Week 38 -2008
Vrijdagavond om tien over zeven is mijn afspraak met de uroloog in Antwerpen. Uit angst ergens in een file vast te raken en het consult te missen vertrek ik vroeg en arriveer twee uur eerder dan nodig. Marion gaat mee voor de gezelligheid. Een dagje buitenland. Aan de andere kant van de grens is alles net anders. Van bouwstijl tot manier van spreken.
Als ik aanbel doet hij zelf open. Het is een verbouwde woning op de benedenverdieping van een gebouw met vier étages. Ik vermoed dat we in de eetkamer wachten, dat de onderzoekkamer de slaapkamer van de kinderen was en dat de keuken en de ouderslaapkamer zijn samengetrokken en nu de spreekkamer vormen. Er wachten nog twee andere nerveuze mannen met hun vrouw.
Hij is jong en lacht vaak alsof hij zich verontschuldigt. Het is of hij zich probeert te excuseren voor het feit dat ik prostaatkanker heb. "Ja, ik kan er ook niets aan doen," met daarbij een volle lach op zijn gezicht.
Met veel nadruk had hij via de telefoon gezegd dat ik met volle blaas moet komen. Als ik eindelijk aan de beurt ben weet ik niet hoe ik moet zitten om te voorkomen dat ik niet onmiddellijk de stoel in zijn spreekkamer onherstelbaar nat maak. Ik vertel hem over mijn oplopende nood en mag onmiddellijk naar zijn toilet. Daar moet ik netjes in een trechter plassen die hij boven de wc-pot heeft gemonteerd. Er hangt ook een bordje dat de bezoekers erop wijst dat ze in die trechter moeten mikken en niet er naast. De flowmeter noemt hij het en het blijkt om een soort plasexamen te gaan. Als ik uit het toilet terugkom haalt hij een rolletje papier uit een apparaatje. Hij bestudeert het aandachtig. Ik krijg de indruk dat mijn straal weinig voorstelt. Het begint krachtig, maar eindigt met een eindeloze stroom druppels. Geen krachtige hengstenplas waarmee je de sporen op het wit porselein van vorige gebruikers van de wc kunt doen verdwijnen.
Na mijn geschiedenis aan hem verteld te hebben, moet ik mee naar de kinderslaapkamer waar hij een echo van mijn blaas maakt. Hij betrapt me erop dat ik nog urine bewaard heb. Daarna volgt een echo van mijn prostaat. Hij ziet schaduwen.
Ik moet opnieuw naar de trechter om te bewijzen dat ik ook de restplas kan verwijderen. Het voelt als een herexamen Ik slaag gelukkig, zij het met de hakken over de sloot.
De vraag is of het nog in de prostaat zit. In dat geval kan de HIFU behandeling waardoor de kwaadaardige cellen via geluidstrilling verbrand worden misschien nog volledige genezing brengen. Als dat niet het geval is, volgt de gemene buikprik en wanneer die uitgewerkt is moet ik hopen op een wonder door chemotherapie. Hij vertelt me dat nu eerst een speciale scan noodzakelijk is. Het kan in Leuven of Groningen. Weer een dagje uit. Als het onderzoek gunstig uitvalt volgt eerst nog een biopsie uit de schaduwen in mijn prostaat.
Op dat moment realiseer ik me dat de kanker terug is. Het is een kwestie van woorden. Tot nu toe gebruikte ik de term 'onder controle' en misschien had ik moeten zeggen dat het nooit weg is geweest. Het lijken onbelangrijke verschillen, maar de manier waarop we erover praten is bepalend voor wat de tumor in ons hoofd teweeg brengt. 'Onder controle' bood een prettige vaagheid, waarin de nieuwvorming een vage dreiging bleef. Het maakte het mogelijk als mensen me vroegen hoe het gaat, vrijblijvend "O goed" te antwoorden. Dat de kanker de terminator van de bestralingsafdeling heeft overleefd en weer opkrabbelt is echter concreet en vormt een bedreiging op korte termijn. Back with a vengance? We moeten snel actie ondernemen. Het circus begint opnieuw: uitzoeken waar ik snel terecht kan voor die scan, bureaucratische barrières proberen te omzeilen, het internet tot in de verste uithoeken afspeuren, al mijn afspraken dit najaar afstemmen op mijn medische Odyssee, welke me thuis moet brengen bij mijn eigen gezonde lichaam.
Hij trekt een rekenmachine naar zich toe en kijkt op een lijstje wat zijn werk kost. De 'raadpleging' zoals men het in België noemt zal daarop verschijnen, de flowmeter misschien, de echo van de blaas en de echo van de prostaat. Zou ik zowel voor het plasexamen als het herexamen moeten betalen? Als alles op de rekenmachine is ingevoerd drukt hij op totaal, kijkt en zegt: "Dat is dan honderdnegentig euro."
"Kan ik pinnen?" informeer ik.
"U mag het wel overmaken," lacht hij.



Terug