| Week 11 -2008 Mijn schoonvader heeft een pyjamadag. De zoveelste. Geen zin om zich om te kleden. Onderuitgezakt in zijn stoel en met zijn benen op een verhoging groet hij ons met een verraste lach. Met handen glimmend van de olie heeft mijn schoonmoeder ons binnengelaten. Ze keert terug naar zijn ontblote voeten en gaat verder die te masseren. Door de verlamming in haar rechterarm kan ze weinig kracht zetten. Krampachtig buigt ze over hem heen en via die onhandige houding zorgt ze dat haar gewicht helpt druk uit te oefenen op zijn blauwe tenen. Een paar keer vraagt hij ons: "Moeten jullie geen thee?" En snel daarna zegt hij verontschuldigend met brede glimlach: "Ja, ik kan het natuurlijk niet voor jullie maken." Een half uur later zijn beide voeten donkerroze. Om te voorkomen dat ze hem pijn doet, trekt ze de boorden van zijn sokken ver uit elkaar en schuift die uiterst voorzichtig over zijn voeten. Alsof ze het eerder nog niet in de gaten had zegt ze luid: "Je hebt je pijnstillers van twaalf uur nog niet eens geslikt en je suikerpilletjes ook niet." "Ja straks," zegt hij. "Zo meteen zeg je weer dat je ze wel ingenomen hebt en dat ik je veel te veel laat slikken," dringt ze met nog altijd luide stem aan. Vroeger kon hij op de fiets stappen en wegrijden. Nu kan hij zijn eigen leven alleen nog bepalen door iets te drinken als hij het wil en zijn medicijnen te slikken op het moment dat hem uitkomt. Het lijkt ook of zijn gezondheid hem niet veel meer schelen kan. Wat maakt het uit of de suiker verhoogd is? En pijn is betrekkelijk. Hoewel we er niets mee te maken willen hebben, kennen we onze rol in deze huwelijkse rituelen. "Pa, neem nou die medicijnen maar in, dan ben je ervan af." Braaf slikt hij ze nu met het water dat nog in zijn glas zit. Onmiddellijk brengt ze hem een grote beker thee. Ze weet dat oude mensen goed moeten drinken. Als je maar steeds drinkt word je heel oud. Hij lacht als een boeddha en vindt het allemaal best, maar het hoeft niet meer. Hij geniet van bezoek, van het eten en van het zitten in zijn stoel. De rest van zijn leven is al voorbij. Elke dag zou hij wel een pyjamadag willen. Van mijn schoonmoeder mag dat op zaterdag en zondag, want dan komt er geen verpleegkundige om hem te wassen, maar de rest van de week moet hij er iets van maken: zich aankleden om de dag met volle inzet tegemoet te treden. Leven is niet afwachten tot je doodgaat. Als je de K-kaart echter hebt uitgedeeld gekregen weet je dat er een tijdslijn bestaat en je bent vergeten hoe het vroeger was toen je dacht dat het leven in overvloed overal aanwezig was en tijd nog geen betekenis had. Ineens kijk je vaker dan je zelf wilt naar de overlijdensberichten in de krant. Die ook al? Nog jong zeg. Plotseling, dat betekent een hartinfarct of een hersenbloeding. Tragisch, dat duidt op een ongeval. Hij kon het niet meer, dat moet zelfmoord geweest zijn. Zijn strijd was uiteindelijk vergeefs, dat gaat over ons soort mensen. Die met de kwaadaardige gezwellen. Er zijn een paar mannen met prostaatkanker die me af en toe mailen. Niet te vaak, want we zijn nog niet aan het wachten op onze laatste voetmassages. Het leven raast nog en we zitten er middenin. Toch, is er soms een reden om iets te delen. Dat een bepaalde behandeling tegenviel. Of - en dat bericht ontving ik onlangs - dat Jan nu van de tabletjes af is en weer aan de prik in de buik moet. Ik ben nog bezig met de tabletjes en hoop maar dat het heel lang zal duren, maar als de psa weer stijgt dan komt het moment dat ook ik er weer aan moet geloven. Terug naar de huilbuien, de opvliegers, de castratie. En daarna de geleidelijke afbraak van je lichaam door het zwakker worden van de spieren, het verdwijnen van de levenslust en het wachten totdat ook jouw tijd gekomen is. Het is erg voor Jan, maar als ik het lees besef ik vol schaamte dat ik - heel egoïstisch - alleen maar kan denken aan hoe ik het moment zo lang mogelijk kan uitstellen. Meer rennen, geen toetjes meer, minder wijn? "Ze wonen nog een jaar in Jakarta," zegt mijn schoonmoeder over haar jongste zoon en diens vrouw. "We moeten toch eens kijken of we weer snel een reis kunnen boeken." Hij kijkt lachend naar ons, alsof hij zeggen wil: wat haalt ze zich nu weer voor wilde dingen in het hoofd. Heel bescheiden herinneren we mijn schoonmoeder aan de problemen die ze afgelopen november hadden tijdens de vliegreis, maar die zijn blijkbaar effectief verdrongen. Thuis zegt Marion: "Hoe kan ze nu denken dat een man die geen zin heeft om zijn tuin in te lopen, wel naar Indonesië toe wil." Er bestaan geen regels over hoe we het leven proberen te rekken en alles wat hoop verschaft is geoorloofd. Terug |