Week 14 -2008
"Sprak T, man van W. Ze ligt in het ziekenhuis, ook nog met een bacterie-infectie die bijna niet te bestrijden is. Veel onderzoek gehad. 95 procent kans dat het in het bot is terechtgekomen. Vreselijke pijn in onderrug. Ook morfine voor gehad. Dan die andere ziekte er nog bij. En geestelijk zei T op 't eind."
Deze mail stuurt Marion me door om me op de hoogte te houden van de toestand van haar zevenenvijftig jaar oude nicht. Als ik het lees prijs ik mezelf gelukkig. Negenenvijftig en ik ren nog.
Het lijden van W is als een spiegel voor Marion's zus. Ze zijn geen nichtjes meer, maar worden innig verbonden door 'die andere ziekte'. Bij haar is het verloop echter anders. Twee weken geleden, bij de periodieke controle, heeft de arts haar gezegd dat nu - anderhalf jaar na de operatie, chemo en bestraling - de ziekte niet is teruggekomen. Daarom stuurt ze een kaart aan vrienden en familie waarop ze in innige verstrengeling met haar man te zien is en daarbij een gedicht over solidariteit. Ze hebben elkaar nog en voor hen voelt de dag van die boodschap als nieuwjaar.
Het huwelijk is goed voor mensen. Iets beter voor mannen dan voor vrouwen. Uit onderzoek blijkt dat mensen met een goed huwelijk een lagere bloeddruk hebben dan vrijgezellen. Maar je kunt beter nooit getrouwd zijn dan te moeten lijden in een relatie van voortdurende spanning door verwijten, gebrek aan vertrouwen en gekibbel over alles. Dan is de schade aan je hart het grootst. Waarschijnlijk heeft het ook te maken met de manier waarop je naar je eigen relatie kijkt. Als ik mijn zevenendertig jaar met Marion overzie herinner ik me alleen maar mooie dingen. Vandaar dat ik een lage bloeddruk heb en mijn gezondheid niet hoef te beschermen door echtscheiding aan te vragen.
Kanker heb je samen. Toevallig zit het gezwel niet in één van je eigen lichaamsdelen, maar in de borsten die je gestreeld hebt, op je hand gewogen, genoten van de veerkracht, de tepels die je in je mond hebt genomen, geproefd, voelde hoe ze samentrokken alsof je zenuwbanen met de hare versmolten en je één systeem werd, en merkte hoe de hormonale lusten in elkaar overliepen alsof er geen verschil meer bestond. Over prostaatkanker kan ik een dergelijk lyrische beschrijving niet verzinnen. De meeste mannen weten al niet eens waar die prostaat zit en vrouwen hebben er geen idee van dat ze net als mannen ook een soort prostaat hebben. Maar veel en veel kleiner en kanker hebben ze er nooit in. Die verkiest net als menige man de borst boven de prostaat.
Ook zonder lyriek is mijn prostaat ook die van Marion gebleken. Ze werd zelfs gevraagd om ambassadeur van de Nederlandse Vereniging voor Urologie te worden omdat ze met mij die prostaatkanker deelt. Als bekende ervaringsdeskundige leek ze daarvoor zeer geschikt. Men had even overwogen onze vorstin te vragen, want die heeft immers ook haar partner aan die aandoening verloren en is er een betere ambassatrice dan een koningin. Alleen dringt de vraag zich op wie ze dan vertegenwoordigt. De organisatie van plasdokters bestaat in 2008 honderd jaar. Om dat te vieren wil men aandacht geven aan de vrouwen van al die sukkelende prostaatkankerjongens. Wie weet is het schuldgevoel en moet het gezien worden als een geste aan hun eigen partner die ze door het drukke werk vaak schromelijk verwaarlozen.
Marion twijfelde. Als je in dit land een beetje bekend bent komen zulke verzoeken regelmatig langs. Je kunt ambassadeur worden voor biggetjes die niet gecastreerd zouden moeten worden, voor Afrikaanse meisjes die niemand mag besnijden of voor beschermde boomsoorten omdat ons milieu groen dient te blijven. Moest Marion het doen? Ze vroeg het aan mij, maar wat kon ik zeggen? Het is immers haar prostaat net zo goed als de mijne. Ik knikte.
Na nog een keer lang nagedacht te hebben besloot ze toe te stemmen. Een uroloog kwam op bezoek en bracht een cadeautje en een dame van een reclamebureau mee. Die laatste zou een interview afnemen en uitwerken om op de website te plaatsen. Marion had me gevraagd erbij te komen zitten, omdat ze immers over ons gezamenlijke gezwel moest vertellen. Toen uiteindelijk het echte vraaggesprek begon ben ik toch weggegaan. Het leek me ongepast. Er is een scheiding tussen wat je samen meemaakt en hoe je het zelf voelt en verwerkt. Een paar dagen later liet Marion me de uitgeschreven tekst zien. Wat vond ik ervan?
Aanvankelijk vroeg de mevrouw haar of ze niet af en toe denkt 'was het maar voorbij'. Marion vond het een onbegrijpelijke vraag. Wat denken mensen in hemelsnaam? Als je kanker in de ander hebt, dan speelt zo'n gedachte helemaal niet door je hoofd. Buitenstaanders zien alleen maar het drama, het gruwelijke einde. Ze worden gehinderd door de angst het zelf te krijgen. Als je er werkelijk mee te maken hebt, wil je alleen nog maar aan het leven dat je nog rest denken, aan de toekomst die zo kort is.
Ook T heeft er alles voor over om het leven met W nog even te laten duren.



Terug