| Week 19 -2008 In de brievenbus vond ik een grote envelop van de Nederlandse Spoorwegen met een vel treinkaartjes waarmee ik gratis kan reizen. 'Keuzedag' staat er op zo'n kaartje. "Met uw keuzedagen kunt u door heel Nederland reizen zonder een kaartje te kopen." Waarom heb ik dat toegestuurd gekregen in de maand dat ik zestig word? Het roept zo'n heftige schrikreactie bij me op dat ik er geen tweede blik op werp. Mijn moeder had het vroeger altijd over 'vrij reizen'. Omdat ze boven de zestig was mocht ze enkele keren per jaar gratis met de trein mee. Ze maakte zich voortdurend druk of ze wel op tijd van de mogelijkheid gebruik maakte, want als ze het niet goed in de gaten hield was de geldigheid van het kaartje voorbij. Het liefst reisde ze naar Maastricht, hoewel ze daar toch niemand kende. Hollandse zakelijkheid. Is het al zo ver dat ik ook recht heb op kaartjes waarmee ik gratis reis? Ineens begrijp ik opa van Wijk beter. Aanvankelijk vond ik zijn weigering de seniorenpas in het openbaar vervoer te gebruiken vermakelijk, maar ook kinderachtig. Hij was vijfentachtig jaar. Zijn haar was nog zwart en dansen deed hij als de beste. Hij bezocht alle Indische feesten in de omgeving van zijn woonplaats. Omdat de mensen die aan die bijeenkomsten hechten wat ouder zijn, worden die feesten georganiseerd op middagen. Avondpartijtjes bezoeken ze niet meer omdat ze om tien uur naar bed gaan. Men krijgt er een bord rijst met tropische gerechten waar de pepers en de gember uit is weggelaten, omdat de maag van de bezoekers dat niet meer verdraagt. Er wordt bingo gespeeld. Grijze mannen maken krontjongmuziek en er wordt altijd wordt veel gedanst. Bij dat laatste lagen opa van Wijk's kansen. Vanwege het tekort aan enigszins viriele mannen in bepaalde leeftijdscategorieën was hij erg in trek bij de dames en hij wisselde regelmatig. Telkens had hij verkering met een ander bejaard meisje. In de tram, samen naar haar aanleunwoning om daar het feestje op waardige wijze af te sluiten, gebruikte hij ondanks zijn gevorderde leeftijd nooit zijn kortingskaart. Liever de volle prijs betalen dan dat de vrouw die hem vergezelde besefte dat hij niet zo jong meer was. "Ben je moe?" vraagt Feline me. Ze logeert bij ons. Mocht ze gratis met me mee in de trein willen, dan kan dat. Ik heb ook railrunners gekregen. Daarmee kunnen kleinkinderen tussen vier en elf jaar met opa mee. "Een beetje," antwoord ik. "Ik dacht het al, want je hebt van die wallen onder je ogen," zegt ze. Mijn leven lang ben ik eigenlijk nooit moe geweest, maar vaker dan voorheen verlang ik naar rust. Het leven dendert over me heen en ik kom steeds vaker tijd te kort. Even vlug naar Albert Hein, snel nog een stuk afschrijven, voor vijf uur iemand terugbellen, koken omdat er mensen mee-eten. De kinderachtige territoriumconflicten op de universiteit worden me soms ook teveel. Het is wel ongeveer het laatste dat ik er nog bij kan hebben. Ik wil het allemaal nog wel, maar kan niet ontkennen dat ik me er soms echt toe moet zetten. Liefst zou ik in mijn stoel willen blijven zitten en mijn boek uitlezen. De energie om terug te vechten, nieuwe dingen aan te pakken en om tot het uiterste te gaan is er niet altijd meer. Het is één van de bijwerkingen van de pilletjes. Ze halen de testosteron uit de man en die mannelijke hormonen halen weer het uiterste uit de heren der schepping. Testosteron vermindert de angst voor wat nieuw is, verhoogt het plezier in risico's nemen en stimuleert fanatisme. Ik schrijf het maar eerlijk op zoals het is. Mannen worden haantjes met testosteron in het bloed. Gevaarlijk, maar ook aandoenlijk. Onderzoek laat zien dat mannen met veel testosteron betere soldaten zijn. En beurshandelaren die veel testosteron in het bloed hebben maken meer winst dan handelaren met weinig hormoon. Zoiets kun je niet verzinnen en daarom is het maar goed dat het onderzocht en bewezen is. Mannen die ouder worden produceren van zelf al steeds minder van dat kostelijke hormoon. Dat is maar goed ook, want wat moet je met de driften van een vent van twintig in een lijf van zestig? Het is echter wel jammer het idee op te moeten geven dat je alles kunt, dat - als je maar wilt - niets onmogelijk is. Als ik ren droom ik nog wel eens dat ik nog een keer een marathon loop en als mijn gedachten door de monotone beenbeweging vrij hun gang gaan fantaseer ik zelfs over een scherpe tijd. Het moet sneller kunnen dan de vorige keer. Liefst onder de drie uur. Als ik mijn rondje gelopen heb komt mijn verstand ook weer thuis. Ik ben er niet voor gebouwd: te korte benen, een te zwaar bovenlijf. Niet een leven lang in de Afrikaanse bergen getraind. Door de kapot gestraalde darmen moet ik bovendien elke twee kilometer achter een boom wegduiken. En bijna zestig. Nou ja, geen marathon meer, maar al het andere is nog mogelijk. Als ik wil… Alleen die testosteron heb ik er wel een beetje bij nodig. Eigenlijk is het een enorm voordeel dat ik me achter die drie kleine pilletjes kan verschuilen. Ik ben een man met een excuus voor het ouder en vermoeider worden. Ik moet die medicijnen nu eenmaal slikken. Mocht ik oud worden, dan komt het alleen maar daardoor. Maar ik weiger in de trein naar het einde te gaan zitten omdat het gratis is en het de verste bestemming is die ik me kan voorstellen. Terug |