Week 41 -2008
David en Feline hebben allebei bericht mee naar huis gekregen dat ze een klasgenootje hebben met een moeder die dood gaat aan kanker. Uitgezaaid. Mijn kleinkinderen zitten in verschillende klassen. Het klinkt bijna als een epidemie, zoals waterpokken de klaslokalen soms leeg houdt.
In mijn droom zegt de uroloog dat de prostaatkanker nu in mijn hele onderbuik zit. Hij toont me de scan en ja hoor: overal rode vlekken van gemene activiteit. Het is geen nachtmerrie en gelaten denk ik: vervelend, maar dan nu wat me rest maar zo goed mogelijk doen. Als ik daarna langzaam maar zeker wakker word, ben ik nog altijd overtuigd dat het helemaal mis met me is, maar nog steeds ontbreekt de paniek. Pas op het moment dat ik uit bed stap en overdenk wat ik allemaal die dag moet doen besef ik dat ik om elf uur de uroloog moet bellen over de uitslag. Ik weet het dus helemaal nog niet en de droom vertelt meer over mijn angst dan over de toekomst.
"Er is niets op de scan te zien dat bewijst dat het uitgezaaid is," zegt hij. "Lymfeklieren zijn schoon. Er is alleen activiteit in de rechterhelft van de prostaat, aan de achterzijde."
"Dus geen uitzaaiing," zeg ik. Niet omdat ik het slecht begrepen heb, maar voor Marion die gespannen achter me staat.
"Je weet het natuurlijk nooit," antwoordt hij. "Sommige deskundigen zeggen dat als je hormonale therapie gebruikt zoals jij, je de activiteit op de scan niet kunt zien omdat de cellen onderdrukt worden. Je ziet dan alleen de kankercellen die resistent geworden zijn. In mijn ervaring valt dat wel mee en kun je wel zien of het ook in andere delen van het lichaam zit."
Het lastige van het artsenberoep is dat je zelden eens iets voor honderd procent kunt zeggen en de mensen die aan je lippen hangen volledig blij kunt maken. De erecode van de arts, dat hij moet werken op basis van wat wetenschappelijk is aangetoond, heeft voor een manier van spreken gezorgd, waar politici nog iets van kunnen leren. 'Er is geen bewijs voor uitzaaiingen', in plaats van 'Er zijn geen uitzaaiingen'. En hij zegt omzichtig 'sommige deskundigen denken, maar in mijn ervaring' om maar vooral geen valse verwachtingen te wekken.
Het feit dat mijn onderbuik niet helemaal rood kleurt is echter al meer dan genoeg voor Marion en mij om blij te zijn. Trouwens, is zo'n scan wel rood en niet gifgroen of ijskoud blauw? Ik ken scans alleen uit mijn dromen.
Van het ene op het andere moment is mijn optimisme terug. Zat ik de afgelopen weken nog vaak te piekeren over hoe moeilijk het soms is om de rekeningen betaald te krijgen en vroeg ik me regelmatig af of ik niet een bescheidener leven zou moeten leiden omdat ik de laatste fase van mijn leven in ga, nu ben ik er ineens weer van overtuigd dat het beste nog moet komen en dat ik me geen zorgen over trivialiteiten hoef te maken. Niets rustig aan doen en kleiner wonen. Er moet nog zoveel gebeuren. Er valt nog veel te schrijven. Ik ben al lang niet meer op reis geweest. Het wordt weer tijd om in een vliegtuig te stappen naar een plek die ik nog nooit gezien heb, naar een stad waarmee ik bevriend was en die ik uit het oog verloren heb, naar de plaatsen waar onze geschiedenis terwijl je staat te kijken gemaakt wordt. Ik ben er voorlopig nog behoorlijk druk mee.
Toch merk ik dat ik afgeleerd heb om al te snel blij te zijn. Hoop is leuk, maar op den duur durf je niet goed meer te grote verwachtingen te koesteren. Er heeft zich argwaan ten aanzien van goed nieuws ontwikkeld. De werkelijkheid maakt mensen die het van de hoop alleen moeten hebben tot dwazen. Er is meer nodig. Geluk.
Als ik mijn Belgische uroloog bel om nu de volgende stappen te bespreken, zegt hij: "Dat is erg goed nieuws. Ik kan natuurlijk niet garanderen dat we het helemaal kunnen oplossen, maar met een beetje geluk kunt u er blijvend vanaf komen."
Hij heeft het gekwantificeerd. Ik heb niet veel maar slechts een klein beetje geluk nodig. Die twee moeders van kinderen op de school van David en Feline hebben dat niet gehad. Nu maar hopen dat het mij wel mee zit.



Terug