| Week 32 -2008 Nadat hij bij mij van achteren gevoeld had, zei mijn Iranese bestralingsarts "Goed zo". Ik ben eraan gewend dat hij tevreden is over mij en mijn prostaat. Er is niets mis met me. Ik heb alleen maar een probleem met de PSA. Dat is alles. Verder gaat het heel goed met me, ook al geloven mensen me vaak niet. Ze vragen me dan "echt?" Ja echt. Of is alleen een bloedwaarde beslissend voor de werkelijkheid? Hij vult het lijstje in zoals elk jaar als ik even tien minuten bij hem terug kom. "Hoe vaak moet je eruit om te plassen?" Het verlangen bekruipt me te antwoorden "Dat heb ik de vorige keer toch al verteld." Maar dat kan niet. Dus ik herhaal het maar weer. "Meestal nooit en als het al gebeurt één keer tegen half zes." Ik ben een mens met vaste gewoontes. Daarna is de vraag over mijn ontlasting aan de beurt. Sinds ik niet meer kan hardlopen heb ik ook geen problemen met plotselinge ongelegen komende aandrang. Het leukste heeft hij tot het laatst bewaard. "De erectie nog niets hè?" Diep verontwaardigd ben ik. Dat heb ik hem vorig jaar niet gezegd en die is nog steeds in orde. "O," zegt hij verbaasd. Hijzelf was degene die me toen ik onder de onderdrukkende en ontmannende medicijnen zat op het belang wees van de noodzaak toch altijd door te zetten. Want als je het niet blijft doen, verdwijnt het. In het Amerikaanse artsenblad The Journal of the American Medical Association stond twee weken geleden een artikel over het belang van erecties. "Use them or lose them". Fins onderzoekers hebben dat vastgesteld. Wie zijn erectie niet gebruikt dreigt hem te verliezen. Het gaat om alle mannen, niet alleen mannen met prostaatkanker. Minstens eens per week is verstandig en als het kan meer, want dan is je kans twee keer zo groot dat ze ook weer terug komen. Net als een trouwe hond. Drie keer per week is beter. Dan heb je vier keer zo veel kans er nog lang van te genieten. Dokter Koskimaki uit Helsinki die dat allemaal heeft ontdekt legt uit dat het net is als met lichamelijke oefening. Als je dat niet doet raak je uit conditie. Een regelmatige stijve is 'salubrious'. Wat een prachtig woord heeft hij ervoor uit de kast gehaald. Heilzaam. Je mag het van hem zelfs doen zonder partner. In je eentje dus. Maar daar heeft hij de mannen die aan het onderzoek meededen niet naar gevraagd. Dus officieel mag hij er niets over zeggen. Een wetenschappelijke arts zal om zijn reputatie dus een beetje waar te maken aandringen op een partner om in seksuele topconditie te blijven. Zou een opblaaspop daartoe gerekend kunnen worden? De vraag is natuurlijk helemaal of elke man het wel zo erg vindt er van af te zijn. Veel heren zullen er net als menige vrouw na de overgang helemaal niet rouwig over zijn dat ze al dat gedoe niet meer hoeven en eindelijk weer aan lezen toekomen. "Heb je over dat onderzoek in Nijmegen gelezen?" informeert hij. "Welk?" vraag ik, want ik kom te weinig aan lezen toe. Hij begint te vertellen over PSA-antigenen. Daarbij gaat het met name om nummer drie. Die kun je inspuiten in het lichaam en als je dan een scan maakt, zie je precies waar activiteit ontstaat. Daar zal dan dus wel die PSA aangemaakt worden en daar zitten dus de ondeugende cellen die een bedreiging vormen voor een lang en werkzaam leven. Nu weten we immers niet waar die snoodaards zitten. Het kan echt overal zijn. Meestal zitten ze nog steeds in de prostaat. "Voel je wat voor zo'n onderzoek?" informeert hij. "Natuurlijk," zeg ik spontaan, want ligt het niet voor de hand dat ik alles wil doen om nog jaren lang mijn erecties te gebruiken. "Maar wat moet je er verder mee?" "Het is vooral wetenschappelijk interessant," zegt hij. "Want ze zouden je dan eventueel opereren, je prostaat eruit halen, maar dan kun je er vrij zeker van zijn dat het ten koste gaat van de potentie en ook is de kans groot dat je incontinent wordt. Dus dat is eigenlijk geen keuze." "Ik heb momenteel niet zo veel tijd," zeg ik snel. "Volgend jaar misschien een keer." Hij knikt instemmend. Terug |