| Week 30 -2008 "Wat jammer," zegt Marions zus als ze opbelt maar me niet thuis treft. "Ik moet binnen een half uur beslissen of ik morgen een ruggenprik zal laten doen om te zien of het in mijn hersenen zit." Marion heeft me snel gevonden. Haar zus heeft sinds de behandeling van haar borstkanker verschijnselen die erop wijzen dat er iets hapert aan haar zenuwstelsel. Rare gevoelens, vergeetachtigheid en vaak hoofdpijn. Volgens mij is het chemohead, veroorzaakt door de chemotherapie die ze heeft ondergaan. De gevolgen daarvan zijn vaak vervelender dan je voor je eraan begint beseft. Niemand in het ziekenhuis praat er graag over. Dat er voor men eraan begint niet veel over gesproken wordt zal wel liggen aan het bondgenootschap dat de arts en de mens met kanker samen sluiten om de dood te verslaan. Daarbij is voor beiden twijfel lastig. Maar dat het daarna ook vaak onbesproken blijft ligt minder voor de hand. Misschien moeten artsen wel om in hun eigen behandelingen te kunnen blijven geloven het verdringen. Om overtuigd te zijn dat wat ze doen meer voordelen dan nadelen heeft, maken ze zichzelf bij voorkeur blind voor chemohead. "Wat moet ik doen?" vraagt ze. Mijn leven lang ben ik weggelopen voor die vraag. Ik schreef liever dan doktertje te spelen. Bij voorkeur vertelde ik anderen niet wat te doen. Het antwoord op haar vraag moet ik haar daarom schuldig blijven. Ik weet het niet en bovendien durf ik bepaalde dingen niet hardop te denken. De diepe twijfel aan de andere kant van de telefoon is tastbaar. "Je moet het zo snel mogelijk doen," zeg ik uiteindelijk en loop met een boog heen om woorden die iets met reden voor het onderzoek en uitkomst ervan te maken hebben. "Wat het ook is, je kunt het nu ook maar het beste zo snel mogelijk weten." De boodschap dat mensen kanker hebben is vervelend, maar dat kunnen ze meestal nog wel aan. Als ze het slechte nieuws eenmaal verwerkt hebben volgt vaak zelfs een zekere euforie, waarin ze denken bergen te kunnen verzetten. De boodschap treft mensen bovendien vaak als ze nog de energie hebben om beslissingen te nemen. Maar telkens weer is er twijfel of slecht nieuws. Dat elke keer weer de hoop wordt afgenomen blijkt zwaarder te zijn dan ze ooit hebt kunnen vermoeden. Hoop is een orchideesoort die veel licht, warmte en precies voldoende water nodig heeft. Met het gietertje in de hand navigeren we tussen verrotten en uitdrogen door. "We gaan de cellen tellen," heeft haar arts tegen haar gezegd. Ze begrijpt over welke cellen haar arts spreekt, maar ik ga er niet op in, houd me vast aan die chemohead. Bij mij worden er geen cellen geteld, maar de eiwitten die de cellen maken. Om de drie maanden. Wanneer wel behandelen en wanneer niet? Hoe hoog mag de psa zijn? Hoe snel mag de psa stijgen? In de Verenigde Staten krijgt één op de vier oudere mannen met de vroege nog niet uitgezaaide vorm van prostaatkanker de hormoonbehandeling. Dat terwijl het niet helpt en alleen maar nadelen heeft. In een artikel in de Journal of the American Medical Association dat ik over het onderzoek lees staat: "But hormone therapy has a detrimental effect on the quality of life." Fijne zin. Detrimental! Van Dale zegt: schadelijk, slecht, kwalijk, nadelig. Dat slik ik en ik hoop maar dat het zin bij mij heeft. In discussies over dat onderzoek wordt beweerd dat het om een typisch Amerikaans verschijnsel gaat. Zowel mannen met prostaatkanker als hun artsen denken dat je er altijd iets aan moet doen. Het leven is heilig. Koste wat het kost doorgaan met de strijd. Verschillen Amerikanen en Nederlanders erg van elkaar? De arts beschikt over een kistje met behandelingen. Het kistje zit goed dicht, want het is uitsluitend bestemd voor mensen die dreigen te overlijden en het is niet zo maar om nog iets uit te proberen als we het niet meer weten. Die behandelingen hebben behoorlijke bijwerkingen. Detrimental, chemohead. Het kistje wordt geopend als artsen oog in oog staan met wanhopige mensen die hun kleinkinderen nog willen zien opgroeien. Alles heeft een prijs. Wat moet er ingeleverd worden voor de extra tijd? Het kistje kan wel eens de doos van Pandora blijken te zijn. Toen hij nog bestond gaf god alle antwoorden, maar nu moeten we het zelf opknappen. Vraag mij alsjeblieft niet wat het beste is. Ik weet het niet. Terug |