| Week 25 -2008 Een zomerse zondag in juni. Mijn zoon, schoondochter en kleinkinderen nemen deel aan een benefiet hardloopwedstrijd voor KIKA. Kinderkanker. Ik kan niet meedoen, want de blessure van mijn hak noopt me rust te houden. Mijn leven lang heb ik me van neerslachtigheid en gepieker bevrijd door mijn hardloopschoenen aan te doen en het bos in te gaan. Nu kijk ik toe en ben jaloers op al die mensen met rode hoofden van inspanning. Mijn schoonmoeder kan mijn schoonvader niet meer goed alleen laten en fietst daarom niet meer. Omdat het zo mooi weer was wilde ze toch nog een keer met de fiets haar boodschappen doen. Ze bleek geen conditie meer te hebben, viel van haar fiets en bezeerde haar linkerhand, de enige die bij haar nog enigszins werkt. Tijdens haar afwezigheid had mijn schoonvader aandrang gekregen. Moe was hij op het toilet beland, maar hij had vergeten zijn onderbroek omlaag te trekken toen hij daar uiteindelijk zat. Ze moest alles schoonmaken. "Soms zet ik heel hard de muziek aan," zegt ze. "Krontjong. Zo hard dat mijn gedachten verdwijnen en het net is of we weer daarginder zijn." Dat is haar manier om zich te bevrijden van de spoken van de realiteit. Rennen, muziek. Iedereen heeft een manier om te ontsnappen naar de wereld van de verbeelding. Soms echter zijn alle routes geblokkeerd. Dinsdagochtend belde ze geëmotioneerd op en zei "Ivan ik moet je iets vertellen." Het is niet gepast dat ik onthul wie 'ze' is, daarom omschrijf ik het niet nader. "Haar zoon vertelde me dat zijn moeder graag met me wilde praten. Ik voelde onmiddellijk een vaag schuldgevoel. Had ik iets niet goed gedaan? Ik heb ook niet altijd even veel tijd voor haar gehad en ik besef dat mijn buurvrouw wel altijd veel behoefte heeft aan contact. Ze is een intelligente vrouw en heeft een vol leven gehad. Tot haar man Alzheimer kreeg en ze hem ging verzorgen. Een paar weken geleden is hij opgenomen. Hij weet niets meer." Het schuldgevoel is herkenbaar, want we schieten meestal tekort. Het leven is zo vol, zo druk en wie heeft er nog tijd? Ik voel vooral dat de tijd dringt en schrijf bijna net zoveel als in het eerste jaar dat ik met succes publiceerde. Pas informeerde mijn schoondochter hoeveel boeken ik in mijn leven had geschreven en ik wist het niet. "Twintig?" vroeg ze. Ik tel ze niet, maar het zijn er tientallen en als ik het tempo van dat eerste jaar had volgehouden, dan zat ik ruim boven de honderd. Als het aan mij ligt haal ik dat nog, want ik moet nog veel achterlaten. "Toen ik bij haar kwam," vervolgde ze. "Zei ze dat het genoeg was geweest. Ze wilde niet meer. Ze had alles in een brief uitgelegd en wilde afscheid van me nemen. Haar zoon had me gezegd vooral niet te zeggen dat het niet kon, dat ze haar best moest blijven doen. Ze had alles in een brief geschreven. Die is ook voor jou bedoeld, want ze leest elke week je weekbrief en ze weet dat jij haar zal begrijpen." Ik respecteer elke keuze, maar voel me ongemakkelijk als ik bedenk dat ik misschien op een of andere manier betrokken ben bij zo'n grote beslissing. Waar was de laatste aflevering van mijn weekboek over gegaan? Over oude mensen die nog leven en steeds minder kunnen, in rolstoelen, met luiers en vaak niet eens meer verder willen. Ik hoopte dat het stukje niet bijgedragen had aan verergering van haar depressie en de keuze die ze maakte. Tegelijkertijd realiseerde ik me heel goed dat die gedachte een bewijs was dat ik haar helemaal niet respecteerde. Dat ik meende dat ze handelde op basis van impulsen, van stukjes die ze leest en dat ze niet zelf na grondige afweging tot het besluit was gekomen. "Ik was geschokt," vervolgde ze. "Tegen haar zoon zei ik, dat ik niet vaak genoeg langs was geweest. Maar hij zei dat ze het begreep. We hebben allemaal drukke levens. Haar kleinkinderen zag ze ook nauwelijks. Ze snapte dat wel. Zo gaat het nu eenmaal." Zelfs Helena doet mee met hardlopen voor meer onderzoek naar behandeling van kinderkanker. De 1 kilometer ren voor kinderen. Ze is met twee jaar de jongste deelnemer. Ze draagt geen korte broek, maar nog een babymaillotje omdat anders haar luier alle kanten op zakt. Ze heeft nummer vierhonderdvijftien. Ze lacht als ze rent. Mensen langs de kant kijken vertederd naar haar. Die weten dat de toekomst niet eeuwig duurt. Terug |