Week 47 -2008
Op het moment dat we uit het vliegveld van Cancun kwamen wilden we alweer met de zelfde vlucht terug naar huis. De reis was bedoeld als een korte vakantie voordat ik opgenomen word. Operatievitaminen opdoen zodat ik de bruine patiënt kan spelen, waar niets mis mee is. Met mij??? Met mij gaat het goed ook al lig ik in het ziekenhuis!
Waarom Mexico? In onze dromen en fantasieën keren we vaak terug naar de perioden van ons leven die cruciaal waren voor de vorming. Voor mij is dat de tijd van de verantwoordelijkheid van de jonge vader. Ik herinner me dat toen mijn zoon Kaja net geboren was ik nachtmerries had door de journaalbeelden van het laatste vliegveld uit Da Nang. Vluchtende Zuid Vietnamezen die voor de oprukkende Vietcong soldaten er waren nog met dat laatste vliegtuig de stad uit wilden. Ze verdrongen elkaar op de trap, vochten, duwden anderen weg. Wat zou ik doen als ik daar met Marion en die kleine jongen me een weg omhoog moest bevechten? Zou ik het kunnen? Onze vele reizen met zijn drietjes samen toen hij wat ouder was hadden altijd het karakter van een overleeftocht. Weinig geld, onzeker, verre bestemmingen. Met elke expeditie voelde ik me echter sterker worden tot ik een leeftijd bereikt had waarop ik dacht dat ik alles aankon en ik geworden was wie ik moest zijn.
In 1980 bezochten we in Guatemala, waar een burgeroorlog woedde, de Mayaruïnes van Tikal. Kaja was zeven jaar oud en samen hadden we Kuifje en de Zonnetempel gelezen. Dus we moesten naar Tikal, of het er nu gevaarlijk was of niet. We vonden een hotel met prachtige vlinders en vogels tussen de ruïnes. Achter Kaja aan bezochten we de in de jungle verstopte wonderen. Kun je je iets mooiers voorstellen? Inhalig geworden, wilden we ooit ook nog een keer naar Tulum en Chichen-Itza, maar die tempelcomplexen lagen in Mexico, en het kwam er nooit van. Nu zou het dan eindelijk gebeuren, maar de mevrouw van ons reisbureau die bij de uitgang van het vliegveld stond vertelde doodleuk dat het hotel in Tulum dat we met zorg hadden uitgekozen gesloten was en dat we nu naar een 'adults only unlimited luxury all-included hotel' 100 kilometer daarvandaan moesten. We konden maar aan één ding denken: onmiddellijk terug. Zeker omdat twee dagen voor ons vertrek mijn schoonvader in het ziekenhuis was opgenomen, waar hij snel achteruit ging. De belangrijkste klacht voor de verpleging was dat mijn schoonvader zo verward was. Men begreep echter niet goed dat het niet aan hem lag, maar dat de vreemde ziekenhuisomgeving verwarrend voor hem was. Wat deden we in Mexico? Ruïnes hadden we gekozen, geen unlimited luxury. We waren bovendien thuis nodig.
We konden echter niet terug en waren na een hoog oplopende discussie van een half uur genoodzaakt in een busje te stappen dat ons bracht naar de plaats waar al onze verlangens zouden worden vervuld. Bij de ontvangst aldaar - met glazen champagne en gigantische chocoladekoekjes - hoorden we dat het hotel aan iedereen gratis internettoegang bood en vanaf onze kamer met uitzicht op de Caribische zee konden we skypen met mijn schoonmoeder. Verder begrepen we dat het 'all-included' concept inhoudt dat alles wat je hartje begeert onmiddellijk op maximaal vijftien meter afstand beschikbaar is. Vierentwintig uur per dag, gratis en voor niets. Long drinks vergezeld van nacho's met guacemole en uitgebreide vier gangen maatlijden. In eens werd de betekenis van de namen van de hotels langs de Maya riviera ons duidelijk. Secrets, Dreams, Paradise en Desire. Dat laatste bleek overigens een nudistenhotel even verder op te zijn en een snel onderzoek op het internet leerde dat men daar nog enkele andere zaken dag en nacht ter beschikking heeft. Zo mogen de gasten er onbeperkt aan de rand van het zwembad met eigen partner de liefde bedrijven onder het toeziend oog van enthousiaste liefhebbers. En in de jacuzzi is er mogelijkheid om wat uit te ruilen of iets met zijn vieren beoefenen. 'Unlimited erotic desires'. Marion en ik vertoefden echter in een paradijs waar mensen in beschaafde zwemkleding, maar met onbeschaafde omvang, paarsgewijs hand in hand rondwandelden, met in de hand altijd een lang glas met een rietje, op weg naar de volgende bar voor een nieuwe cocktail. Door een tuin met palmbomen en rotsen met spleetjes waaruit zachte muziek kwam.
