Week 20 -2008
Op het moment dat ik uit narcose kom nadat men mijn rechter onderbeen heeft geamputeerd, is het eerste dat over mijn lippen komt: "Snel een roeimachine kopen, want ik moet in beweging blijven." De hersenen zijn er om ons te helpen redelijk te argumenteren, maar je kunt ze niet dwingen om feiten en niet angsten en drogredenen te gebruiken. Ze gaan hun eigen gang. En juist tijdens het hard lopen associëren ze volkomen vrij en zorgen ze ook nog voor kristalheldere beelden. Alsof het echt gebeurt zie ik dat geamputeerde been voor me.
In mijn verbeelding creëer ik het klassieke heldenverhaal: de held doorstaat de ergste beproevingen, maar gaat altijd door met de strijd, ook al heeft het geen enkele zin meer. Zulke pathetische gedachten komen vanzelf bij me boven als ik door het bos ren.
De pijn in mijn hak blijft hinderlijk. 's Morgens en als ik lang gezeten heb, hink ik. Een rotgezicht en als er mensen zijn die me kunnen zien verbijt ik de pijn en doe of er niets aan de hand is. Er is al weken lang geen tijd om naar een arts te gaan. Natuurlijk weet ik dat mijn psa onlangs nog stabiel was en ook dat de hak geen plaats voor uitzaaiingen is. Maar omdat ook mijn kuit nu meedoet kan ik de bezorgdheid niet altijd verdringen. Als ik logisch nadenk snap ik ook wel dat die kuitpijn veroorzaakt wordt omdat ik mijn voet anders neerzet om de pijn te voorkomen, maar de koelheid die nodig is om baas over mijn eigen gedachten te blijven ontbreekt nog wel eens. Daar komt bij dat de medicijnen die ik slik als bijwerking stemmingsverandering kunnen geven. De laatste tijd lijk ik mijn onverwoestbare optimistische zelf niet meer.
Als ik uit het bos kom en de weg oversteek heb ik mijn gedachten weer onder controle. Een kinderachtige zeurpiet ben ik aan het worden.
Vanachter zijn heg hoor ik een mijnheer die ik af en toe tegen kom me groeten. Hij is onzichtbaar voor me maar herken zijn stem.
"Hallo" zeg ik terug.
"Hoe gaat het?" vraagt hij.
"Goed," roep ik.
Snel naar huis om die hak weer rust te geven.
"Met mij niet," hoor ik hem luid zeggen. "Ik heb een lelijke blessure aan mijn voet. Hielspoor."
Ik mag dan arts zijn, maar ik heb geen idee wat dat is. Het klinkt echter zo beeldend en herkenbaar, dat ik onmiddellijk omkeer en terugren.
"Zit die pijn onder je hak?" informeer ik.
"Ja, vooral 's morgens als ik opsta," antwoordt hij.
"Hoe is het gekomen?"
"In New York geweest en met verkeerde schoenen lange wandelingen gemaakt," legt hij uit.
Dat is het. Hielspoor. Ik hoef niet naar een arts. Als de nood het hoogst is duikt er een man die ik nauwelijks ken en niet kan zien op, om mij de oplossing te brengen.
"Hoe lang heb je het al?" wil ik weten.
""Nu, na vijf maanden rust is het zo'n beetje weg," legt hij uit. "Misschien kan ik over een maand weer voorzichtig aan sport doen."
Vijf maanden niet rennen kan ik me niet veroorloven. Thuis google ik. Hielspoor, een mooi woord. Het heeft alle verschijnselen van een lastig behandelbare blessure. Anders zou je toch niet zo veel forums over die aandoening op het internet tegenkomen. Waar men weinig aan kan doen is per definitie veel informatie over. Het zijn meestal hardlopers die ervaringen en mogelijke behandelingen uitwisselen. Ze missen de endorfineverslaving en het lijkt meer op een groep met afkickproblemen, die troost bij elkaar zoekt. Zooltjes, nachtspalken, operaties, shock wave therapie en vooral rust, veel rust. Daar kan ik echter niet aan beginnen met mijn verhoogde risico op botontkalking en suikerziekte door de medicijnen. Ik moet in beweging blijven.
Nog de zelfde dag heb ik een ruime variatie aan zooltjes voor in de schoenen aangeschaft en de volgende dag zit ik bij de fysiotherapeut.
"Overbelasting," constateert hij. "Is er onlangs iets gebeurd waardoor het te verklaren valt?"
"Nee, ik loop nu achtentwintig jaar lang acht kilometer per dag hard. Er is in al die jaren niets veranderd."
Hij masseert en doet iets met geluidsgolven in mijn hak. Vervolgens adviseert hij me nog andere zooltjes, want wat ik gekocht heb helpt volgens hem niet. Ik moet inleghakken hebben met een gel erin en een gat op de pijnlijke plaats. "Om te ontlasten." Hij legt uit waar ik ze moet afhalen.
"Als je er komt, zal de eigenaar van de winkel wel zeggen dat het niet werkt en dat je steunkousen moet gebruiken, maar dat kost alleen maar geld," legt mijn fysiotherapeut uit.
Onmiddellijk ga ik naar het bedrijf om de gelhakken te halen.
"Dat is alleen maar symptoombestrijding," zegt hij. "Je moet 's nachts spalkkousen dragen. Zeer effectief. Ik verkoop er wel tien per week."
Woedt er soms een hielspoorepidemie in Nederland? Het is me volledig ontgaan.
Thuis vertel ik Marion dat de man me spalkkousen wilde verkopen waar tussen teen en knie een elastiek zit zodat ik hele nachten lang de peesplaat onder mijn voet oprek.
"Dat klinkt niet erotisch," zegt ze. "Het bevordert de liefde niet."
"Daarom heb ik ze ook niet gekocht," antwoord ik.
Haar opmerking roept onmiddellijk heel andere gedachten bij me op en ik schuif wat dichter naar haar toe. Mijn tijdelijke depressie is ineens voorbij. Een weekje niet rennen, geluidsgolven en gel in mijn schoenen en ik ben weer helemaal mijn gezonde zelf.



Terug