Week 15 -2008
"Het kan niet, het kan niet," zei mijn schoonmoeder met tranen in de ogen en vertrokken mond.
Ze had alles in haar leven goed gedaan. Regematig gesport, gezond gegeten, elke hap grondig gekauwd, als ze maar even lichaamsgeur rook zich gewassen, matig geweest in alles, gelachen als ze met badminton verloor, zich nooit laten gaan, in ieder geval niet als ik daar getuige van was geweest. Daarom was het zo door en door oneerlijk dat ze trombose in haar been had gekregen.
Ik zat met haar bij de eerste hulp afdeling van het ziekenhuis. We wachtten op een verpleegkundige om haar been in te zwachtelen.
"Soms heb je er aanleg voor," probeerde ik voorzichtig. "Zit het in de familie." Al eerder had ik haar erop gewezen dat haar broer en twee zussen bloedvatproblemen hadden gekregen. Infarcten, beroertes. Dat had ze me toen een beetje kwalijk genomen. Deze keer leek mijn opmerking echter enige opluchting te brengen. Zelf kon ze er dus niets aan doen.
De verpleegkundige had het been mooi ingepakt en gaf nog een plastic zakje voor het geval de schoen niet meer zou passen. Er kwam een stapel papieren te voorschijn.
"Dan moet u maandag eerst deze brief bij uw apotheker in de brievenbus doen," zei ze. "Dan doet u deze bij de trombosedienst in de bus. Deze brief is voor uw huisarts. Dan maakt u een afspraak met de polikliniek, want we moeten u helemaal onderzoeken en dan neemt u deze brief mee. Vervolgens maakt u een afspraak met het laboratorium om uw bloed te laten controleren. Normaal faxen we alles door, maar het is al weekend."
Ik probeerde het te onthouden, omdat het duidelijk was dat mijn schoonmoeder nog bezig was de woede over het haar aangedane onrecht te verwerken. Ze kreeg een recept voor onderhuidse injecties. Elke dag.
Thuisgekomen hoorde ik haar in de gang voorwerpen op de grond gooien. Eindelijk liet ze zich dan helemaal gaan.
De volgende dag bezocht ik haar om de prik in haar buik te geven. Ze kon dat moeilijk zelf doen. Dat had de arts in het ziekenhuis ook gevonden. "Ik zou het niet bij mezelf kunnen," had ze gezegd.
Mijn schoonmoeder was na een nacht rust nog steeds niet aan het idee gewend geraakt, en was het nog altijd oneens met haar lot.
"Ik moet pa verzorgen," mopperde ze telkens. "Hoe moet dat nu? Hij moet schoongehouden worden. Elke dag wassen, want ik wil dat hij lekker ruikt."
Dat het nodig was bleek uit de rest van haar verhaal. Alle opwinding van de vorige dag had zijn darmen op hol gebracht. Die morgen had hij de wc niet op tijd weten te bereiken, en zijn vieze onderbroek verstopt zodat ze niet nog meer werk zou hebben. Toen ze die vond had ze niet begrepen dat het misschien uit bezorgdheid om haar was dat hij dat gedaan had.
"Ik moest alles schoonmaken," zei ze. "Met die trombose."
Door het dikke zwachtel om haar onderbeen had ze haar eigen tenen slechts met grote moeite kunnen wassen. Ze legde me tot in detail uit hoe ze het toch voor elkaar gekregen had.
Even later kwam er een vriendin om te helpen met het doen van de boodschappen.
"Ik ben vanochtend een beetje boos geweest op pa," zei ze in de volle kamer alsof ze op voldoende getuigen had gewacht en het een belangrijke mededeling betrof, die ze maar een keer wilde maken. "Ik heb het allemaal afgereageerd op hem."
Sorry zeggen is gemakkelijk, maar publieke boetedoening, daar gaat het eigenlijk om. Dat begreep ze maar al te goed.
Mijn schoonvader zat glimlachend in zijn gemakkelijke stoel en zei: "Ik herinner me niets. Wat is er dan gebeurd?"
Soms is het goed dat ons geheugen tekort schiet. Misschien was zijn vergeetachtigheid deze keer echter vooral een bewijs van liefde. Hoe kan hij het nog tonen? Een groot spreker is hij nooit geweest. Wel een verhalenverteller, maar dat is iets heel anders.
Terwijl ik met haar in afzondering in de keuken stond vanwege de injectie vertrouwde ze me toe: "Ik moet ze in Jakarta nog vertellen dat ik nooit meer naar Indonesië kan komen. Dat is met die trombose voorbij."
"Dat kan nog wel hoor," zei ik. "Vaak opstaan en lopen in het vliegtuig."
Maar ze had de bijsluiter bij de medicijnen grondig gelezen en begreep precies wat lange vluchten zijn. Nog meer risico's wilde ze niet lopen, ook al betekende het dat ze haar geboorteland niet meer kon bezoeken.
Dat is zo moeilijk van ouder worden. Er zijn steeds meer nooitmeers en voorbijs, en boos worden helpt niet meer.



Terug