De toestand van mijn schoonvader stabiliseerde enigszins en met behulp van een huurauto konden we de antieke Mayasteden ook bereiken. Tien dagen moesten we kunnen doorstaan. Door het tijdsverschil waren we gedwongen om 's morgens vroeg met mijn schoonmoeder te communiceren en daarna op weg te gaan. Als wij terugkwamen lag ze immers al te slapen. 's Nachts bleek mijn schoonvader aan een stuk door de naam van zijn vrouw te roepen. Zijn zaalgenoten wier nachtrust erbij inschoot wisten precies wie ze was: Jackie, Jackie. Hij was in de war omdat alles wat hem vertrouwd was ontbrak en zag dingen die er niet waren. Na het dagelijks verslag van mijn schoonmoeder en ons advies op afstand, begonnen we aan onze excursie. Bij terugkeer in het hotel vroegen we ons bezorgd af hoe het nu was, om dan de volgende ochtend te horen dat nog steeds niemand van het ziekenhuispersoneel had kunnen vertellen wat met de hersenscan van twee dagen daarvoor was gevonden. Aan de andere kant van de oceaan wonden wij ons op en begrepen dat onze reisleidster heilig was vergeleken met het personeel van het ziekenhuis. Het werd snel duidelijk: als hij daar bleef ging hij snel dood. "Ze zetten zijn medicijnen neer en als hij ze zelf niet inneemt halen ze die na een tijdje gewoon weer weg," mopperde mijn schoonmoeder, die thuis voortdurend bezig was te zorgen dat hij alles op tijd slikte. Ze moest hem zijn eten voeren, want zelf at hij nauwelijks. Mijn schoonvader vroeg telkens of hij gado gado kreeg, maar dat hebben ze niet in het ziekenhuis.
Voortdurend vroeg ik me af hoe het mogelijk is dat wij daar samen voor relatief weinig geld konden vertoeven in zo'n verwenparadijs waar men alle risico's - waaronder krokodillen in de moerassen rond het hotel - had weten buiten te sluiten. Terwijl het voor veel meer geld niet mogelijk is om het een zevenentachtigjarige man die eenzaam en angstig in zijn ziekenhuisbed ligt en om zijn vrouw roept behoorlijk te verzorgen.
Uiteindelijk mocht mijn schoonvader het ziekenhuis verlaten. Men kon medisch niets voor hem betekenen. Men adviseerde om hem naar een verpleeghuis te brengen, maar daar peinsde mijn schoonmoeder niet over. Het zou ook wel lukken met een bed in de huiskamer en drie maal per dag thuiszorg. Om kwart voor vijf op vrijdag belde mijn schoonmoeder nog naar de zorginstelling om een plank voor het bed vragen zodat hij niet uit zijn bed zou vallen.
"Dat is nu een beetje laat mevrouw," zei de man die haar te woord stond. "Maandochtend kunnen we eraan werken maar dan hebben we daarvoor wel een behoorlijke indicatie nodig." Marion en ik konden gedurende het hele etmaal door en zeven dagen per week margarita's of een Tequila Sunrise bestellen, die we kregen met vette Mexicaanse glimlach. Mijn schoonmoeder sliep dat weekend echter in een stoel naast zijn bed opdat hij er maar niet uit zou vallen. Waarom zou je bang worden voor krokodillen als je de Nederlandse zorgbureaucratie kent?
Tegen de tijd dat we terug waren in Nederland was mijn schoonvader al weer een paar dagen in zijn vertrouwde omgeving en ging het weer verrassend goed met hem.



Terug