Week 31 -2008
Eén van de leukste dingen in de geneeskunde is de placebowerking. Onderschat en overschat tegelijkertijd. Als je in je hoofd de knop omzet van 'wat ben ik zielig en ziek' op 'vanaf nu gaat het goed met me' gebeuren er wonderen. Maar hoe zet je die knop om? Dat lukt niet in je eentje. Daar heb je een wonderdokter voor nodig. Een gewone dokter is er niet toe in staat. Je moet echt wel geloven in de almacht van de man of vrouw waar je met je zorgen naartoe stapt. Het diploma aan de muur helpt. De onderzoeken die je ondergaat zonder dat ze misschien ook maar enige zin hebben horen bij de rituelen waardoor we weten dat we in goede handen zijn. Er moet een binding zijn met een hogere macht waardoor we ervan overtuigd zijn dat de dokter meer ziet en weet dan gewone zieke sufferdjes. Dat is het alziend oog van de wetenschap, of - voor de romantici - een bijzondere gave. Waarom zouden we anders zo maar aannemen dat er werkelijk iets gaat veranderen? Ook een ingrijpende, moderne, technisch ogende ingreep draagt bij. En dan uiteindelijk slik je die pil, de hostie van genezende kerk, waardoor de wetenschap of het mysterie je lichaam binnenkomt en je onderdeel van de gemeenschap der gezonden wordt. Uit onderzoeken blijkt dat of men nu een medicijn slikt waarin echt iets met pijnstillende werking zit of iets waarin alleen maar wat vulmiddel zit, toch in elk geval 30% van de mensen van hun pijn wordt bevrijd. Bij jeuk zijn de cijfers nog mooier. Bij het onderzoek naar de werking van middelen tegen depressie is het zelfs erg moeilijk om aan te tonen dat een antidepressivum werkt, zo hoog is het placebo-effect. Zonder de placebowerking, die al begint op het moment dat iemand de spreekkamer van een dokter binnenstapt, bestaat er helemaal geen geneeskunde. Geleerden die naar een verklaring zoeken veronderstellen dat de dokter zelf het placebo is.
Artsen zitten een beetje met dat placebo-effect in de maag, want ze willen zo graag wetenschappelijk zijn en zo'n placebo heeft toch een hoog mumbo-jumbogehalte. Paradoxaal genoeg is de wetenschappelijke kant zelfs een voorwaarde voor de placebowerking, want juist dat zorgt voor meer overtuigingskracht en dus meer placebo-effect. Toegeven dat ze vaak net zo goed iets uit het groot heksenboek hadden kunnen voorschrijven om hun patiënten te helpen is hun eer te na. Placebogebruik is bovendien bijna niet te controleren. In onderzoeken waarin men de placebowerking bestudeert, zijn nepmedicijnen die voorgeschreven worden door een arts die weet dat het een placebo is, minder effectief dan die welke worden meegegeven door genezers die denken dat het om een echt middel gaat. Misschien draagt zo'n arts zijn eigen scepsis over. Het is belangrijk dat zo'n arts helemaal uitstraalt dat hij erin gelooft, maar hij kan zichzelf niet zo gemakkelijk voor de gek houden.
Ik moet van die hielspoor af en ben terechtgekomen bij het KNVB-sportcentrum. Het is het heilige der heiligen van de sportgeneeskunde. Daar worden topvoetballers binnen een week hersteld van de ernstigste blessures, want ze moeten weer snel de wei in. Het leven is kort, de jaren dat een sporter goed presteert beperkt en de competitie is voorbij voor je het door hebt. Dat besef alleen al heeft behoorlijk wat placebo-effect.
Ricardo, de therapeut, heeft alles om daaraan verder bij te dragen. Hij vertelt over hoe topsporters die afgeschreven waren weer terug zijn gekomen door de behandeling. Met zekere handen pakt hij ook de pijnlijke plek onder mijn voet beet. Hij weet wat hij doet.
"Elektriciteit," zegt hij. "Daar gaan we mee werken."
Met dankbare ogen kijk ik hem aan.
"Het is niet evidence-based," vervolgt hij. "Het is pas sinds twee jaar beschikbaar. Maar ik heb al goede resultaten gezien. We kunnen hier niet wachten tot het allemaal onderzocht en de werking bewezen is. Sporters hebben haast."
Als ik later terug bij Marion ben, beschrijf ik de behandeling als een Uruguay aanpak. Zuid-Amerikaanse beulen die politieke gevangenen wilden laten praten moeten het ontwikkeld hebben. Het is maar goed dat Amnesty International niet weet wat in de bossen van Zeist gebeurt. De schokken vliegen door mijn been en ik oefen tegen de krachten die ze oproepen in om de spieren die mijn hak moeten stabiliseren te versterken.
Soms komt een andere therapeut kijken of het apparaat al beschikbaar is. Nog even wachten. Ivan wordt nog gemarteld.
"Er zijn er hier drie," legt Ricardo uit. "Een is er nu mee met het voetbalelftal naar Beijing."
Ik voel me bevoorrecht en als ik na de eerste behandeling het centrum uitloop weet ik dat het werkt. Een dag later fantaseer ik al weer over het hervatten van het hardlopen. Ik moet wel erg gevoelig zijn voor het placebo-effect. Later in de week valt me op dat de verbetering toch niet zo snel verloopt, maar het weerhoudt me er niet van om uit te kijken naar de volgende shockbehandeling. Het gaat beslist lukken. Als ik weer ren en mijn gewone leven heb opgepakt, ga ik onmiddellijk op zoek naar een effectieve placebobehandeling tegen prostaatkanker. Dat komt ook dik in orde.



Terug