in de wereld van oude mensen. Bovendien heeft ze steeds meer last van de arm waarin ze als kind door polio verlammingsverschijnselen kreeg. Mijn moeder met haar kunststofknieën en kunststofheupen zal hem wel even naar de auto begeleiden, die ik inmiddels voorgereden heb. Zonder op te letten stapt ze met mijn schoonvader die onzeker met zijn wandelstok steun zoekt, maar alle vertrouwen in mijn moeder heeft, de straat op en een fietser kan hen maar net ontwijken. Ze is niet alleen gezond, maar heeft ook nog eens veel geluk. Op een Amerikaanse website kom ik tien tips tegen om je goed te voelen. Naast allerlei verstandige raad over notenpap, bietensap en broccoli, en het dringend advies om minstens een half uur per dag met skistokken zwaaiend te gaan wandelen, wordt ook gesuggereerd om eens goed om je heen te kijken. De mensen rondom ons zijn er vaak veel beroerder aan toe en al snel voel je je dan prima. Luisterend naar mijn moeder, denk ik niet dat het nodig is om mensen dat te adviseren. Als ik met de trein reis en nergens meer een behoorlijke wc tegenkom, denk ik dat het altijd nog beter is dan met een luier te lopen. Dus voel ik me onmiddellijk een stuk prettiger. Als ik bij een urinoir kom en er snel heen wil gaan, maar blijkt dat het langdurig bezet is, stel ik me voor dat het minder erg is dan wanneer deze plasplek waarop ik rotsvast vertrouw helemaal verdwenen zou zijn. Als ik doorloop naar een volgend plashok, zal ik namelijk zeker mijn nieuwe pak bevuilen en de hele avond met zo'n grote donkere plek op kruishoogte rondlopen. Dus even wachten is altijd beter. Het is trouwens weer niet zo erg als een diarreeaanval, want dan hoef je niet eens meer naar je afspraak. De volgende ochtend komt tijdens het rennen de aandrang dramatisch snel op. Ik schiet het bos in en ga zo snel mogelijk op de hurken. Het is vroeg en er zijn weinig mensen. Twee dames van iets ouder dan twintig rennen echter ook een rondje. Ze proberen me te negeren, maar het is bijna onmogelijk. De struiken missen nog hun bladeren en dekken niets af. Als ik later traag verder loop, bang ze in te halen, fantaseer ik hoe het nog erger kan. Bij de uitgang van het bos zal de politie staan om me te arresteren wegens wangedrag. Ook daar zie ik al snel het voordeel van in, want ik kan er dan tenminste over schrijven. Uiteindelijk betrap ik me er zelfs op dat ik het jammer vind dat er geen politie op me wacht als ik het bos verlaat. Voor iedereen met aften, prostaatkanker of zweetvoeten heb ik een nog erger verhaal dan mijn moeder ze kan verzinnen. Deze week belde Naïma. Ik was juist bezig over te stappen en liep over het station. Haar uitkering is gestopt. Ze woont in Kanaaleiland, in een flat waar de brievenbussen telkens kapotgemaakt worden zodat ze de post van de sociale dienst nooit ontvangt. Geen enkele vorm van post ontvangt ze trouwens. Ze is bang in die Utrechtse wijk en wil al een tijd verhuizen, want jongens van twaalf steken de fietsenhokken onder de flat met regelmaat in brand. Soms breken ze bij haar in. Toen we haar eens met een fototoestel bezochten, hebben die kleine jongens haar gezegd dat ze niets mag vertellen over hoe het er in de wijk aan toe gaat. Ze heeft een paar weken bij haar dochter gelogeerd om op de kinderen te passen. Haar dochter wil werken, maar de kinderopvang is zo duur. Naïma koopt haar eigen eten als ze bij haar dochter is, want ze hoort haar schoonzoon vaak klagen over geld. Ze mag geen Nederlands met haar kleinkinderen spreken omdat die kinderen de taal goed moeten leren, anders zullen ze niet ver komen. Arabisch mag eventueel wel, maar Naïma is al zevenentwintig jaar hier. Haar Arabisch wordt soms doorspekt met Nederlandse woorden. Als ze weer in haar eigen huis is, krijgt ze bezoek. De twee mannen van de sociale dienst identificeren zich. Ze reageert niet op de brieven van de dienst. Daarom is haar uitkering ook al twee maanden geleden stopgezet. Nu komen ze haar huis controleren. Ze gaan zelfs met hun handen in de lade waar haar ondergoed ligt. Naïma heeft overigens bijna niets. Op de bank twee euro. Twee stoelen en in de ijskast ligt alleen nog een stukje schapenvlees, dat ze zes weken geleden van haar dochter kreeg ter gelegenheid van het slachtfeest. "Dat blijft lang goed" legt Naïma uit. Ze begint plotseling te huilen omdat ze ook niet eens iemand heeft aan wie ze dit allemaal kan vertellen. Op mijn aandringen is ze nog een keer naar de Sociale Dienst gegaan, maar daar zegt men dat de mevrouw die haar uitkering heeft stopgezet er niet is. Ze wacht van negen tot twaalf uur en loopt dan weer terug naar haar wijk. Ze heeft geen geld om de bus te nemen. Uiteindelijk ontvangt ze een brief via het adres van een vrouw die ze kent en elders woont, maar ze begrijpt niet wat erin staat. Ze leest de woorden een voor een aan me voor. Ik luister geduldig, sta toch op perron één opmijn trein te wachten en kijk naar een grote affiche met een jong hondje: www.adopteereenpuppy.nl. De Nederlandse bevolking is erg lief voor dieren. Ook voor varkentjes, circusdieren, zelfs geïmporteerde dieren. "In die brief staat dat je een voorschot krijgt op het geld dat je in januari had moeten ontvangen," leg ik uit. Ze is opgelucht. "Dus ik krijg geld?" Ik kan alle mensen die zelfmedelijden hebben aanraden aan Naïma te denken. Het kan altijd erger. Daar heb je mijn moeders verhalen niet voor nodig. Terug |