Week 18 -2008
Ergens onderweg moet ik ouder zijn geworden. In Sevilla waar Marion en ik in een klein zaaltje zitten om naar een flamencovoorstelling te kijken probeer ik het moment aan te wijzen waarop dat gebeurd is.
Ooit, toen ik studeerde en gedurende de lange zomervakanties mijn geld verdiende in Spanje, heb ik een grondige weerzin ontwikkeld tegen Flamencoshows. Van elk kaartje voor zo'n show dat ik aan een toerist verkocht ontving ik een derde. Maar wie gaat er nu in hemelsnaam naar zo'n voorstelling? Slechte dansers, teveel goedkope drank en een folklorevoorstelling die een metafoor moet zijn voor het echte Spanje, maar meer op een karikatuur lijkt. Passie, romantiek, Carmen, Don Juan in goedkope felgekleurde jurken.
Daarom begrijp ik werkelijk niet waarom ik Marion heb voorgesteld naar dat theatertje te gaan. Misschien doe je dat als je een bepaalde leeftijd bereikt hebt of omdat het regent en je niet weet wat je anders in zo'n stad moet doen. Geen tijd meer om het leven op je af te laten komen en bereid tot compromissen. Tevreden met surrogaat omdat er geen tijd meer is om te wachten tot het echte intense leven zich aandient.
Als er vijfendertig jaar geleden Spaans gedanst moest worden deed ik het zelf wel. Dan stampte ik met mijn hakken op de houten vloer in ons kleine huis in Utrecht, en draaide om mijn lengteas tussen de eettafel en de box van Kaja. Ik imiteerde wat ik gezien had in de donkere kroegen waar de dansers om beurten met drank in hun lijf wedijverden om de gunsten van de vrouwen. Het waren geen shows voor bejaarde toeristen, maar rituelen om de sociale rangorde te bepalen. Marion moest er om lachen, maar was verder niet onder de indruk.
De danser in het gezelschap had beter zijn jasje aan kunnen houden, want als hij het uittrekt zien we zijn buikje in het witte overhemd tussen vest en broekband opbollen. Het neemt de aandacht van de passie die hij in zijn ogen probeert te leggen helemaal weg. Toch, als de gitaar klinkt en een oudere man - ook veel te dik, en zijn vette haar in een klein knotje in de nek - begint te zingen, ben ik weer jong. Ik sta tegenover Amadeo die vanachter de toog van zijn bar voor me zingt. Ayayayaya. Hij slaat op zijn schouder. Hij heeft slechts één arm en wat moet een flamencozanger die toch in zijn handen wil klappen? Ooit heb ik hem gevraagd of het in de Spaanse burgeroorlog gebeurd was. "Verkeersongeluk," zei hij.
Op het podium stampt een danseres driftig met haar voeten. Ze trekt een kwaad gezicht. Dat hoort bij passie. Lachen is verboden.
Een Spaanse chirurg nam ons op een zaterdagavond mee naar een kelder waar de vonken uit de ogen van dansers en danseressen spatten. De man kwam in de weekenden naar Peniscola waar Marion en ik een studentenhotel beheerden. Meestal was hij vergezeld van zijn vriendin, waar hij echter de hele avond niet naar omkeek. De mannen zaten in de bar van Amadeo te praten, dronken te veel en af en toe zongen ze elkaar toe in huilerige klanken. Door de week las ik Hemingway en in het weekend zat ik bij ze en probeerde hun grappen te begrijpen. Ik was vreselijk trots toen ik Marion een keer kon vertellen dat ik zelf een grap in het Spaans gemaakt had waar de mannen ook om hadden gelachen. Misschien uit medelijden. De vriendin van de chirurg was een bekend fotomodel en Lolita, de vrouw van Amadeo, toonde foto's in tijdschriften om het te bewijzen. Ik had daardoor kunnen begrijpen dat de chirurg zich erg aangetrokken voelde tot vrouwelijk schoon en ons niet naar die kelder meenam omdat hij mij zo sympathiek vond. Hij kon gewoon zijn ogen niet van Marion af houden. Met z'n vieren reden we naar een stadje dat ver weg lag, om samen plezier te hebben. Het was beroemd vanwege zijn uitstekende dansers. Drank, druk, geen kans om boven het lawaai van de kelder uit te komen en een gesprek te voeren. Onderweg, terug naar Peniscola, zwegen we twee uur lang, want we hadden elkaar niets te vertellen, maar tijdens die stille rit bleven de beelden uit die kelder me volgen. De heftigheid van de paringsdans en de wedijver tussen de met hun hakken stampende mannen vermengden zich met de drank waarop de chirurg me de hele avond getrakteerd had.
Dat was wat ik imiteerde als ik voor Marion tussen poef en boekenkast door de kamer draaide en mijn hoofd arrogant in de lucht ophief. Olé.
In de zaal tussen de grijze hoofden krijgen we één drankje aangeboden. Het is bij het toegangsbewijs inbegrepen. Als de benen van de dansers heen en weer slingeren voel ik de zeurende pijn in mijn hak. Al zes weken heb ik er last van. Geen idee wat het is. Ik zou het moeten laten onderzoeken. Een uitzaaiing? Dat zal wel niet. Mijn PSA is pas nog bepaald. "Steady state," zei de uroloog. Misschien andere sportschoenen kopen? Naar een huisarts? Ik kan immers niet met elke simpele klacht naar mijn plasarts? Wat moet een huisarts echter doen als ik met mijn klachten bij hem kom? Sinds mijn twee vrienden met hun praktijk gestopt zijn heb ik niet eens meer een huisarts.
De gitarist speelt tussen twee dansen het adagio uit het Concerto d'Aranguez van Rodrigues. Daar sliepen Marion en ik ooit elke avond op in toen we niet konden slapen voor de liefde te hebben bedreven. Passie, romantiek. Plaat op zetten, de naald precies bij dat deel van de muziek laten zakken en we hoorden de klik van de pick-up arm die automatisch terug naar de ruststand ging niet eens meer. Het is lang geleden dat ik deze muziek gehoord heb.
De volgende ochtend lopen we in regenjas door de smalle straten van Santa Cruz - een vreemde naam voor de vroegere Joodse wijk van Sevilla - en zien een bromfiets stoppen bij enkele oudere dames. Een man springt af en rukt de tas van de schouder van één van de vrouwen, rent vervolgens terug en zorgt dat hij met zijn vriend snel verdwenen is. Mijn eerste impuls is er achteraan te rennen, maar ik voel die hak en besef dat ik zoiets nooit meer kan. Zelfs niet voor een tas van Marion. Ook niet als ik voor mijn leven zou moeten rennen.



Terug