| Week 26 -2008 In de zomeravond met de autoradio aan in Marion's cabriolet op weg naar huis en Mick Jagger zingt 'God give me everything I want'. Ja, dat wil ik ook. Vooral meer jaren waarin ik kan blijven doen wat ik altijd gedaan heb, want op mijn leven was nooit iets aan te merken. Ik had alles wat ik wilde. Wat kan ik me nog meer wensen? Toch bevalt die lekker hebberige tekst me enorm. Meer, meer, everything en vooral langer. Thuis zoek ik naar de tekst op het internet en tot mijn verrassing staat er 'God gave me everything I want' met een a en niet met een i, en de Rolling Stones zijn daar zo blij mee dat ze alles willen weggeven. "Come on, I'll give it all to you". Van hebberig naar genereus door één enkele letter. Een uitstekend strijdlied voor de Christen Unie jongerendag. Zouden ze op zo'n dag dan ook eens willen praten over onze rechten op embryo-onderzoek en euthanasie, en dat andere mensen niet afnemen? Vorige week schreef ik over de buurvrouw van mijn schoondochter. Het was genoeg geweest voor haar. Na een hersenbloeding en de voortdurende dreiging dat steeds meer lichaamsdelen het op zouden geven verlangde ze naar een waardig einde. Ik had het stuk net geschreven en wilde het op de site plaatsen toen mijn schoondochter belde om te zeggen dat ze was overleden. Een zin toevoegen was een kleine moeite geweest, maar ik besloot het niet te doen. Eigenlijk dacht ik er ook niet meer op terug te zullen komen. Deze week was haar begrafenis. Het leek op een aflevering van de Amerikaanse HBO-serie 'Six feet under', Voor haar huis, midden op straat, vond de ceremonie plaats. Er waren veel mensen die iets over haar zeiden. Haar man die de ziekte van Alzheimer heeft en opgenomen is, had een gedicht gemaakt dat hij voorlas. Ook was er een tekst van haarzelf. Ze was een ongewenst kind geweest en dat had haar leven in sterke mate bepaald. Nu wilde ze zelf niet meer, maar kreeg ze het gevoel nu niet meer weg te mogen. Ze voelde urgentie om niet te lang meer te wachten, want ze werd opgejaagd door de angst dat het recht op een menswaardig sterven haar misschien door toedoen van de Christen Unie zou kunnen worden ontnomen. Haar heengaan en het lezen van die tekst had daarmee ook het karakter van een statement tegen politici die de wensen van mensen opofferen aan hun eigen ideologie. De behoefte - zelfs als je de deur achter je sluit - om luid te zeggen of schrijven wat je vindt herken ik. Het maakt je niet overal populair. Het is alsof je de gezellige feestjes verprutst waar iedereen weigert te praten over wat er werkelijk toe doet. Wanneer je echter de motieven achter de woorden herkent - zeker achter die van dominees in de politiek - dan ben je laf als je zwijgt. Pas zei iemand tegen me dat ze niet begreep dat iemand als ik, met een dergelijke levenshouding - ze gebruikte het woord doemdenken -, in persoonlijk contact toch zo vriendelijk en geïnteresseerd in andere mensen kan zijn. Het is haar oordeel, niet het mijne. Zelf vind ik het uiteraard geen kwestie van doemdenken. Voor mij is het eerder respect voor de realiteit van de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Ik geloof nu eenmaal niet dat alles wat er mis in de wereld is vanzelf goed zal komen. Daar zullen we echt behoorlijk ons best voor moeten doen. Milieuproblemen worden alleen maar groter als we niets ondernemen. Aids breidt zich uit als we onze ogen sluiten voor de manieren waarop mensen elkaar uitbuiten, zelfs op seksueel gebied. Armoede verdwijnt maar niet zo maar als het marktdenken wordt geïntroduceerd. En als er mannen vaak bij ons op bezoek komen, begrijp ik ook wel dat ze een beetje verliefd zijn op Marion en niet op mij, maar dat maakt ze nog niet onaardig. Ik blijf vriendelijk, maar blijf op mijn hoede. Mijn ogen niet sluiten betekent dan ook niet automatisch dat ik doemdenker ben en een negatieve levensinstelling heb. Aan de keukentafel zei Marion onlangs tegen me dat ik de laatste weken wat al te somber ben over mijn kanker. Doemdenken? Het lijkt me eerder dat iedereen die denkt dat hij niet dood zal gaan een naïeve fantast is. Ik probeer serieus mijn kansen te schatten en er het beste van te maken. Ik heb me altijd getroost met een citaat van Chateaubriand: Je moet pessimistisch met je verstand zijn, maar optimistisch met je hart. Als ik dat niet meer kan geloven, dan is mijn leven een leugen geworden. Als een dorpsgek heb ik geroepen dat de keizer geen kleren aan had. Talloze boeken heb ik geschreven om de agenda's inzichtelijk te maken. Hoewel ik weet wat kanker doet heb ik mijn rondjes gerend, mijn baantjes getrokken, tomaten gegeten. Ook al win ik er maar twee maanden extra mee: God give me everything. En ja, ik heb al zoveel: I'll give it all to you. Maar het is wel de bedoeling dat we daar samen van genieten. Terug |