| Week 13 -2008 Eerste lentedag en het sneeuwt. Tot mijn enkels in het water ren ik door de plassen in het bos. Mijn witte kousen kleuren zwart, mijn voeten worden koud. Ik moet doorzetten. Zo lang ik ren, kan ik "prima" blijven zeggen aan mensen die me vragen hoe het gaat. In deze conditie kan ook ik er zelfs in geloven. Soms knaagt de twijfel. Wat is die vreemde pijn in mijn hak? Hoe voelt het als je klachten gaat krijgen door de eiwitafbrekende werking van de medicijnen zodat de kwaliteit van botten, pezen en spieren wordt aangetast? Zodra ik wakker word en uit bed stap is de pijn er weer, alsof hij en ik tegelijkertijd ontwaken. Niet minder dan gisteren. Vervelende dingen horen vanzelf te verdwijnen als je ze goed negeert: verkoudheden, slechte stemmingen, schrijnende plekken, onaardige woorden en liefst ook prostaatkanker. Het is vanzelf gekomen, dus het zal ook wel weer vanzelf verdwijnen. Het is lente en mijn schoonouders zijn achtenvijftig jaar getrouwd. We eten samen. Samen zitten ze aan tafel. Naast elkaar. Glunderend. Jaren die hen niet meer kunnen worden afgenomen. Hebberig omdat ze er best nog een paar bij willen, maar dan liefst zonder de uitzaaiingen in de wervels, de pijn in de rug en de blauwe voeten. We maken grappen over uitslapen, omdat mijn schoonvader steeds minder zin heeft om zijn pyjama te verruilen voor gewone kleren. Hij wil niet altijd meer uit bed komen. Waarom nog? Hij is een grote glimlachende baby, die zich laat verzorgen. Meestal staat hij daarom pas laat op, als de verpleegkundige komt om hem te wassen. Het is echter eenzaam in bed en daarom spant hij zich in om mijn schoonmoeder bij zich te houden. "Wat moet je doen? Waarom ga je er al uit?" vraagt hij. "Heb je soms met iemand een afspraak?" Hij bezorgt haar een licht schuldgevoel zodat ze blijft liggen. Zo gaat dat als je lang samenleeft. Ze bespelen elkaar als muziekinstrumenten. Mijn schoonmoeder zegt: "Als ik om een of andere reden laat opsta " De rest van de zin hoor ik niet meer. Dat 'een of ander' is intrigerend. Het verbergt iets. Het laat iets in het midden. Het vraagt om nadere uitleg. Wat is dan die reden? "Zeker als jullie de liefde hebben bedreven", suggereer ik. Herinneren ze zich dat nog? Hoe dat ging, hoe het voelde, hoe wanhopig je ernaar kon verlangen? "Nee, dat kan alleen 's avonds na het tanden poetsen," zegt mijn schoonmoeder heftig, alsof ze gruwt van een mond met gele brokkelige tanden die door de nacht wat is gaan ruiken. Is het een les van ervaren echtelieden over hoe je samen oud kunt worden of een indirecte klacht over het onvermijdelijk ouder worden? Marion rijdt met David en Feline in de auto naar ons huis. Ze logeren bij ons. De dagen worden langer en ik heb de schommels buiten weer opgehangen. "Toen ik langs de plaats reed waar ik dat auto-ongeluk had," vertelt Marion me later, "vertelde ik erover. Ze waren erg nieuwsgierig." "Wat dacht je toen het gebeurde?" had Feline gevraagd. "Ik dacht ok. Dit was het dan. Ik hoop wel dat iemand mijn film afmaakt." "Dacht je niet, O wat erg, nu zie ik Feline nooit meer?" wil Feline weten. "Nee,"zegt Marion. "Dat dacht ik pas later. Nu zie ik Feline niet meer, David niet meer, Helena niet meer, Kaja niet meer, Elle niet meer en Ivan niet meer." Feline is nog niet uitgevraagd. Al een tijdje is ze geļnteresseerd in religie. Ze wil alles over Jezus weten en ze is ervan overtuigd dat er een hemel voor ons wacht. "Dacht je niet," vraagt ze, "ging Feline ook maar snel dood, zodat dat ze dan ook bij mij in de hemel komt en ik daar niet alleen ben?" Ik wilde heel graag weten wat Marion gezegd had. Ze bleek erg verstandig te zijn geweest: "Daar in de hemel heb je zoveel tijd. Ik zou niet eens merken dat jij eerst nog negentig geworden bent en toen pas kwam." Als mijn tijd gekomen is ga ik dat ook aan Marion zeggen. Die twintig of dertig jaar die nog resten vliegen voorbij, zoals alle lentes en zomers voorbij zijn eer je begreep dat je er volop van moest genieten. Wat rest zijn wat foto's die herinneren aan hoe warm en mooi het was. Terug |